Je leest:

Spelling gaat in tegen intuïtie

Spelling gaat in tegen intuïtie

Auteur: | 1 januari 2006

De spellingsnorm schrijft voor dat woorden als alle en sommige in bepaalde gevallen geschreven moeten worden met een –n . Uit onderzoek blijkt dat veel Nederlanders de betreffende spellingsregel niet gebruiken omdat deze niet aansluit bij hun intuïties.

Wat is er fout in de volgende zin: “Alle deskundigen kennen de regel, maar sommigen zijn het er niet mee eens”? Volgens de Nederlandse spellingsregels zou sommigen hier zonder n geschreven moeten worden. Toch blijkt uit onderzoek dat veel taalgebruikers hier liever wel een n schrijven.

Spellingsnorm

Woorden als sommige, beide en alle, worden in de taalkunde ‘kwantoren’ genoemd. De spellingsboekjes schrijven voor dat deze woorden een –n krijgen als aan twee criteria is voldaan. De eerste voorwaarde is dat het woord naar een persoon verwijst. Daarnaast moet het zelfstandig gebruikt zijn. Zelfstandig wil zeggen dat de kwantor niet aangevuld kan worden met een zelfstandig naamwoord. Een voorbeeld kan dit verduidelijken:

(1) In het park stonden twee bomen. Beide waren kaal. geen personen, niet zelfstandig (2) In het park stonden twee bomen. Ze waren beide kaal. geen personen, zelfstandig (3) In het park stonden twee heren. Beide waren kaal. personen, niet zelfstandig (4) In het park stonden twee heren. Ze waren beiden kaal. personen, zelfstandig

In de zinnen (1) en (2) verwijst beide naar twee bomen en dus niet naar personen. Daarom schrijf je hier geen -n. In zin (3) verwijst beide – net als in zin (1) – wel naar personen, maar hier is het aanvulbaar met heren: beide (heren) waren kaal. Het is dus niet zelfstandig. Alleen in zin (4) is aan beide criteria voldaan: de kwantor verwijst naar personen en is niet aanvulbaar. De zin ze waren beide heren kaal is uitgesloten. Daarom krijg je hier aan het woordeind wel een -n.

Zinsopbouw

Voor veel mensen is deze spellingsregel verwarrend. Taalkundige Nicoline van der Sijs schrijft hierover: “Bij gesubstantiveerde (d.i. verzelfstandigde) voornaamwoorden leidt de regel dikwijls tot problemen, omdat hij niet overeenstemt met het taalgevoel en omdat er veel ambigue zinnen bestaan – vaak is namelijk onduidelijk of er sprake is van zelfstandig gebruik of niet.” Wanneer we nog eens inzoomen op zinnen met niet aanvulbare kwantoren, dan blijkt dat deze op verschillende manieren zijn opgebouwd. De voorbeeldzinnen (6) en (7) maken dit duidelijk.

(5) Ik heb alle collega’s gevraagd. Enkele weigerden. aanvulbaar, niet zelfstandig (6) De kinderen kregen beiden een snoepje. niet aanvulbaar, zelfstandig (7) Velen van de aandeelhouders stemden tegen. niet aanvulbaar, zelfstandig

Als we kijken naar zin (6), zien we dat het bijvoegelijk naamwoord (de kwantor) en het zelfstandig naamwoord uit elkaar zijn getrokken. De kwantor is namelijk naar achter in de zin verschoven. Kwantoren kunnen echter ook voorkomen in zinnen als (7). De kwantor staat nog wel voor het zelfstandig naamwoord, maar in een constructie met ‘van de’, waarmee een deel-geheel-relatie wordt uitgedrukt.

Het is interessant om te weten hoe de Nederlandse taalgebruiker daadwerkelijk met deze regel omgaat. Past hij hem correct toe? Speelt aanvulbaarheid een rol bij de spelling van de kwantor? En de positie in de zin waarin de kwantor voorkomt? Om deze vragen te beantwoorden werd een experiment uitgevoerd onder 100 studenten en scholieren.

Experiment

De deelnemers moesten hun intuïtie loslaten op 20 zinnen waarin kwantoren als sommige, beide en alle voorkwamen. Voor elk van de zinnen moesten ze aangeven of de kwantor wel of niet eindigde op -n. De resultaten waren verrassend. Geen van de proefpersonen bleek de spellingsnorm correct toe te passen. Gemiddeld werden kwantoren die naar personen verwezen wel vaker met -n geschreven dan kwantoren die niet naar personen verwezen. Maar aanvulbare kwantoren werden even vaak met –n geschreven als niet aanvulbare kwantoren. Persoonsverwijzing speelt dus wel een rol bij de spelling van de kwantor, maar aanvulbaarheid niet.

Bij een nadere inspectie van de resultaten bleek dat kwantoren in zinnen als (5) even vaak met –n werden geschreven als kwantoren in zinnen als (6). Dit is opvallend, omdat zin (5) een aanvulbare kwantor bevat en zin (6) niet. Verder werden kwantoren in zinnen als (7) veel minder vaak met –n geschreven.

Nieuwe regel?

Het lijkt erop dat Nederlandse taalgebruikers zich hier door een ander soort ‘zelfstandigheid’ laten leiden: staat de kwantor alleen in de zin, zoals in (5) en (6), dan wordt deze met –n geschreven; staat hij in een naamwoordsgroep met ‘van de’, dan staat hij niet alleen en schrijft men hem zonder –n. Nederlandse taalgebruikers hebben dus wel degelijk een duidelijke intuïtie over wanneer een kwantor met of zonder –n geschreven moet worden. Deze intuïtie komt alleen niet overeen met wat de spellingsregel voorschrijft. De spellingsregel gaat in dit geval voorbij aan het daadwerkelijke taalgebruik. Toch zou de regel relatief eenvoudig herschreven kunnen worden. Deze wordt dan als volgt: Als de kwantor alleen voorkomt en naar personen verwijst, dan moet hij met –n geschreven worden, in alle andere gevallen niet.

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.