Je leest:

‘Stempeltje nog geen garantie voor duurzame garnaal’

‘Stempeltje nog geen garantie voor duurzame garnaal’

Auteur: | 16 juni 2016

Aquacultuur, zoals de teelt van garnalen in kwekerijen, is in korte tijd internationaal uitgegroeid tot een belangrijke sector van voedselproductie. Maar die groei is gepaard gegaan met de nodige problemen op het gebied van duurzaamheid.

Misschien is het toeval, maar zo’n beetje vanaf de tijd dat garnalen als ‘gamba’s’ op de westerse menukaarten zijn verschenen, zijn ze razend populair. In Europa en de Verenigde Staten lusten we er wel pap van! Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw is de teelt van garnalen dan ook booming business, in eerste instantie in Thailand, Vietnam, en Taiwan, later ook in andere landen van Zuid-Oost Azië en ook in Latijns Amerika.

De bijbehorende problemen staken even snel de kop op. In Azië worden bijvoorbeeld grote stukken mangrove gekapt om plaats te maken voor extensieve garnalenkwekerijen in de vrije natuur. Bij gebrek aan ecologisch evenwicht verdwijnen uit die kwekerijen na een jaar of twee, drie vaak de algen waar de garnalen zichzelf mee moeten voeden. Ook verschijnen al snel de virussen en andere plagen voor de kwekers. En wanneer een bepaald stuk kust niet meer voldoet, wordt net zo makkelijk een volgend stuk mangrove gekapt om weer plaats te maken voor een kwekerij; totdat ook daar de problemen weer te groot worden …

Aquacultuur, zoals de teelt van garnalen in kwekerijen, is in korte tijd internationaal uitgegroeid tot een belangrijke sector van voedselproductie. In een artikel in Science, uit 2013, schatten de Wageningse onderzoeker Simon Bush en collega’s dat 13% van alle dierlijke eiwitten die wij als wereldburgers consumeren uit de aquacultuur afkomstig is. Dat is evenveel als uit de vangst van wilde vissen, garnalen en andere waterdieren. De wereldwijde omzet werd door deze auteurs geschat op 125 miljard dollar per jaar. Maar die groei is dus gepaard gegaan met de nodige problemen op het gebied van duurzaamheid. En met duurzaamheidsprogramma’s, zoals het ‘ASC-stempel’ van het Aquaculture Stewardship Council, zijn die problemen maar heel beperkt op te vangen, aldus de auteurs in Science.

De teelt van garnalen gaat gepaard met grote milieuproblemen.
Shutterstock, Biowetenschappen en maatschappij

‘Een ASC-label verkleint de risico’s enigszins, maar is bepaald geen garantie voor echt duurzame productie’, zo licht Bush het probleem toe. ‘Allereerst gaat het op dit moment om een heel klein deel van de markt, te weten die producten voor een markt waar westerse consumenten vragen om duurzame producten. Van de totale productie uit aquacultuur gaat iets meer dan 10% nu naar markten waar concreet vraag is naar vis of garnalen met een duurzaamheidsstempel. Daarvan is een kleine 5% nu daadwerkelijk gecertificeerd.’

‘In het geval van onder andere garnalen, worden die gecertificeerde producten geleverd door de grotere producenten’, vertelt Bush, ‘die in staat zijn om de hele keten, van kweek, via verwerking tot levering helemaal in de hand te houden. Maar de bulk van de productie komt nog steeds van een enorme massa van kleinere kwekers. Die hebben het een stuk lastiger. En als er een groep kwekers met extensieve teeltsystemen, dus in de vrije natuur, bij elkaar in de buurt zit, en er is er maar ééntje die niet met het ASC-programma meedoet, dan kan hij heel makkelijk de rest besmetten wanneer hij bijvoorbeeld een ongecontroleerde ziekteuitbraak krijgt.’

Sinds het begin van deze eeuw wordt wel steeds duidelijker hoe de teelt van garnalen een stuk duurzamer zou kunnen, legt Bush uit. ‘Allereerst is duidelijk dat het rigoureus kappen van alle bomen in een stuk mangrove funest is. Het gebied wordt kwetsbaar, niet alleen voor voedselgebrek en ziekteuitbraken voor de garnalen, maar ook voor overstromingen in het achterland en achteruitgang in de opbrengsten van de visserij. Mangrovebossen zijn immers kraamkamers voor wilde vis.’

Het scheelt dan ook al een heel stuk wanneer niet nodeloos veel bomen worden gekapt, aldus Bush. ‘Een nog betere optie is een intensievere teelt van garnalen. Die is uit te voeren in afgesloten systemen die je bij wijze van spreken op de parkeerplaats van je kantoor kunt zetten. Maar die systemen zijn weer behoorlijk prijzig. Zolang ze garnalen produceren haal je de kosten er wel uit, maar als je een keer een ziekteuitbraak krijgt ben je als kweker de pineut. Niet veel kleine kwekers kunnen zich die investering en dat risico veroorloven.’

Op dit moment werkt de groep van Bush aan een nog betere benadering: verduurzaming op de schaal van een compleet landschap. ‘Samen met overheden, NGO’s en bedrijven zou je moeten streven naar een evenwichtige benadering van de teelt, waarbij de sociale, ecologische en zakelijk aspecten in een hele regio samen worden bekeken. Zo’n duurzame keten zou je kunnen laten certificeren door ASC. Maar misschien zou het nog beter zijn als niet de vraag van duurzame consumenten, maar bijvoorbeeld westerse winkelketens de drijvende kracht worden achter deze verduurzaming. Zij hebben er immers ook veel bij te winnen. Een duurzaam systeem betekent dat die leverancier voor langere tijd gegarandeerd is van de aanvoer van producten van een hoge kwaliteit. Duurzaamheid is niet alleen een kwestie van principes. Het is uiteindelijk vooral een kwestie van een rationele benadering van de productie van ons voedsel.’

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 juni 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.