Je leest:

Sperma als natuurlijke bescherming?

Sperma als natuurlijke bescherming?

Auteur: | 2 juni 2000

Het inslikken van sperma vòòr de zwangerschap vermindert aanzienlijk de kans op pre-eclampsie (een gevaarlijke zwangerschapsaandoening), zo ontdekten gynaecologen van de Amsterdamse VU. Leidse immunologen gingen op zoek naar het achterliggende mechanisme.

Het is natuurlijk een beladen onderwerp. Hoewel orale seks volgens de president van de Verenigde Staten het predikaat ‘seks’ niet verdient, zijn er maar weinig mensen die vrijuit over hun eigen ervaringen op dit gebied praten. De lacherige sfeer die rond deze en andere seksuele gewoonten hangt, kan onderzoek ernaar hinderen. Als onderzoeker loop je immers niet graag te koop met je belangstelling voor andermans seksleven, zelfs niet als die belangstelling op zuiver wetenschappelijke gronden berust. En welke onderzoeksinstelling verbindt graag haar naam aan orale seks?

Zeldzaam is orale bevrediging echter beslist niet (we bedoelen hier wat in de volksmond ‘pijpen’ heet; fellatio is de officiële term), zo blijkt uit het rapport ‘Seksualiteit in Nederland’. Dit meest recente representatieve onderzoek zag het licht in 1990. Het werd destijds uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de seksuele gewoonten van de Nederlanders, vooral met het oog op de verspreiding van het aids-virus. Van de ondervraagde vrouwen met een stabiele heteroseksuele relatie gaf ruim tien procent aan de partner ‘vaak’ oraal te bevredigen, bijna zestig procent ‘soms’ of ‘regelmatig’ en minder dan dertig procent gaf ‘nooit’ als antwoord.

Dr. G.A. Dekker, tot voor kort werkzaam bij de afdeling Gynaecologie en Obstetrie in het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit in Amsterdam en nu hoogleraar aan de universiteit van Adelaide, was niet primair geïnteresseerd in de seksuele gewoonten van zijn patiënten. Immunoloog en gynaecoloog in opleiding dr. H.W. Nijman vertelt dat hij regelmatig met Dekker van gedachten wisselde over het immunologisch onderzoek dat hij in het LUMC had verricht en over de mogelijkheden voor nieuw onderzoek. Nijman: “Hij interesseerde zich erg voor de immunologische achtergronden van pre-eclampsie en ontwikkelde een hypothese over de invloed van orale seks. Die heeft hij getoetst; samen met immunologisch werk in het LUMC leidde dat tot een publicatie in het vakblad Journal of Reproductive Immunology, uiteindelijk geplaatst in maart 2000.”

Eén op de tien zwangere vrouwen

Pre-eclampsie is een verschijnsel dat naar schatting één op de tien zwangere vrouwen treft (zie intermezzo). In feite gaat het om een glijdende schaal, die loopt van een verhoogde bloeddruk tijdens zwangerschap tot aan eclampsie, een toestand waarbij de zwangere vrouw hevige krampaanvallen heeft. Pre-eclampsie bevindt zich in het midden van de schaal. “Je spreekt van pre-eclampsie als de moeder een verhoogde bloeddruk heeft en je eiwit in de urine kunt aantonen”, verduidelijkt Nijman. “De diagnose is goed te stellen, maar wat er precies gebeurt in het lichaam is veel minder helder. Binnen de wereld van de obstetrie zijn de ideeën over de oorzaken van de ziekte verdeeld.”

Eén van de visies in de wetenschappelijke wereld gaat ervan uit dat er bij pre-eclampsie iets misgaat bij de afweer tussen moeder en kind. Nijman: “Je moet je realiseren dat een zwangerschap in immunologisch opzicht nogal een bijzondere gebeurtenis is. Het lijkt een beetje op een orgaantransplantatie: in het lichaam van de moeder groeit weefsel dat niet lichaamseigen is. Bij een normaal verlopende zwangerschap past het immuunsysteem zich aan die situatie aan, onder meer door een verschuiving in de verhouding tussen het aantal Th1- en het aantal Th2-cellen. Die zogenaamde T-helpercellen hebben verschillende functies; grofweg kun je stellen dat Th1-cellen de afweer tegen vreemd weefsel versterken, terwijl Th2-cellen die reactie juist temperen. De betekenis van deze verschuiving is echter allerminst duidelijk. Wel weten we dat de verhouding tussen de twee celtypen bij vrouwen met pre-eclampsie minder sterk verschuift of helemaal niet verandert.”

Ieder z’n eigen HLA-eiwitten

Cellen die niet van het eigen lichaam afkomstig zijn, verraden zich doorgaans doordat de eiwitten op het celoppervlak er anders uitzien. Het gaat dan om de zogenaamde HLA (Human Leukocyte Antigens), een klasse van eiwitten die tot taak heeft brokjes eiwit aan het immuunsysteem te presenteren. Er zijn veel verschillende HLA’s, die ieder in een aantal varianten kunnen voorkomen. Ieder mens heeft zijn eigen arsenaal aan HLA-eiwitten. Dat speelt patiënten die wachten op een donororgaan parten: het te ontvangen orgaan moet in HLA-opzicht zo goed mogelijk overeenkomen met de eigen cellen.

HLA-verschillen spelen hoogstwaarschijnlijk ook bij zwangerschap een rol. Het lichaam van de moeder moet zich tolerant opstellen tegenover het weefsel van de foetus. Die heeft weliswaar de helft van zijn HLA van moeder geërfd, maar de andere helft komt van vader en ziet er dus vaak anders uit dan de eiwitten die het moederlijke immuunsysteem als lichaamseigen herkent. Het gevaar van een afstotingsreactie ligt daardoor op de loer. De moeder lijkt zich daartegen te wapenen, door afweerreacties tegen dit van de vader afkomstige HLA te onderdrukken. Desondanks doet de foetus er goed aan niet te veel te koop te lopen met zijn ‘vreemde’ HLA.

“In de placenta, de plaats waar de weefsels van moeder en foetus elkaar ontmoeten, is er nauwelijks HLA van de foetus te vinden”, vertelt prof. dr. F.H.J. Claas, hoogleraar transplantatie-immunologie aan het LUMC. “Dat is waarschijnlijk zo geregeld om een aanval door T-cellen te voorkomen. Alleen het HLA-G, dat bij iedereen hetzelfde is, vind je wel op de foetale placentacellen. De aanwezigheid ervan lijkt een functie te hebben als bescherming tegen aanvallen door Natural Killercellen, een type afweercel dat reageert op cellen zonder HLA.”

Bij de ene wel, bij de andere niet

Waarom treedt pre-eclampsie nu bij de ene zwangerschap wel op en bij de andere niet? De verschillen tussen de HLA-kenmerken van de moeder en de foetus zijn soms groot en soms klein, maar dat verklaart niet alle gevallen van pre-eclampsie. Nijman: “We weten al heel lang dat het een ziekte is die vooral bij eerste zwangerschappen voorkomt. De laatste decennia is echter duidelijk geworden dat de kans erop even groot is bij een volgende kind, mits dat van een andere vader is. Het immuunsysteem lijkt dus op den duur toleranter te kunnen worden voor het HLA dat afkomstig is van de vader.” Hij noemt nog meer aanwijzingen voor de opwekking van immunotolerantie: pre-eclampsie komt extra vaak voor na kunstmatige inseminatie met donorzaad en de duur van de (onbeschermde) seksuele omgang lijkt omgekeerd evenredig aan de kans op pre-eclampsie.

Kortom: langdurig seksueel contact met de vader van het kind verkleint de kans op problemen tijdens de zwangerschap. Uit de transplantatiegeneeskunde is bekend dat een transplantaat beter overleeft als de ontvanger al eerder in contact is geweest met weefsel van de donor. Vooral contact via de mond scoort hoog: “Het is algemeen bekend dat in het bijzonder orale blootstelling aan antigenen tolerantie kan induceren”, schrijven de auteurs in hun artikel. Claas licht toe: “Hoe het precies werkt weten we niet, maar uit allerlei studies komt naar voren dat de afweer onderdrukt wordt tegen vreemde antigenen als die regelmatig via het maagdarmkanaal het lichaam binnenkomen. Er komen meer Th2-cellen voor die antigenen, die de afweer ertegen onderdrukken. Muizen konden op die manier zo tolerant gemaakt worden dat ze getransplanteerde organen met niet-passende antigenen accepteerden. Afweeronderdrukkende middelen waren niet meer nodig.”

Voorzichtig zijn met claims

Orale blootstelling aan antigenen van de vader zou ook wel eens een rol kunnen spelen bij het voorkomen van pre-eclampsie, dacht Dekker. Hij besloot zijn hypothese te toetsen en vroeg twee groepen vrouwen in een enquête naar hun seksuele gedrag. De eerste groep bestond uit 41 vrouwen die bij hun eerste zwangerschap pre-eclampsie ontwikkelden; in de controlegroep van 44 vrouwen was de eerste zwangerschap zonder problemen verlopen. Hadden deze vrouwen voor hun zwangerschap orale seks gehad met hun partner (met intra-orale ejaculatie) en zo ja, hadden ze het sperma doorgeslikt?

De antwoorden in de twee groepen bleken flink te verschillen. Ondanks de kleine groepsgrootte leverde de enquête zeer significante resultaten op: in de pre-eclampsiegroep beantwoordde 44 procent de eerste vraag bevestigend, terwijl dat bij de controlegroep bijna het dubbele was: 82 procent. Als het ging om doorslikken liepen de verschillen nog verder op: 17 versus 48 procent. Kunnen we dus concluderen dat het doorslikken van sperma de kans op pre-eclampsie met tweederde verkleint?

Claas: “Als je alleen naar deze getallen kijkt zou je dat inderdaad kunnen concluderen, maar pas op: de aantallen zijn wel erg klein.” Nijman reageert zeer terughoudend op de suggestie: “Nee, dat gaat veel te ver. Deze studie vindt een verband, maar je moet niet vergeten dat het maar een heel klein onderzoek is. Om er echt een uitspraak over te kunnen doen zouden verschillende onderzoekers dit moeten bevestigen met grotere studies. Het is veel te vroeg om zulke vergaande conclusies te trekken. Het zou ook niet goed zijn om vrouwen met pre-eclampsie, die daar zwaar onder lijden, op te zadelen met hoop die later vals kan blijken te zijn.”

Een eerdere ervaring heeft hem beducht gemaakt voor ongenuanceerde verhalen in de pers, vertelt Nijman als toelichting op zijn reactie. Bij zijn promotie verscheen het nieuws in de media dat hij tumoren in laboratoriummuizen kon laten verdwijnen met immunotherapie. Dat leverde hem een stroom brieven op van hoopvolle patiënten, die hij allemaal moest teleurstellen. “Het is nu vijf jaar later en veel verder is zo’n therapie ondertussen niet gekomen. Zo zie je maar: je moet erg voorzichtig zijn met claims bij dit soort dingen. Dat vond ik toen ook al, maar na deze ervaring is dat nog sterker geworden.”

Welk onderdeel van sperma?

Het gepubliceerde onderzoek behelsde meer dan alleen de enquête. De volgende vraag was: als orale toediening van sperma inderdaad de kans op pre-eclampsie verlaagt, door welk onderdeel van dat sperma komt dat dan? De zaadcellen zelf waren geen goede kandidaten, want op hun oppervlak zit geen HLA. Hier kwamen de connecties van pas die Nijman had met het LUMC. De groep van Claas houdt zich onder andere bezig met onderzoek aan de rol van opgelost HLA (sHLA) in het bloed. Claas: “We kunnen sHLA identificeren in het bloed. Het komt overal voor, want alle lichaamscellen geven wel intacte HLA-eiwitten of stukjes daarvan af. Vooral de lever produceert veel sHLA. We denken dat dát de reden is waarom levertransplantaten meestal minder afweer opwekken dan bijvoorbeeld nieren.”

Opgelost HLA aantonen in zaadvocht stuitte niet op speciale problemen, aldus Claas. Promovenda Carin Koelman bepaalde de hoeveelheden van verschillende typen sHLA in sperma van twaalf mannen wier vrouwen pre-eclampsie hadden gekregen en van zeven mannen bij wier partners de zwangerschap goed was verlopen. Sperma bleek altijd sHLA te bevatten dat overeenkomt met de HLA-typering van de man, in een concentratie die ongeveer zes keer lager ligt dan in het bloed. Een verband tussen de concentratie opgelost HLA en het optreden van pre-eclampsie was met een beetje goede wil wel te zien, maar verre van significant.

Met de constatering dat er sHLA voorkomt in sperma is natuurlijk nog niet hard gemaakt dat de tolerantie daardoor veroorzaakt wordt. Het optreden van tolerantie door orale blootstelling aan sperma is bovendien nog helemaal niet zo zeker na een enkele studie, zegt Nijman. Zit er nog verder onderzoek in de pijplijn? Hij denkt het niet, althans niet aan de VU. “Dr. Dekker was de drijvende kracht achter dit onderzoek, en hij zit in Australië.” Bovendien zou de volgende stap een grotere studie moeten zijn om de gevonden resultaten de bevestigen, iets dat altijd minder interessant is dan een nieuw idee. Van de kant van de farmaceutische industrie is er ook weinig te verwachten, omdat er geen geld te verdienen is met de constatering dat een ‘vaccin tegen pre-eclampsie’ gratis voorhanden zou kunnen zijn.

Donorbloed slikken?

Een overheidsadvies aan paren met kinderwens om eerst orale seks te bedrijven zit er dus voorlopig niet in. Het blijft echter intrigerend dat tolerantie tegen vreemd HLA blijkbaar relatief goed opgewekt kan worden via orale toediening. Is dat niet een idee voor de transplantatiegeneeskunde: bloed van de donor slikken voorafgaand aan bijvoorbeeld een niertransplantatie? Claas: “Ik weet wel van een studie in Boston, waarbij men ontvangers van een nier voor de transplantatie fragmenten van HLA laat eten. Maar bloed oraal toedienen? Het zou goed kunnen dat het werkt; bij mijn weten wordt het echter nergens onderzocht. Het idee stuit mensen ook tegen de borst, verwacht ik. Hier in het LUMC onderzoeken we wel het effect van bloedtransfusies voor een transplantatie. Dat kan ook tolerantie opwekken.” Ook hier lijkt gêne dus een rem te vormen op de onderzoeksmogelijkheden.

Problemen bij pre-eclampsie

De bloeddruk en urine van zwangere vrouwen worden regelmatig gecontroleerd. Een hoge bloeddruk en eiwit in de urine wijzen op pre-eclampsie, een ziekte die in een vroeg stadium meestal nog geen klachten veroorzaakt. Later kunnen bij de vrouw echter hoofdpijn, problemen bij het zien, misselijkheid en vochtophopingen voorkomen. De baby heeft het ondertussen ook moeilijk. Vaak groeit het kind slecht door gebrek aan voedingsstoffen en zuurstof.

De oorzaak ligt bij de placenta of moederkoek, die bij pre-eclampsie slecht functioneert. Omdat de ziekte in de loop van de zwangerschap verergert, komt het vaak voor dat de geboorte vervroegd wordt ingezet. Volgens de Britse organisatie Action on Preeclampsia "":http://www.apec.org.uk (www.apec.org.uk) kost pre-eclampsie in Groot-Brittannië jaarlijks zeven tot tien moeders en 500 tot 600 baby’s het leven.

Dit artikel is een publicatie van Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).
© Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 juni 2000

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.