Je leest:

Spraaktherapie van de computer

Spraaktherapie van de computer

Auteur: | 25 juli 2008

Spraak- en taaltechnologie kan veel tijd en kosten besparen bij het geven van spraaktherapie, zowel voor de patiënt als voor de therapeut. Zo heeft het EST-project uit Nijmegen onlangs de Nationale Zorgvernieuwingsprijs 2008 gewonnen voor een online spraaktherapie voor dysartriepatiënten. Ook Virtual Reality behoort in de nabije toekomst tot de mogelijkheden.

De Nederlandse gezondheidszorg heeft zich de laatste decennia zo goed ontwikkeld, dat mensen steeds ouder worden. Dat betekent alleen wel dat ook er steeds meer ouderen zijn die te kampen hebben met de gevolgen van een beroerte of een ouderdomsziekte als de ziekte van Parkinson. Het inzetten van de computer als hulpje van de spraaktherapeut kan zowel voor de patiënt als voor de logopedist veel tijd en kosten besparen.

Stoornissen

Er zijn veel verschillende soorten spraak- en taalstoornissen die kunnen voorkomen bij oudere mensen. Afasie komt veel voor bij mensen die een beschadiging in het taalgebied in de hersenen hebben opgelopen, meestal door een beroerte. De taalproblemen die hiervan het gevolg zijn, zijn bij elke afasiepatiënt anders. Dit is namelijk afhankelijk van de grootte en de exacte locatie van het beschadigde gebied. Veel voorkomende problemen zijn woordvindingsproblemen (“zo’n ding…om mee te knippen”) of problemen met het maken van grammaticaal correcte zinnen (“ik…bakker….gisteren”). Met therapie is het vaak wel mogelijk om de spraak van een afasiepatiënt nog enigszins te verbeteren, maar daar is heel intensieve therapie voor nodig, waarbij de patiënt meerdere keren per week bij de therapeut op bezoek gaat.

De taalproblemen bij afasie zijn afhankelijk van de grootte en de plek van het beschadigde hersengebied.

Een andere spraakstoornis die veel voorkomt bij ouderen is dysartrie, waarbij de spraakmotoriek wordt verstoord door een aandoening in het zenuwstelsel of in de spieren zelf. De spraak wordt daardoor langzaam en de articulatie wordt onnauwkeurig, slap en ongecoördineerd. Dysartrie komt meestal voor na een beroerte of bij aandoeningen aan de hersenen, zoals de ziekte van Parkinson. Een dysartriepatiënt is vaak moeilijk te verstaan, omdat niet alleen zijn articulatie verstoord is, maar ook de ademhaling, stemgeving en de intonatie. Met veel training kan de spraak van deze patiënt een stuk beter verstaanbaar worden.

Tijd- en kostenbesparing

Bij bovengenoemde spraakstoornissen is meestal een intensieve therapie nodig om er voor te zorgen dat de patiënt weer kan communiceren met zijn omgeving. Dit kan voor problemen zorgen: er zijn steeds meer ouderen, en dus ook steeds meer ouderen die therapie nodig hebben, maar het aantal therapeuten blijft gelijk. De therapeuten komen dus tijd tekort om alle patiënten optimaal te kunnen helpen. Bovendien zijn ouderen, zeker na een beroerte, niet altijd in staat om meerdere keren per week naar de therapeut te reizen voor de therapie. De computer kan bij deze problemen uitkomst bieden. Als een patiënt eenvoudig kan oefenen met behulp van een computer en internet, worden er twee vliegen in één klap geslagen. De patiënt kan makkelijk vanuit huis oefenen op elk gewenst tijdstip en de therapeut is minder tijd kwijt per patiënt en kan zo meer mensen helpen. Met behulp van spraak- en taaltechnologie zijn al verschillende van dit soort systemen met veel succes ontwikkeld.

Prijswinnaar EST

Afgelopen voorjaar heeft Lilian Beijer van het Ontwikkelcentrum voor Spraak- en Taaltechnologie (OSTT) van de Sint Maartenskliniek in Nijmegen de Nationale Zorgvernieuwingsprijs 2008 gewonnen met haar EST-project. EST staat voor ‘op E-learning gebaseerde SpraakTherapie’, een online spraaktraining voor mensen met dysartrie. Het systeem is ontwikkeld in een samenwerkingsverband van de Sint Maartenskliniek met de afdeling Taalwetenschap van de Radboud Universiteit en het Universitair Centrum voor Informatievoorziening te Nijmegen.

Het beginscherm van de online spraaktherapie uit het EST-project.

Via een website kan de patiënt inloggen in het systeem waar de therapeut speciaal voor die patiënt een training heeft voorbereid. De patiënt klikt op de oefenitems in de training, waarna hij via een headset de klank, woord of zin hoort die hij moet nazeggen. Deze oefenitems staan opgeslagen op een centrale server van de Radboud Universiteit Nijmegen. Op deze server staan verschillende versies van elk oefenitem, waarbij steeds met speciale software de toonhoogte, snelheid, luidheid en intonatie is aangepast. Bovendien is elk item met een mannelijke en een vrouwelijke stem opgenomen. Zo kan de training heel specifiek voor elke individuele patiënt worden voorbereid.

Op voor de patiënt geschikte tijdstippen kan hij achter zijn computer gaan zitten en zijn oefeningen doen. Hij hoort via zijn headset de voorbeelditems en spreekt deze na in zijn microfoon. Zijn spraak wordt opgeslagen op de centrale server, zodat de patiënt het kan terugluisteren en kan vergelijken met het voorbeelditem. Zo kan hij zelf in de gaten houden of het goed genoeg was of dat hij het beter nog een keertje kan proberen. Naast deze subjectieve vergelijking is ook een objectieve vergelijking mogelijk met behulp van grafiekjes. Aan de ene kant ziet de patiënt de toonhoogte en de luidheid van de spraak in het voorbeelditem en aan de andere kant die van zijn eigen spraak terwijl hij het voorbeelditem nazei. Als deze grafiekjes veel van elkaar verschillen, weet hij dat hij misschien beter nog wat meer kan oefenen.

De opgenomen spraak van de dysartriepatiënten wordt opgeslagen op de centrale server. Het directe voordeel hiervan is dat de therapeut op afstand kan luisteren hoe het gaat met zijn patiënten en zonodig de training kan bijstellen. Ook kan de therapeut zo de spraak van een patiënt op verschillende momenten in de therapie vergelijken, zodat objectief bekeken kan worden of er wel voldoende vooruitgang geboekt wordt. Anderzijds is deze database van dysartische spraak van grote waarde voor onderzoekers. Zij kunnen de spraaksamples gebruiken om bijvoorbeeld een automatische spraakherkenner voor dysartrische spraak te ontwikkelen. Ook kunnen wetenschappers zo de spraak beter analyseren, zodat ze nog betere spraaktherapieën voor dysartriepatiënten kunnen ontwikkelen.

Een patiënt aan het werk met EST, ontwikkeld door de Sint Maartenskliniek in samenwerking met de afdeling Taalwetenschap van de Radboud Universiteit en het Universitair Centrum voor Informatievoorziening in Nijmegen.

Lilian Beijer gebruikt de 70.000 euro die ze heeft gewonnen met deze spraaktechnologische toepassing om het systeem landelijk te implementeren.

Er is naast de EST nog meer spraaktraining-software op de markt. Zo kunnen met name kinderen met taal-, spraak- of gehoorproblemen hun spraak oefenen met de SpeechViewer. De spraak wordt hierbij omgezet in verschillende bewegende animaties, zodat het oefenen een spelletje wordt. Omdat veel ouderen liever geen therapie volgen die duidelijk is ontwikkeld voor kinderen, zijn voor hen serieuzere animaties ontwikkeld.

Virtual Reality

Voor mensen met afasie is een ‘eenvoudig’ nazeg- en feedbacksysteem als het EST niet altijd geschikt. Zij hebben immers niet alleen moeite met uitspraak, maar ook met het formuleren van zinnen. Ook hiervoor zijn met behulp van spraak- en taaltechnologie speciale therapiemethodes ontwikkeld.

Zo is er bijvoorbeeld STAP, Systeem voor de Training van AfasiePatiënten. Het werkt vergelijkbaar als EST: de therapeut stelt de oefeningen samen die de patiënt vervolgens thuis kan doen. Dit gebeurt alleen niet via een website, maar via een programma dat op de computer geïnstalleerd moet worden. Ook bij STAP worden de resultaten bijgehouden, zodat de therapeut de voortgang in de gaten kan houden. Er wordt alleen geen grote centrale spraakdatabase van alle gebruikers aangemaakt die onderzoekers kunnen gebruiken. Een ander verschil met EST is dat de afasiepatiënt bij STAP niet alleen voorbeelden hoeft na te zeggen, maar ook kan werken aan bijvoorbeeld woordvindingsproblemen. Dit kan door plaatjes te benoemen of door woorden op te sommen die geassocieerd worden bij een kernwoord (schoen: veter, sok, lopen, etc). Ook kan geoefend worden met het maken van verschillende woordvormen, zodat zinnen minder grammaticale fouten bevatten.

Autistische kinderen kunnen hun sociale vaardigheden trainen met behulp van een virtueel vriendje. Virtual Reality kan in de toekomst ook worden ingezet om afasiepatiënten spraak- en/of taaltherapie te geven.

Nog een stapje geavanceerder is het gebruik van Virtual Reality (VR) voor de spraaktraining van afasiepatiënten. Hierbij kan een heel scenario worden ontworpen waarin de patiënt kan werken aan zijn taal- en spreekvaardigheden. Op deze manier traint hij niet alleen afzonderlijke deelaspecten van taal (bijvoorbeeld uitspraak of woordvorm), maar alle aspecten die bij communicatie om de hoek komen kijken. Er kan bijvoorbeeld in een bakkerij worden geoefend met het bestellen van brood of in huis met het ontvangen van bezoek. In Nederland is deze gecompliceerde software nog niet voorhanden, maar de universiteiten van Nijmegen en Tilburg zijn van plan om hier samen aan te gaan werken.

Spraaktherapie met behulp van de computer maakt de therapeut zeker niet overbodig; deze zal nog steeds de oefeningen moeten samenstellen en moeten controleren of de patiënt voldoende vooruitgang boekt of misschien een andere soort therapie nodig heeft. Wel kunnen deze ICT-toepassingen zowel de patiënt als de therapeut veel tijd en kosten besparen. En dat kan een groot voordeel zijn in een samenleving waarin steeds meer mensen zorg nodig hebben die steeds duurder wordt.

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/spraakherkenning.atom", “max”=>"5", “detail”=>"normaal"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 juli 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.