Je leest:

‘Spektakel kan tot meer democratie leiden’

‘Spektakel kan tot meer democratie leiden’

Auteur: | 3 november 2008

Als Amerikanist wordt Jaap Kooijman rond de Amerikaanse verkiezingen door allerlei media gevraagd om uit te leggen hoe het Amerikaanse systeem in elkaar zit. Maar uitleggen hoe het kiesstelsel precies werkt is niet zijn sterkste punt, hij is meer geïnteresseerd in hoe wij in Nederland met de Amerikaanse cultuur omgaan.

Jaap Kooijman is universitair hoofddocent bij media en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de Amerikaanse cultuur en het proces van veramerikanisering. Vanuit een apart perspectief: dat van de popcultuur. Afgelopen zomer verscheen zijn boek Fabricating the Absolute Fake: America in Contemporary Pop Culture. Een van de rode draden in dit boek is de verwevenheid van popcultuur en politiek.

Kooijman: ‘De populaire cultuur wordt vaak gezien als ’licht’ en minder belangrijk dan het serieuze, dan de politiek. Maar ik wil laten zien dat veel ideeën en problemen die spelen rond zaken als 9/11, multiculturalisme en nationalisme, ook tot uiting komen in de popcultuur. Zo was er na 9/11 in Amerika veel discussie over wat het eigenlijk betekent om Amerikaans te zijn. Die discussie was niet alleen terug te zien in politieke debatten, maar ook in populaire televisieseries als The West Wing en Ally McBeal.’ In zijn boek gebruikt Kooijman voorbeelden uit de popcultuur om elementen van de hedendaagse Amerikaanse cultuur te bespreken. Ook gaat hij in op de manier waarop wij in Nederland onderdelen van de Amerikaanse popcultuur overnemen.

‘Na 9/11 was er in Amerika veel discussie over wat het eigenlijk betekent om Amerikaans te zijn. Die discussie was niet alleen terug te zien in politieke debatten, maar ook in populaire televisieseries als The West Wing (zie foto) en Ally McBeal.’

Een belangrijk idee in uw boek is de tweedeling tussen de natiestaat Amerika en het Amerikaanse idealisme. Leg eens uit? ‘Dat idee is al vrij oud en bekend. Er bestaat een abstracte notie van waar Amerika voor staat. Die notie heeft te maken met de waarden vrijheid en democratie, en dan een specifieke interpretatie hiervan, gericht op het individu. De Amerikaanse droom is de ultieme belichaming van deze waarden. Als je als individu maar hard genoeg zou werken, kun je bereiken wat je wil, ongeacht je sociale en economische positie. Je zag na 9/11 dat het deze denkbeelden van de VS waren die verdedigd werden. Terwijl de natiestaat, in de vorm van de regering, ondertussen van alles kon doen dat tegen de idealen inging.’

U schrijft dat 9/11 een uitgelezen kans voor was om het idealistische denkbeeld van Amerika te doorbreken, maar dat dit niet gebeurde. Zelfs niet door Michael Moore en zijn documentaire Fahrenheit 9/11? ‘Moore bekritiseert de natiestaat Amerika, maar niet het denkbeeldige Amerika. Hij zegt ’Amerika leeft zijn eigen waarden niet na’, in plaats van die waarden kritisch te bekijken. Dat is iets wat vaak wordt gedaan. Als er problemen zijn in de VS krijgt de overheid er de schuld van dat zij de Amerikaanse tradities en waarden verkwanselt. Na 9/11 vroegen de Amerikanen zich massaal af: Why do they hate us? Dat was een uitgelezen kans geweest om te kijken naar de rol van de VS in de wereld, naar de economie, naar de militaire macht. Maar in plaats van een breuk met de idealistische denkbeelden, vond een herbevestiging plaats. Het idee van een exceptioneel Amerika en het geloof in de Amerikaanse droom werden juist versterkt.’

Jaap Kooijman (1967) studeerde Amerikanistiek en Engelse taal- en letterkunde aan de UvA. In 1999 promoveerde hij cum laude bij Amerikanistiek op zijn proefschrift … And the Pursuit of National Health: The Incremental Strategy Toward National Health Insurance in the United States of America. Sinds 2000 is hij verbonden aan de vakgroep media en cultuur. Kooijman is gastdocent geweest aan de New York University en zal het komende semester doceren aan de University of Minnesota. Verder is hij medeoprichter en coördinator van het ASCA-ICG onderzoeksproject The 9/11 Effect: Art and Cultural Politics in Post-9/11 Europe.

Nederland besteedt meer aandacht dan ooit voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Is dat een gevolg van verregaande veramerikanisering? ‘Deze verkiezingen, en vooral ook de voorverkiezingen, zijn natuurlijk wel een historisch moment. Voor het eerst was er de kans dat een vrouw of een zwarte man de presidentskandidaat werd. Maar ik denk dat de aandacht voor een deel ook voortkomt uit het spektakel rondom de verkiezingen. De Amerikaanse politiek neemt steeds meer elementen over van de popcultuur. Amerikaanse politici zijn bijna een soort entertainers, het zijn echte mediapersonen. Dat wij meer aandacht besteden aan de Amerikaanse verkiezingen dan aan bijvoorbeeld de Europese, kan te maken hebben met de afwezigheid van spektakel bij deze laatste. De Amerikaanse verkiezingen leveren gewoon goede televisie op.’

Zal, aangezien we vrij veel overnemen uit de VS, de politiek hier in Europa ook steeds meer de spektakel-kant op gaan? ‘Dat is de vraag die mij het meest gesteld wordt. De achterliggende gedachte bij deze vraag is dat spektakel inhoudsloos is. Maar de Verenigde Staten kennen een lange geschiedenis waarbij inhoud, politiek en vermaak prima samen gaan. Bijvoorbeeld in de vorm van de partijconventies. Spektakel en een sterke beeldcultuur kunnen leiden tot oppervlakkigheid, maar het hoeft niet. Ze kunnen juist ook leiden tot meer democratie, doordat je meer mensen toegang geeft tot de boodschap die je over wilt brengen. Niet via Jip- en Janneketaal of door politiek persoonlijk te maken; maar door via het spektakel politiek tot een persoonlijke ervaring te maken. Zo krijgen mensen binding met de politiek, in plaats van dat dit slechts iets abstracts is dat zich afspeelt in Washington of Den Haag.’


Kooijman: ‘Spektakel en een sterke beeldcultuur kunnen ook leiden tot meer democratie, doordat je meer mensen toegang geeft tot de boodschap die je over wilt brengen.’

Ooit was Nederland bang voor veramerikanisering. Maar tegenwoordig, nu de groeiende invloed van de islam als dreiging wordt ervaren, dient de Amerikaanse popcultuur als buffer, zegt u. ‘Om een triviaal maar toch relevant voorbeeld te geven: een aantal jaar geleden werden er nog Kamervragen gesteld toen de inzendingen van het Eurovisie Songfestival voortaan in het Engels mochten. Bij de laatste editie van dat festival viel Rita Verdonk over de Nederlandse inzending van zangeres Hind. Verdonk vond dat dit liedje Nederland niet goed representeerde. Maar waar viel ze over? Niet het feit dat het liedje een typisch Amerikaans popliedje was, en dat Hind in het Engels zong; maar dat er Arabische muziekinvloeden in zaten. We zijn niet langer bang voor de amerikanisering van onze cultuur; we zijn nu bang voor de islam en voor China. En omdat de Amerikaanse popcultuur zo alom aanwezig is, werkt die als buffer tussen de “gevreesde” culturen en de onze. Ik betoog trouwens in mijn boek dat we niet steeds Amerikaanser worden. We eigenen ons elementen uit de Amerikaanse popcultuur toe, en gebruiken die soms juist om onze eigen identiteit te versterken. Kijk bijvoorbeeld maar naar Lee Towers, die een Elvis-achtige croonerstijl gebruikt, en daarmee zijn Rotterdamse identiteit benadrukt.’

‘De Nederlandse anti-Vietnambeweging gebruikten elementen uit de Amerikaanse cultuur om zich af te zetten tegen de Amerikaanse buitenlandse politiek.’

Zal de Amerikaanse invloed in Europa minder worden, door de anti-Amerikaanse sentimenten die hier heersen sinds 9/11? ‘Dat groeiende anti-Amerikanisme speelt zich, in ieder geval in Nederland, vooral af op straat en in talkshows. Niet in de politiek. Dus daar zal het zo’n vaart niet lopen. En de grap is: anti-Amerikanisme en liefde voor de Amerikaanse popcultuur kunnen heel goed samen gaan. Mensen zijn vaak kritisch over de natiestaat Amerika, maar kijken ondertussen wel graag naar Hollywoodfilms. Je zag dat bijvoorbeeld ook ten tijde van de Vietnamoorlog. De Nederlandse anti-Vietnambeweging liet zich inspireren door de Amerikaanse tegencultuur; ze droegen spijkerbroeken en luisterden naar Bob Dylan. Ze gebruikten dus elementen uit de Amerikaanse cultuur om zich af te zetten tegen de Amerikaanse buitenlandse politiek. Wat betreft de toekomst denk ik dat de Amerikaanse cultuur steeds mondialer gericht zal zijn, alleen al in consumptie. Er zijn nu al meer mensen buiten dan binnen de Verenigde Staten die naar Hollywoodfilms kijken. Hollywood zal daardoor gaan veranderen. Hollywood is een commerciële sector waar goed wordt gekeken naar de consumenten en de markt. Dus zal er rekening gehouden gaan worden met wat consumenten van buiten de VS willen. De Amerikaanse popcultuur zal nog lang blijven domineren, zelfs als China en Azië straks mondiaal belangrijker worden. De conventies zijn neergelegd door Amerika en ook landen als China eigenen zich belangrijke elementen van de Amerikaanse cultuur toe. Maar de betekenis van zulke elementen verandert wel continu. Mijn studenten zien een spijkerbroek bijvoorbeeld al niet meer als iets typisch Amerikaans. Terwijl dat in mijn jeugd als toppunt van Amerikaans werd gezien. Het was toen een belangrijk symbool van verzet en van de jeugdcultuur. Popcultuur is een dynamisch proces waarbij betekenissen veranderen per plaats en in de tijd.’

Kooijman spreekt op 4 november bij verschillende debatten:

Dit artikel is een publicatie van Folia.
© Folia, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.