Je leest:

Staatsgrens breekt dialect op

Staatsgrens breekt dialect op

Ooit spraken de mensen aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens tussen Nijmegen en Venray dezelfde taal: het Kleverlands. De Nijmeegse dialect-onderzoekster Charlotte Giesbers ontdekte dat de officiële staatsgrens de oorzaak is van de opbreking van dit dialect in twee varianten (een Nederlandse en een Duitse) die steeds verder uit elkaar groeien.

Ooit was het Kleverlands één dialectcontinuüm. Anders gezegd: de bewoners aan beide zijden van de Nederlands-Duitse grens tussen Nijmegen en Venray spraken dezelfde taal, kleine variaties daargelaten. Ook na vaststelling van de officiële staatsgrens tussen Nederland en Duitsland, in 1815, bleef dit nog lang zo. Tegenwoordig echter spreken steeds minder mensen Kleverlands en lijken de varianten ook steeds minder op elkaar.

Charlotte Giesbers promoveert 26 juni op haar onderzoek naar het Kleverlands. Ze onderzocht of tóch de staatsgrens een breuk in het dialectcontinuüm vormt en ontdekte dat dat inderdaad zo is. Aan weerszijden passen de dialectvarianten zich aan aan de standaardtaal en zo groeien ze uit elkaar.

Het Kleverlands werd gesproken in dorpen als Groesbeek, Kranenburg, Siebengewald, Gennep, Goch, Afferden en Ven-Zelderheide. Op de afbeelding zie je de verschillende benamingen voor het woord mier in de regio.

Giesbers onderzocht door middel van enquêtes welke mensen dialect spreken en in welke situaties ze dat doen, en wat de houding van bewoners ten opzichte van het dialect is, vergeleken met de standaardtaal. Ook: waar doen mensen hun boodschappen, waar woont hun familie, waar hebben ze vrienden? En in hoeverre is in de waarneming van de streekbewoners de staatsgrens ook een grens in het dialect (‘waar spreken ze ongeveer net als u?’)? Uit die gegevens kwam onder meer naar voren dat in het Nederlandse gebied iets vaker dialect wordt gesproken en dat de houding ten opzichte van dialect er iets positiever is dan in het Duitse gebied.

Huwelijken

De staatsgrens oefent ook invloed uit op de contacten van de bewoners van dit gebied, stelde Giesbers vast. Ze dook het archief in en bestudeerde de huwelijken tussen 1850 en 2000: wie trouwde met wie, en waar kwamen de echtelieden vandaan?

‘Er zijn nog steeds wel grensoverschrijdende verenigingen, zoals de schutterij in Groesbeek-Wyler, en mensen gaan ook naar de kermis in dorpen vlakbij over de grens. Maar het vanzelfsprekende grensverkeer zoals dat nog lang na 1815 heeft standgehouden, is er niet meer.’ Het grote omslagpunt ligt bij de Tweede Wereldoorlog, vond Giesbers. ‘Toen werd de grens ineens écht een grens. Daarvoor was 35 procent van de huwelijken in de streek grensoverschrijdend, daarna nam het snel af tot nog maar zo’n 5 procent nu.’ De Duits-Nederlandse grens is dus niet alleen een taalgrens, maar ook een sociale grens – een échte grens dus, in meer dan één opzicht.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de Nederlands-Duitse grens ook een echte grens: het scheidt niet alleen de taal, maar ook de sociale activiteiten. Zelfs nu die grens niet meer tastbaar is, blijft deze scheiding.

In vergelijking met vroeger, líjkt de grens met Duitsland tegenwoordig opener dan ooit: er staat geen douanier meer langs de weg, Nederlanders en Duitsers hanteren dezelfde munteenheid en steeds meer Nederlanders gaan net over de grens wonen, omdat grond en huizen daar veel goedkoper zijn. ‘En toch staan we steeds meer met de ruggen naar elkaar toe’, constateert Giesbers. Ze verklaart het doordat de oriëntatie van mensen minder regionaal is geworden. ‘Vroeger zocht je een partner in dezelfde streek, op de kermis in een dorp verderop. Een bewoner van Ven-Zelderheide kwam niet met een vrouw uit Amsterdam thuis. Waar moest hij die ontmoeten? Tegenwoordig leggen mensen voor werk of studie gemakkelijk grotere afstanden af.’

Landverhuizers

En wat de trek van Nederlanders naar Duitsland betreft: die is er wel, maar zelden hebben de emigranten de bedoeling om te integreren in hun nieuwe omgeving. Nederlanders gaan over de grens wonen, maar werk, scholen voor de kinderen en zelfs vrijetijdsbesteding blijven vaak een Nederlandse aangelegenheid. ‘De hedendaagse landverhuizers hebben geen invloed op het dialect. Dat is wel jammer, want het zou hét communicatiemiddel bij uitstek kunnen zijn. Als ik Nederlanders in Kleef soms hoor hannesen in het Duits… dan zou het toch stukken makkelijker zijn als je met je dialect terecht kunt… Ik kan er moeilijk een aanbeveling van maken, maar anders zou ik zeggen: mensen in de grensstreek, blijf toch vooral dialect spreken!’

Steeds meer Nederlanders gaan vlak over de grens in Duitsland wonen, omdat de grond- en huizenprijzen daar veel lager liggen. De geëmigreerde Nederlanders doen echter geen moeite om te integreren: voor werk, school, hobby’s en vrienden steken ze gewoon weer terug de grens over.

Dialect spreken neemt niet alleen af door minder grensoverschrijdende contacten, dialect spreken neemt sowieso af, overal. Giesbers weet dat het zo is, ‘maar een beetje zonde vind ik het wel. Dat Kleverlandse dialect, dat was een taal waardoor mensen ook makkelijker met elkaar in contact kwamen. Nu kun je het meemaken dat een jonge Duitser en een jonge Nederlander die nog geen tien kilometer van elkaar zijn opgegroeid bij voorkeur Engels spreken als ze elkaar ontmoeten. Want elkaars taal kennen ze niet. Dat is toch jammer?’

Het is een gegeven: dialecten verdwijnen. Daarom helpt Giesbers, die sinds april 2002 ook werkt aan het Woordenboek der Gelderse Dialecten, graag mee met het verzamelen van wat er nog is. ‘Dialect, dat is de taal van je grootouders, van je dorp, van je familie en dus van jezelf. Dat moet je bewaren. We bewaren tenslotte wel meer in musea.’

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juni 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.