Je leest:

Stamceltherapie bij dieren

Stamceltherapie bij dieren

Auteur: | 22 juni 2016

Binnen de diergeneeskunde is stamceltherapie veel meer gemeengoed dan in de humane geneeskunde. Dat heeft te maken met de verschillen in de regelgeving. In Nederland is reguliere toepassing van stamcellen in de humane geneeskunde vooralsnog verboden, er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor experimentele toepassingen in een aantal onderzoekscentra. Voor de diergeneeskunde zijn er eigenlijk geen duidelijke regels, noch in Europa, noch in de Verenigde Staten en dat heeft geleid tot het uitgebreid toepassen van stamceltherapie bij het paard en gezelschapsdieren zoals de hond en in mindere mate de kat. Veel bedrijfjes leveren verschillende soorten stamcellen en in de afgelopen jaren zijn tienduizenden dieren met stamcellen behandeld. Daarbij gaat het eigenlijk altijd om uit beenmerg of vetweefsel verkregen volwassen stamcellen.

Peesletsel bij paarden

Het paard is waarschijnlijk het enige dier dat primair gedomesticeerd is vanwege zijn bewegingsapparaat. Duizenden jaren lang heeft het een zeer belangrijke rol gespeeld in de oorlogsvoering, de landbouw en het transport. Om diezelfde reden is het paard nu populair als sport- en vrijetijdsdier. Het is dan ook niet verwonderlijk dat aandoeningen van het spierskeletstelsel de belangrijkste redenen vormen om de hulp van dierenartsen in te roepen. Vooral pezen en gewrichtskraakbeen, weefsels die notoir slecht herstellen, veroorzaken de grootste problemen en zijn dan ook doel voor stamceltherapie.

De eerste klinische toepassing van stamcellen bij dieren werd gepubliceerd in 2003 en betrof de behandeling van peesletsel bij het paard. Omdat er op dat moment geen echt afdoende behandelingen voor ernstige peesproblemen bij het paard bestonden, werd er direct hoop geput uit de nieuwe techniek. Dat leidde tot een ware hausse van stamceltherapieën bij paarden met peesproblemen. De meeste studies claimden goede resultaten, maar waren eigenlijk allemaal wetenschappelijk gezien van onvoldoende kwaliteit omdat meestal een controlegroep ontbrak. Ook verschilden de behandelingen sterk, variërend van het simpelweg inspuiten van beenmerg met een enkele stamcel erin tot het eerst zorgvuldig isoleren en opkweken van stamcellen alvorens ze te injecteren. Toch zijn er indirect wel aanwijzingen dat (echte) stamcelbehandeling een positief effect kan hebben. Zo bleek bij met stamcellen behandelde paarden het aantal terugkerende peesproblemen minder dan bij andere behandelingen. Ook is inmiddels aangetoond dat stamcellen na inspuiten in pezen een lange periode in het weefsel aanwezig blijven en dus invloed op de omgeving uit kunnen oefenen.

Een andere toepassing bij het paard is het inspuiten van stamcellen in gewrichten met gewrichtsslijtage (artrose). Ook daar is nog maar weinig goed onderzoek naar gedaan, maar er zijn aanwijzingen dat het combineren van de gangbare behandeling van artrotische gewrichten (chirurgisch ‘opschonen’) met toedienen van stamcellen een positief resultaat kan geven.

Stamcelbehandeling bij paarden. Met ultrageluid wordt de laesie in de pees gelokaliseerd en worden naaldjes op de juiste plaats ingebracht. Daarna wordt een vloeistof met de stamcellen ingespoten.
Faculteit diergeneeskunde, Biowetenschappen en maatschappij

Artrose bij hond en kat

Enige tijd na de introductie bij het paard is ook de stamceltherapie bij de hond en in veel mindere mate bij de kat van de grond gekomen. Bij de hond worden stamcelbehandelingen voornamelijk toegepast voor aandoeningen van het bewegingsapparaat zoals artrose en heupdysplasie. Bij de kat is stamceltherapie toegepast bij chronische ontstekingen. Bij beide diersoorten gaat het meestal om volwassen, vaak uit vetweefsel gewonnen, stamcellen. Uit honden zijn ook embryonale stamcellen geïsoleerd en zijn er geïnduceerde pluripotente hondenstamcellen (iPS) geproduceerd voor onderzoek.

Ook in het geval van de hond zijn er niet veel goed opgezette en gecontroleerde studies en de resultaten zijn variabel. In een studie waarin honden met sterke artrose in de heup behandeld werden met stamcellen, werd een verbetering van de belasting vastgesteld, maar die duurde niet langer dan drie maanden. Er zijn studies die betere resultaten rapporteren, maar over het geheel genomen is het bewijs voor een duidelijke effectiviteit nog gering.

Vooruitblik

Stamceltherapie wordt op dit moment in de diergeneeskunde op vrij ruime schaal, maar op een weinig gestandaardiseerde manier toegepast. Veel geclaimde successen berusten op anekdotisch bewijs en er zijn weinig goed opgezette klinische onderzoeken uitgevoerd, laat staan grootschalige. Toch komen er geleidelijk aan meer aanwijzingen dat stamceltherapie bij een aantal aandoeningen positieve klinische effecten kan hebben. Het blijft vaak nog wel de vraag of dit komt door de cellen zelf of door de groeifactoren die ze produceren. Behandeling met verschillende varianten van bloedproducten, die wel groeifactoren en andere biologisch actieve stoffen bevatten maar geen (stam)cellen, vindt al op grote schaal plaats.

De diergeneeskundige ‘patiënten’ lijken in veel opzichten goede modellen voor de mens, zeker bij het gebruik van stamcellen in de regeneratieve geneeskunde van bijvoorbeeld gewrichtskraakbeen of tussenwervelschijven. Het gebrek aan regelgeving, dat aan de ene kant kwaliteitscontrole moeilijk maakt en daarom reden tot zorg is, laat aan de andere kant snelle klinische toepassingen toe die van groot belang zijn voor het verder ontwikkelen van stamceltherapie ten behoeve van mens en dier. In de nabije toekomst zijn belangrijke ontwikkelingen te verwachten, maar de houding van verschillende overheden in deze zal medebepalend zijn voor het tempo waarin deze plaats zullen vinden.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 juni 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.