Je leest:

Stalkers die opnieuw de fout in gaan, doen dat snel

Stalkers die opnieuw de fout in gaan, doen dat snel

Auteurs: , en | 7 november 2011

Als stalkers na een veroordeling opnieuw de fout in gaan, doen ze dat snel. Deze recidiverende stalkers nemen dan snel weer contact op met hun slachtoffer of gaan naar haar toe. Sommige stalkers gaan zelfs vanuit de gevangenis door met het lastigvallen van hun slachtoffer, bijvoorbeeld via de mobiele telefoon.

Dit blijkt uit onderzoek naar stalking, dat is uitgevoerd door het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam. Voor dit onderzoek is de Justitiële Documentatie van veroordeelde stalkers onderzocht, en zijn strafdossiers van recidiverende stalkers geanalyseerd.

Stalkers vallen óf snel terug óf helemaal niet.
Leonrw

Snelle recidive

Meer dan de helft (53%) van de stalkers recidiveert, zo blijkt uit ons onderzoek naar een groep van 709 veroordeelde stalkers. In vergelijking met ander onderzoek is dat niet zo’n hoog percentage, maar dat komt doordat we ‘een nieuwe veroordeling’ als criterium hebben genomen. Ander onderzoek neemt meestal een veel ruimer criterium, namelijk ‘nieuwe contacten met justitie’ (zie Wartna & Tollenaar). Als dát criterium was genomen, was de recidive van stalkers waarschijnlijk veel hoger uitgevallen.

Slechts een klein deel van de recidiverende stalkers vervalt in stalking (11%). Vaker worden delicten gepleegd die op stalking lijken (26%), zoals bedreiging, vernieling, belediging en huis- en lokaalvredebreuk. Stalkers ‘specialiseren’ zich dus niet echt, maar blijven wél vaak in dezelfde sfeer. Bijna de helft pleegt ook geweld. Een deel van dat geweld is tegen personen gericht, vaak het slachtoffer (Malsch et al., 2006).

Soms staat de stalker snel nadat hij vrijkomt alweer op de stoep bij zijn slachtoffer. Een deel van de stalkers recidiveerde zelfs binnen één week. Stalkers vallen óf snel terug, óf helemaal niet. Een veroordeling wakkert stalking waarschijnlijk aan: gevoelens van wraak of het willen zien van het slachtoffer worden erdoor gestimuleerd. Een escalatie kan dan dreigen. Het is daarom verstandig om de stalker in de periode kort na een veroordeling goed in de gaten te houden.

Stalkers met een strafblad

Stalkers die al een strafblad hebben recidiveren aanzienlijk vaker: 81 procent tegen ‘slechts’ een kwart van de first offenders. Het lijkt er dus op dat van de stalkers die voor de eerste keer zijn veroordeeld ongeveer driekwart daarna stopt. Maar aangezien veel delicten nooit bekend worden (het probleem van het zogenoemde ‘dark number’) kunnen we hier niet zeker van zijn.

Ongeveer de helft van de stalkers lijdt aan psychische stoornissen: behandelen zou in deze gevallen beter zijn dan straffen.
Shwe

Maatregelen hebben weinig effect

Maatregelen tegen stalking hebben lang niet altijd effect. Als slachtoffers een nieuw telefoonnummer nemen of naar een geheim adres verhuizen, weten stalkers hen vaak toch weer te vinden. Of zij vallen familieleden van het slachtoffer lastig. Stalkers vormen een wat intelligentere dadergroep. Zij weten vaak manieren te vinden om tóch door te gaan met het lastigvallen van hun slachtoffer. Bij een straatverbod wijken ze bijvoorbeeld soms uit naar het werkadres van het slachtoffer. Of ze proberen via anderen bij het slachtoffer te komen. Vaak lukt hen dat. Als een alarmsysteem bij het slachtoffer thuis wordt geplaatst, kan dit tot gevolg hebben dat zij op straat wordt lastiggevallen.

Dit alles tekent de obsessie van stalkers. Ongeveer de helft van de stalkers lijdt aan psychische stoornissen. Er is een grote kans dat een straf bij deze personen ook niet helpt om verder probleemgedrag tegen te gaan. Een behandeling zou dus beter zijn.

Ontkenningen en verdraaiingen

Veel stalkers ontkennen bij de rechter hun verantwoordelijkheid voor hun lastige gedrag. Ze kwamen het slachtoffer ‘bij toeval’ tegen, zeggen ze, of ze ‘moesten toch daar in de buurt zijn’. Ook vinden ze soms dat het slachtoffer niet echt te lijden heeft onder het contact dat ze zoeken. Sommige stalkers zeggen dat ze alleen maar op bezoek komen om de gezamenlijke kinderen te kunnen zien. Dit soort ontkenningen of verdraaiingen heten ‘neutraliseringstechnieken’ (Sykes & Matza). Zij leiden ertoe dat de stalker niet tot zelfinzicht komt. Stalkers bevestigen met dit soort technieken alleen maar steeds weer hun eigen gelijk. De kans op herhaling blijft groot als stalkers niet tot zelfinzicht komen.

Contacten met het slachtoffer worden door stalkers soms anders uitgelegd dan bedoeld was door het slachtoffer. Ook dat is een ‘neutraliseringstechniek’. Slachtoffers die in een stevig gesprek met de stalker proberen duidelijk te maken dat ze geen contact meer met hem willen, komen vaak van een koude kermis thuis. Zij moedigen hem daarmee alleen maar aan. Stalkers zijn goed in het in hun eigen straatje uitleggen van het gedrag van het slachtoffer.

Overigens komt het bij stalking ook wel voor dat slachtoffers zelf contact zoeken, ondanks dat hen dat wordt afgeraden. Er is vaak sprake van een ‘knipperlichtrelatie’: periodes waarin het ‘aan’ is wisselen af met periodes waarin het ‘uit’ is. Dit betekent dat er altijd grondig onderzoek moet worden gedaan naar stalkingsaangiften.

Subgroep van gevaarlijke stalkers

De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat er een kleine groep stalkers is die zich niet snel door een veroordeling laat tegenhouden. Het gaat om zeer obsessieve stalkers die al verschillende keren zijn veroordeeld voor stalking maar toch telkens weer opnieuw beginnen. Zij overtreden contactverboden en laten zich niet door alarmsystemen tegenhouden. Door middel van de ‘neutraliseringstechnieken’ praten ze hun eigen gedrag goed. Deze groep is het gevaarlijkst, zeker kort na een veroordeling. Maar toch is er ook positief nieuws, want het merendeel van de stalkers die voor het eerst is veroordeeld, lijkt daarna toch te stoppen.

Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het NSCR en eerste auteur van dit artikel. Dr. Jan de Keijser is Universitair Hoofddocent Criminologie aan de Universiteit Leiden. Sofia Debets voerde haar afstudeeronderzoek bij het NSCR uit.

Bronnen

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
© Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 november 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.