Je leest:

Speurtocht naar het oudste Nederlands

Speurtocht naar het oudste Nederlands

Auteur:

Hoe bekend ook, het zinnetje Hebben olla uogala is niet het oudste bewaard gebleven Nederlands. Die eer komt toe aan de zogenoemde Malbergse Glossen in de Lex Salica, een tekst uit de zesde eeuw bewaard in handschriften uit de achtste eeuw.

Haast iedereen kent wel het liefdesliedje Hebban olla uogala…, dat rond het jaar 1100 door een West-Vlaamse monnik met heimwee zou zijn opgeschreven in een Zuid-Engels klooster bij wijze van pennenproef. Dit zinnetje is onmiskenbaar Oudnederlands, maar is het ook het oudste bewaard gebleven Nederlands? Prof.dr. Arend Quak weet zeker van niet. In zijn oratie Echt Oudnederlands? gaat Quak in op de moeilijkheden die de onderzoeker tegenkomt in zijn speurtocht naar het oudste Nederlands.

Prof.dr. Arend Quak hield op 19 februari 2008 zijn oratie “Echt Oudnederlands?” bij de aanvaarding van de leerstoel Oudgermaanse filologie.

Malbergse Glossen

Kenners wisten allang dat de zogenoemde Wachtendonckse Psalmen uit de tiende eeuw een veel betere kandidaat waren, stelt Quak. Maar die teksten zijn een stuk minder poëtisch en daardoor altijd op de achtergrond gebleven. Toch zijn ook die teksten niet de oudste. Die eer komt toe aan de zogenoemde Malbergse Glossen in de Lex Salica, een tekst uit de zesde eeuw bewaard in handschriften uit de achtste eeuw. Een zinnetje uit deze glossen – aantekeningen in de kantlijn – werd in een recente discussie in NRC Handelsblad genoemd als het oudste. Vanuit het oogpunt van de mensenrechten bekeken, mag dit zinnetje er zeker ook zijn, betoogt Quak. Het zinnetje Maltho, thi ātōmeo, theo betekent namelijk Ik zeg: ik laat jou vrij, slaaf. Er staat ook nog een variant met het woordje lēto ‘halfvrije, laat’ in plaats van theo ‘slaaf’.

Salische Franken

De Lex Salica is de wet van de Salische Franken die een gebied bewoonden dat zich uitstrekte van Noord-Brabant tot Noord-Frankrijk. De hoofdtekst is geschreven in het Latijn. De glossen waren oorspronkelijk hoofdzakelijk bedoeld voor hen die het Latijn niet machtig waren en soms omdat een bepaalde frase letterlijk zo uitgesproken moest worden om hem rechtsgeldig te maken, zoals in het voorbeeld van het zinnetje Maltho…. De Franken romaniseerden echter in hoog tempo. Omdat het Romaans nu eenmaal een veel hogere status had, lieten de Franken hun Germaanse taal vallen. Al gauw werd de betekenis van de glossen door de kopiisten van de tekst niet meer begrepen en verbasterden ze die bij het overschrijven of lieten ze maar helemaal weg. Eén kopiist schrijft dat hij die ‘Griekse woorden’ maar heeft weggelaten.

Sint Remigius doopt de Frankische koning Clovis, die in 512 de opdracht gaf de Lex Salica op te schrijven, in de kathedraal van Reims in Noord-Frankrijk. Circa 1500 van een onbekende Franse schilder uit Saint-Gilles.

Afgrenzing

Die verbastering van de glossen is een van de problemen die de onderzoeker het hoofd moet bieden. Vaak zijn de verbasteringen zo groot (zie kader) dat de identificatie volstrekt niet mogelijk geweest zou zijn, als er maar één handschrift van de tekst zou hebben bestaan. Een ander probleem is de afgrenzing van de taal van de Lex Salica. In de tijd dat de tekst ontstond was het onderscheid tussen het Fries, het Hoogduits en het Nederlands nog niet zo duidelijk afgebakend, laat staan het onderscheid tussen het Nederlands en het Nederduits of Saksisch. Hulpmiddel voor het bepalen daarvan is onder meer de geografie van het gebied waar de Lex Salica is ontstaan; dat ligt grotendeels op grondgebied waar nu (nog) Nederlands gesproken wordt. Een ander hulpmiddel vormen bepaalde woordvormen die in de Lex Salica voorkomen en die niet bekend zijn uit het Fries of het Duits, maar wel uit het latere Middelnederlands.

De tien verbasteringen van het woord *chrannichaltia (‘varken dat binnen een afge­sloten ruimte wordt gehouden’) uit steeds een ander handschrift:

1. chranalteo 2. rhannechala 3. char calcio 4. diram ni 5. chranchalteo 6. rhanne chalteo 7. chramnechalti 8. chrinne chulti 9. chranne chalti 10. chrane calcium

Gelatiniseerd

Klankleer en de vormleer bieden de onderzoeker nauwelijks houvast, stelt Quak. De woorden zijn meestal in een gelatiniseerde vorm overgeleverd en omdat het merendeel van de glossen bestaat uit losse woorden – voornamelijk zelfstandig naamwoorden – valt er ook nauwelijks iets te zeggen over de grammatica. De conclusie van Quak is niettemin dat de Malbergse Glossen mogen worden gezien als echt Oudnederlands.

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief van de Universiteit Leiden.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 februari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE