Je leest:

Spreken in tongen: trance of techniek?

Spreken in tongen: trance of techniek?

Auteurs: en | 4 april 2007

Pinksteren, dat is vooral twee vrije dagen bij volop voorjaar. Maar wat is ‘Pinksteren’ eigenlijk? Christenen herdenken dan de neerdaling van de Heilige Geest op de apostelen. Volgens het Nieuwe Testament begonnen Paulus en de zijnen daarbij “in andere talen” of “in tongen” te spreken. Het spreken in tongen is ook vandaag nog een opvallend element in de pinksterbeweging, een kerkelijk buitenbeentje. Hoe gaat dat in z’n werk?

Is het pure extase of kun je ‘tongentaal’ ook leren?

“Spreken in tongen kun je niet plánnen”, zegt Wim Breedveld, voorganger van een pinkstergemeente in Drenthe. “Maar bij een gebeds- en genezingsdienst heb je meer kans dat het gebeurt dan in een gewone samenkomst.” Bij het spreken in tongen – ook wel ‘glossolalie’ genoemd – brengt iemand onbegrijpelijke, maar gestructureerde klankreeksen voort. In de pinksterbeweging is het een belangrijk fenomeen: men beschouwt het, overeenkomstig het Nieuwe Testament, als een gave van de geest – hét bewijs dat de spreker is bevangen door de Heilige Geest.

Klappen, dansen en springen

Breedvelds ‘Living Water Fellowship’ huist in een voormalige tractorreparatieruimte op een industrieterrein in Assen. Op een zondagochtend zijn hier zo’n zestig mensen van alle leeftijden bijeengekomen. Bonte banieren sieren de grauwe wanden: “Jesus is my King”, “Welcome Holy Spirit”. De sfeer is gemoedelijk en ongedwongen. Eerst een kopje koffie en wat bijkletsen. Op de verhoging voor in het zaaltje begint een band van vier jonge muzikanten zachtjes te spelen: drums, akoestische gitaar en twee vocalistes. Hier geen orgelspel en zacht gefluister, geen predikant die statig een kansel bestijgt. Breedveld stapt zwierig in het midden, verwelkomt met lofprijzingen de aanwezigen en dan zet de band echt goed in. Als bij toverslag staat iedereen te klappen, te dansen en te springen. Twee meisjes zwaaien met grote vlaggen. Breedveld, toch niet meer de jongste, gooit moeiteloos de benen van de vloer. Broeder Bert – baseballpet met embleem “Jerusalem” – schalt zijn halleluja’s door de ruimte en tolt als een dolle in het rond. De samenkomst is begonnen, welkom in de vrolijke kerk.

Het eerste deel van de tweeënhalf uur durende bijeenkomst wordt er veel omhelsd, gejubeld en gezongen. Aanvankelijk Engelse, dan Nederlandse liedjes. Meeslepende melodieën, aanstekelijke ritmes, eenvoudige teksten, geprojecteerd op een scherm. Een juichgolf gaat door de rijen. Dan weer deinen en wiegen op rustige refreinen: “Meer liefde, meer kracht, laat mij zijn zoals U”, een dwangdeun die nog dagen in je hoofd blijft hangen. Het gezang vloeit uit in een gemeenschappelijke trance en velen beginnen voor zich uit te prevelen. Breedveld weeft er scanderend een gebed doorheen. Spreken de gelovigen hier in tongen?

Achwataballa

Het fenomeen tongentaal leent zich gemakkelijk voor bespotting of anekdotiek. Een hilarisch, maar ook ontnuchterend verhaal hierover is ‘Spreken in tongen" van Maarten Biesheuvel, uit zijn bundel Duizend vlinders (1981). De schrijver vertelt over een genoeglijke avond bij een bevriend echtpaar. Het is een vrolijk innemen. Na de whisky komt de cognac op tafel en de verhalen worden hoe langer hoe sterker. Tegen twaalven stelt Maartens vrouw Eva voor om naar bed te gaan. “Straks als de cognac op is beginnen we aan de jenever en daarna aan de Berenburger en zo zitten we hier morgen tegen zessen nog.” Jannie, de gastvrouw, gaat echter koffie maken, en wil, na aandringen van haar man, uiteindelijk wel wat kwijt over haar jeugd. "Ik ben heel gelukkig geweest als kind. (…) Mijn vader en moeder waren lid van de Pinkstergemeente en iedere zondag gingen we twee keer naar de kerk. In de Pinkstergemeente gaat alles, geloof ik, net zoals in de katholieke of de hervormde Kerk. Alleen preekt de voorganger veel vurig over het genot van de hemel en de ellende die ons op aarde te wachten staat. (…) Tijdens zijn preek last hij af en toe een pauze in. (…) Dan geeft een ouderling een kreun en springt midden in de kerk. ’Achwami!’ roept de ouderling, die op een verhoginkje is gaan staan. ‘Ik geloof dat de geest vaardig is geworden over ouderling Pelkman.’ zegt de voorganger, ‘laten we met grote aandacht luisteren naar wat hij te zeggen heeft.’ Op dat moment komt de ouderling pas goed los en schreeuwt door de kerk: ‘Ballamiere, dostojozwenieje prachmatoej! Jesoes zallekoem prabeneum. Mundus solvendira prachmata slach et kakemento prastos. lesos trafol gefalle, halleluja!’ Het schuim staat tegen die tijd de ouderling op de lippen. Hij gaat op zijn verhoginkje zitten en zegt tegen een jongetje dat naast hem in de banken zit: ‘Ik kan niet meer, geef me een pepermuntje, vlug!’ Dan springt een andere ouderling uit zijn bank en gaat door de kerk hollen. ‘Gemeenteleden,’ roept hij uit, ‘kinderen van één Vader, oh wij deelhebbers aan het grote heil, ik heb verstaan wat ouderling Pelkman heeft gezegd en ik zal het voor u vertalen: “De Verlosser is gekomen en alle droefenis zal ons afvallen. Hij zal ons reinigen van de zonde en in de hemel zullen we eens melk en honing drinken, zolang wij ons maar aan de geboden van God houden, halleluja!”’ Dat was voor mij altijd een heerlijk moment, en iedere zondag ging het anders toe."

Tijdens een buitendag hebben de voltallige gemeenten van een paar grote steden een zakelijke bijeenkomst in een monstertent aan de voet van de piramide van Austerlitz. Er ontstaat ruzie tussen twee broeders uit Den Haag over een nieuw soort collectezakje en of de voordeur van de kerk zwart of groen geverfd moest worden. Jannie vertelt: "De geest der mildgestemden was ver te zoeken. (…) Toen ineens begon een ouderling uit Amsterdam door de tent te rennen. ‘Achwataballa!’ riep hij uit, ‘gnoerstikom Pelkman passejewietsj huichsja Ter Vreeze patom, etiem djelo snatsietjelno objechtsjajetsje, halleluja.’ (…) Een andere ouderling uit Amsterdam sprong op een verhoging en sprak met luide stem: ‘Gode zij dank kan ik verstaan wat ouderling Ruisblad heeft gesproken. Hij zegt namelijk dat ouderling Pelkman gelijk heeft en niet meneer Ter Vreeze. Aldus spreekt namelijk God: “De collectezakjes blijven gewoon in hun oude vorm gehandhaafd en de voordeur van de kerk der Haagse gemeente wordt groen geverfd.”’ De ruzie was meteen bijgelegd, maar ik was mijn geloof kwijt."

Vervoering

Later is er de preek over beproeving en reiniging door zout en vuur. Broeder Bert op de voorste rij roept na elke ferme uitspraak of retorische vraag van de voorganger heftig hoofdknikkend “Halleluja” dan wel “Amèn”. Er is ruimte voor grappen en de overigens welbespraakte Breedveld mag gerust even de draad kwijt zijn: “Wat zei ik ook alweer dat er in Marcus 9 stond?” Aan het eind van de preek worden de aanwezigen uitgenodigd om “naar voren” te komen. Tijdens een gecombineerd bidden en zingen ontstaat er opnieuw een sfeer van trance en extase. Elk lid murmelt zijn eigen tekst. Tongentaal? Deze massale vervoeringlijkt hoe dan ook het ideale vehikel voor de gaven van de geest.

“Nee, dat is niet zo”, zegt na de dienst de tot rust gekomen broeder Bert Woudwijk, die zelf voorganger blijkt te zijn van een Messiaanse gemeente in Dordrecht. “Toen ik mensen voor het eerst in tongen hoorde spreken, dacht ik ook dat het in trance gebeurde. Maar ik kan een dienst meteen beginnen met een stukje tongentaal, nog voor er een noot muziek gemaakt wordt.” Hoe gaat dat dan in zijn werk, vraagt de leek zich af. “Essentieel is dat je je onder leiding stelt van de Heilige Geest. Dat is een keuze die je maakt.” Veel concreter kan hij het niet zeggen. Wel beaamt hij dat de techniek ook van belang is. “Er zit een leerelement in. De eerste keer wist ik niet wat me overkwam. Ik voelde me een beetje belachelijk, als een brabbelend kind. Maar naarmate je het vaker doet, raak je er bedrevener in.”

Woudwijk onderscheidt twee vormen. “Thuis zit ik soms uren in tongen te spreken. Dan gaat het alleen om mijn relatie met God. Zoiets kan ook in de samenkomst gebeuren. Daarnaast heb je het spreken in tongen dat vertaald moet worden. Dan gaat het om een boodschap. Dat heb ik nog niet mogen meemaken. Maar onze gemeente is jong: we bestaan nu net vier jaar.”

“Ik kàn het”

De theoloog Ronald Schouten was jarenlang een fervent aanhanger van de pinksterbeweging. Hij schreef een studie over glossolalie, heeft inmiddels de beweging de rug toegekeerd, maar wil wel praten over zijn ervaringen. “Bij een charismatische gemeenschap wordt alle ruimte gegeven aan de gaven van de geest. In 1 Korintiërs 12 worden er negen genoemd, waaronder genezing, profetieën en het spreken in tongen. Je hebt heel extreme en gematigde groeperingen. Wat ze gemeen hebben, is de idee van de doorbraakervaring, de doop in de geest, en die gaat gepaard met het spreken in tongen.”

Deze doop in de Heilige Geest volgt op de bekering of wedergeboorte. Het spreken in tongen is daarbij het bewijs van de komst van de Heilige Geest in de gelovige. Schouten, die twee jaar een charismatische bijbelschool volgde, ging in het begin bij de samenkomsten regelmatig ‘naar voren’, maar het magische bewijs voor de doop in de geest – het spreken in tongen – bleef uit, de twijfel sloeg toe.

Tijdens een seminar over genezing dat Schouten bijwoonde, deed een bekende voorganger een oproep aan de zieken om voor voorbede naar voren te komen. De mensen die in de kerkzaal achterbleven, moesten geestelijk meestrijden. Op een bepaald moment riep de voorganger de gemeente op mee te bidden in tongen. Schouten: “En op dat moment werd ik in het hart geraakt. Ik kan het. Welhaast ‘vanzelfsprekend’ begon ik, eerst aarzelend en zacht, later met wat meer volume, in tongen te bidden. Eindelijk, ik had de gave. Het was een sensationele, extatische ervaring.”

Tongentaal in de bijbel

Toen de leerlingen van Jezus tijdens het pinksterfeest bij elkaar kwamen, gebeurde er volgens de bijbel iets opmerkelijks: de Heilige Geest werd over hen uitgestort. In Handelingen 2:4 staat: “En zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.” Hetzelfde wonder overkwam later ook anderen: “En al de gelovigen (…) stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken.” (Handelingen 10:45-46) Een andere belangrijke bijbelpassage voor aanhangers van de pinkstergedachte is 1 Korintiërs 14:18, waaruit blijkt dat ook Paulus na zijn bekering in tongen sprak: “Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek”.

Volgens theologische tegenstanders van de pinkstergemeente blijkt uit de bijbel dat het spreken in tongen in de tijd van de apostelen vooral werd gezien als een middel om ongelovigen te overtuigen. De pinkstergemeenten zelf zien het spreken in tongen juist als iets voor ‘intern gebruik’, tussen de gelovigen onderling en tussen de gelovige en zijn God.

Het spreken in tongen is overigens niet voorbehouden aan christenen. Het komt in mystieke stromingen in allerlei godsdiensten voor. Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk het orakel van Delphi in de Griekse Oudheid, waar een priesteres, de Pythia, onverstaanbare teksten sprak die door priesters werden vertaald. Ook buiten de godsdienstige sfeer wordt wel in tongen gesproken. Vrijwel alle jonge kinderen ontdekken op een bepaald moment het plezier in hun taal en uiten dat door een tijdje in tongen te praten.

Jomanda

Schouten ging, na vijfjaar pinksterbeweging en mét de zegen van de voorganger, theologie studeren. Maar daarmee begon ook de verwijdering van de magie. “In het tweede jaar van mijn studie maakte ik kennis met het werk van Samarin. Deze linguïstische antropoloog heeft de tongentaal aan een analyse onderworpen. Hij ontdekte patronen en klankwisselingen met een min of meer vaste herhaling van consonanten. Ook trok hij lijnen naar kindertaal, kinderliedjes en muziek. Aan mijn bureau begon ik zelf mijn tongentaal op te schrijven. Ik was inmiddels zo geoefend dat ik me gemakkelijk kon laten gaan. Tot mijn grote verbazing kwam ik erachter dat ook mijn tongentaal voldeed aan de opbouw volgens Samarins theorie. Dat betekende voor mij dat het spreken in tongen geen bovennatuurlijke handeling was, maar een principe dat in elk mens aanwezig is en waar je hoogstens een geestelijke lading aan kunt geven. Spreken in tongen bleek een meditatietechniek.”

De verwijdering werd compleet toen er in Schoutens gemeente steeds meer aandacht kwam voor buitenissige en exotische ervaringen. Hij ging twee keer kijken bij Jomanda en zag daar dezelfde verschijnselen. “Ik vond het te kort door de bocht om dit opeens ‘occult’, ‘demonisch’ of’van de duivel’ te noemen. Met de toename van de manifestaties in de samenkomsten nam mijn gevoel van onbehaaglijkheid toe.”

Hij komt al jaren niet meer in de samenkomsten, maar beheerst de techniek nog. “Zal ik een stukje voordoen? Koe-ri-o-sa-man-ta-ki-ri-e-tek-ki-ki-es-sete- koe-koe-es-set.” Uit zijn mond vloeit het als een vaste reeks. “Nee, het zijn wel dezelfde klanken, maar het wisselt. De eerste keer dat je het doet, lijkt het ook een kopie van watje om je heen hoort. Maar het komt toch voor een belangrijk deel uit jezelf: nan-tali- a-si-ni-koe-ni-a-san-ta. Het is een techniek geworden, maar pinkstergelovigen zullen dat nooit zo ervaren. Zij hebben een sensationeel gevoel, dat ik dus niet meer heb. Het wordt veel thuis gepraktiseerd, in de binnenkamer, ook tijdens het gebed.”

Schouten wil het overigens niet vergelijken met het gebrabbel van kinderen. “Dat zou te goedkoop zijn. Ik heb mensen geobserveerd die de eerste keer letterlijk beginnen met ‘bo-bo-bo-bo’. Langzamerhand hoor je dat dan veranderen. Bij die eerste keer speelt het ritueel een grote rol. Het gaat gepaard met handoplegging en ik geloof dat het in een trance-ervaring gebeurt. Uit het diepste van de mens komen onbekende klankopeenvolgingen op. Mensen zijn vaak zeer verbaasd, omdat ze niet wisten dat ze dat in zich hadden.”

Tongentaalkunde

Tongentalen klinken zo simpel en tegelijkertijd zo ingewikkeld mogelijk. Zo blijkt uit alle taalkundige onderzoeken naar het verschijnsel dat sprekers in tongen een grote voorkeur hebben voor lettergrepen die eindigen op een klinker (‘open’ lettergrepen, zoals ba, tie, koe) in plaats van op een medeklinker (‘gesloten’ lettergrepen, zoals pap, tien,loek). Nu is bekend dat de eerste inderdaad makkelijker zijn dan de laatste: alle talen hebben open lettergrepen, maar niet alle talen hebben gesloten lettergrepen, en kinderen leren eerst open lettergrepen maken voor ze toekomen aan de gesloten varianten. Tegelijkertijd klinkt tongentaal soms exotisch. De klinkers en medeklinkers maken meestal deel uit van de moedertaal van de spreker, maar worden op een ongebruikelijke manier uitgesproken. Zo maken sommige Amerikaanse sprekers in tongen bij voorkeur een tongpunt- r – een variant van de r-klank die in het gewone Amerikaans niet voorkomt.

Grieks

De trance-ervaring is bekend uit alle religies. Is spreken in tongen ook niet iets universeels, ook al staat het in de verschillende godsdiensten bekend onder een andere naam? Schouten: “In geen enkele godsdienstige beweging op de wereld wordt zo veel in tongen gesproken – of hoe je het ook noemen wilt – als in het christendom. Je hebt de laatste tien jaar een sterk opkomende evangelische beweging en daarin zitten ook charismatische elementen als die van de pinksterbeweging. Zelfs binnen de ‘zwartekousenkerken’ heb je groepen mensen die in tongen spreken en in profetie geloven. Het zijn minderheden, maar ze zijn er wel. Er zijn zat leden van gevestigde kerken die het spreken in tongen praktiseren, maar daar staan ze niet bij te dansen en te springen.”

Wat kan hij nog zeggen over de patronen die hij via het werk van Samarin ontdekte? Bestaat er een soort fonetisch wetboek voor het spreken in tongen? Is de opeenvolging van medeklinker en klinker zoals bij de toonladder ‘do-re-mi’ de meest voorkomende? “Een grammaticale wetmatigheid ligt er niet aan ten grondslag. Ik vergelijk het met zingen. Spreken in tongen lijkt wel op een muzikale voordracht. Er zitten terugkerende klankopeenvolgingen in. Ik onderscheid bij mezelf: di-es-ta, di-as-ta, di-en-ta, di-den-te; santa, sun-ta, san-ta, an-ta. Dat komt dan steeds weer terug. Sta-ba-di, sti-pi-di, sta-bi-di, sta-ban-ta. Ik heb weleens het commentaar gekregen: ‘Jij spreekt Grieks.’ Dat komt waarschijnlijk doordat ik veel klanken gebruik als koe-ri-os.”

Dat Schouten Grieks-klinkende reeksen voortbrengt, is misschien te verklaren uit zijn klassieke achtergrond en studie theologie. Hij zal toch niet snel in een soort Chinees in tongen spreken? “Ik sprak al in tongen jaren voor ik theologie studeerde. En ik heb weleens mensen in een Zweeds-achtige tongentaal horen praten, terwijl ze echt helemaal niets met Zweden hadden. Ik denk dat het uit het binnenste van de mens komt. Er zijn ook muzikanten die het gebruiken. Als mensen zich laten gaan, krijg je de mooiste klanken. Bij de muziekgroep Dead Can Dance praktiseert de zangeres het. Zij kan zich beter uiten in die klanken. Maar ik denk ook aan een componist als Wim Mertens. Die is naar mijn idee bij zijn pianospel gewoon aan het glossolaleren. Prachtig!”

De Nederlandse pinksterbeweging

Gerrit Roelof Polman (1868-1932) was al lang op zoek naar God toen hij op 4 juni 1908 tijdens een reis naar Engeland de ‘pinksterdoop’ ontving en voor het eerst in tongen sprak. Hij was al aangesloten geweest bij het Leger des Heils en de beweging van de charismatische Amerikaan Alexander Dowie. Bij beide had hij slechte ervaringen gehad: hij was waarschijnlijk te eigenzinnig om een goed heilsoldaat te kunnen zijn en de Dowie-beweging viel na de dood van de leider door allerlei schandaaltjes uit elkaar.

Polmans vrouw Wilhelmina ontving de gave van het spreken in tongen als eerste. Toen zij in het najaar van 1907 op het huis paste van kennissen die in Zwitserland waren om de betrekkelijk nieuwe pinksterbeweging te onderzoeken, kreeg ze een visioen van Jezus die haar opriep Hem te volgen. De week erna sprak mevrouw Polman volgens bronnen in de pinksterbeweging in tongen en zong ze “in de Geest een krachtige melodie”.

Onder leiding van het echtpaar Polman bloeide de Nederlandse pinksterbeweging op, maar na de dood van Gerrit brak er een periode van twisten en onenigheid aan tussen drie troonpretendenten. Pas de laatste jaren wordt er werkelijk gestreefd naar samenwerking. Een van de grootste en best georganiseerde verenigingen van pinkstergemeenten in ons land lijkt momenteel de Broederschap van Pinkstergemeenten (www.euronet.nl/~bpg), die naar eigen zeggen ongeveer zestig aangesloten gemeenten kent, met in totaal zo’n negenduizend gelovigen. Een andere grote organisatie heet Volle Evangelie Gemeenten in Nederland (VEGN). Deze telt naar eigen zeggen 43 gemeenten en ruim zesduizend leden. De twee groepen werken met nog vier andere samen in het Landelijk Platform van de Pinkster- en Volle Evangeliebeweging.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.