Je leest:

Stemmen met je portemonnee

Stemmen met je portemonnee

Auteur:

De presidentsverkiezingen van 2008 worden de duurste uit de Amerikaanse geschiedenis. ‘Er wordt bijzonder veel geld ingezameld en uitgegeven. We verwachten dat binnenkort de grens van één miljard dollar overschreden gaat worden,’ zegt Sheila Krumholz van het Center for Responsive Politics. ‘Het geeft aan hoe belangrijk burgers deze verkiezingen vinden. Er staat veel op het spel.’

‘Geld en politiek is een sexy onderwerp’, waarschuwt prof. Kees Brants (Universiteit van Amsterdam) bij aanvang van de lezing over de financiering van de Amerikaanse verkiezingen. Hij introduceert Sheila Krumholz, directeur van het Amerikaanse Center for Responsive Politics. Samen met 17 andere onderzoekers analyseert zij de geldstromen in de Amerikaanse politiek.

Ze draaien overuren, want het geld rolt tijdens deze voorverkiezingen. Barack Obama heeft sinds zijn kandidaatsstelling 138 miljoen dollar ingezameld. Hillary Clinton moet het met iets minder doen: zij heeft in totaal zo’n 134 miljoen dollar opgehaald. Het is voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis dat de Democraten meer geld inzamelen dan de Republikeinen. McCain blijft bijvoorbeeld ver achter met maar 54 miljoen dollar in zijn campagnekas.

Obama haalt een miljoen dollar per dag binnen.

Meer van alles

‘Deze voorverkiezingen zijn more of everything’, zegt Sheila Krumholz. ‘Ze zijn intenser dan voorgaande verkiezingen, ze zijn eerder begonnen en ze zijn een stuk duurder. In deze eerste maanden is er al meer geld ingezameld en uitgegeven dan de totale inkomsten en uitgaven bij de voorgaande presidentsverkiezingen.’ Voor Barack Obama tasten Amerikaanse burgers het diepst in de buidel. Zijn goed georganiseerde campagneteam weet momenteel elke dag een miljoen dollar op te halen.

De Kleine Donatie Revolutie

Meer dan een derde van Obama’s inkomsten komen uit kleine donaties. En dat is interessant, meent Krumholz. Zij heeft het zelfs over de ‘kleine donatie revolutie.’ De mogelijkheid om via internet te doneren draagt bij aan deze nieuwe trend. Het is de eerste keer dat een kandidaat zijn campagnekas spekt met heel veel kleine bedragen. Andere kandidaten, inclusief Clinton, zijn meer afhankelijk van grote donaties.

Krumholz: ‘De kleine donoren zijn een voordeel voor Obama. Een student die al eens tien dollar heeft geschonken, zal eerder bereid zijn nog eens tien of twintig dollar over te maken als Obama er slecht voor komt te staan.’ Obama’s bankrekening kan daardoor blijven groeien. ‘Het is een veelbelovende ontwikkeling voor de Amerikaanse democratie,’ stelt de onderzoekster. ‘Een kandidaat zal, als deze eenmaal president is geworden, verantwoording moeten afleggen aan véél in plaats van een beperkt aantal rijke Amerikanen.’

In de Verenigde Staten moeten presidentskandidaten zelf hun campagne financieren. Zij lobbyen bij burgers en organisaties voor de benodigde dollars. Bedrijven mogen volgens de wet geen geld doneren. Alleen individuen en zogenaamde speciaal opgerichte Political Action Committees (PACs) mogen dat. De meeste PACs representeren de belangen van bedrijven, werknemers of ideologische groeperingen. Een PAC mag maximaal $5000 per kandidaat per verkiezing schenken. Een Amerikaanse burger mag elke kandidaat met een maximaal bedrag van 2300 dollar steunen. In Nederland worden de verkiezingscampagnes gefinancierd door het contributiegeld van partijleden en door de overheid zelf. Er bestaat een subsidiefonds voor politieke activiteiten. De subsidie bestaat uit een algemeen deel en een specifiek deel, afhankelijk van het aantal huidige kamerzetels en het aantal leden van een partij.

Europees wantrouwen

De manier waarop de Amerikaanse verkiezingen worden gefinancierd, doet Europeanen nog wel eens fronsen. Want hoe kan een verkiezing eerlijk zijn als diegene met het meeste geld de meeste kans heeft om de volgende president te worden? Een politicus die opkomt voor de rechten van de armen, zal meer moeite hebben om geld binnen te krijgen dan een politicus die opkomt voor de belangen van de rijke elite. ‘Is dit niet oneerlijk?’ vraagt ook Brants zich af.

Het Amerikaanse systeem kent gevaren, antwoordt Sheila Krumholz. ‘Vooral in de eerste fase van de voorverkiezingen speelt geld een belangrijke rol. Je hebt geld nodig om mee te kunnen doen aan de wedstrijd. Maar eenmaal in de race, telt het hele pakket. Iemand moet charisma, aansprekende ideeën en een goed georganiseerd campagneteam hebben.’ Bovendien is de hoeveel geld die een politicus weet op te halen, ook een indicator van zijn populariteit, zo stelt Krumholz. Een politicus moet de burger er niet alleen van overtuigen om op hem te stemmen, maar zelfs voor hem te betalen. Het financieringssysteem zorgt er zo voor dat alleen politici met veel steun en veel overtuigingskracht weten door te dringen tot het Witte Huis.

‘Amerikaanse presidenten worden gefinancierd door olie-en gasbedrijven en de defensie industrie’ is een vaak gehoorde uitspraak. Maar dat is niet zo, blijkt uit het onderzoek van Krumholz. De gulste gevers zijn onder rechters, advocaten en juristen te vinden. Deze verkiezingen hebben ze in totaal $51 miljoen geschonken, waarvan driekwart voor de Democraten. Daarna volgen gepensioneerden, verzekeringsmaatschappijen en makelaars, universiteitsmedewerkers en Hollywood.

Schenken aan de favoriet van de baas

Bedrijven mogen volgens de wet niet direct geld aan politici schenken. Giften worden op persoonlijke titel gedaan. Dat maakt het systeem ingewikkeld en onoverzichtelijk. Het Center for Responsive Politics zoekt echter uit wie wat geeft, wat zijn beroep is en of collega’s en familieleden ook gulle gevers zijn. Op die manier kunnen ze in kaart brengen wat de relatie is tussen bedrijven en politici.

Het blijkt dat directeuren hun werknemers nog wel eens onder druk zetten om de favoriet van de baas te steunen. Krumholz: ‘Wij krijgen hier anonieme klachten over. Een directeur stuurt bijvoorbeeld een brief aan zijn topmanagers waarin hij zijn steun betuigt aan Obama of McCain en zijn medewerkers oproept hetzelfde te doen. Als een werknemer zijn geld liever in eigen zak houdt, heeft hij kans op een lagere eindejaarsbonus.’ Dit is dan uiteraard geen expliciet beleid, maar een ongeschreven regel. ‘Werknemers worden er dan bijvoorbeeld van beschuldigd geen goede teamspeler te zijn geweest.’

‘Wat moeten ze in hemelsnaam met al dat geld doen? Waarom moeten de verkiezingscampagnes zo duur zijn?’ vroeg Kees Brants zich af. Het meeste geld wordt uitgegeven aan de salarissen van de campagnemedewerkers. Reizen tijdens de campagne is een grote uitgave. En ook de kosten voor media en reclame zijn hoog. Volgens sommige Amerikanen kun je beter je geld laten spreken dan je stem uitbrengen. Met een donatie zou je meer invloed hebben op wie er uiteindelijk in het Witte Huis terecht komt.

Bundelaars

Zo’n directeur is een ‘bundler’, iemand die op persoonlijke titel anderen overhaalt om geld te doneren. Lang niet altijd is er bij bundelaars sprake van machtsmisbruik. ‘Maar succesvolle bundelaars kunnen door het inzamelen van geld veel politieke invloed ’verdienen’. De Amerikaanse ambassadeur in Nederland was een bundelaar voor Bush. De kans is groot dat de volgende ambassadeur hier ook een succesvolle bundelaar zal zijn,’ aldus Krumholz. De invloed van de verkiezingsdollar reikt daarmee ver over de Amerikaanse grenzen.

De lezing ‘Money in elections’ vond plaats op 4 maart 2008 en werd georganiseerd door de International School for Humanities en Social Sciences (ISHSS) en het John Adams Institute in Amsterdam. Sheila Krumholz is directeur van het Center for Responsive Politics, een onafhankelijke onderzoeksorganisatie. Kees Brants is als professor politieke communicatie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 maart 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE