Je leest:

Sparen en seks in een wereld met aids

Sparen en seks in een wereld met aids

Auteur: | 12 maart 2008

Tijdens een aids-epidemie gaan mensen meer sparen, zo blijkt uit onderzoek van Judith Lammers. Zij deed in Zuid-Afrika onderzoek naar risicogedrag, sparen en seks. Op 14 maart promoveert de micro-econome aan de Universiteit van Tilburg.

Rond de 39,5 miljoen mensen zijn wereldwijd met het HIV-virus besmet. Een groot aantal daarvan leeft in landen als Swaziland, Zuid-Afrika en Zambia, waar een ziektekostenverzekering, een WAO-uitkering of een nabestaandenpensioen nauwelijks bestaat. Econome Judith Lammers onderzocht wat mensen doen om de financiële klappen van een eventuele HIV-besmetting op te vangen. Zij blijken meer te gaan sparen.

Eén op de vijf Zuid-Afrikanen is met het HIV-virus besmet.

Liever een appeltje voor de dorst dan de dag plukken

Het is mogelijk dat mensen die dagelijks geconfronteerd worden met HIV, aids en de dood, gaan leven volgens het ‘pluk de dag’ principe. Omdat het leven maar kort is, hoef je je geen zorgen te maken over de dag van morgen. Toch kiezen de meeste mensen voor een andere strategie, zo blijkt uit het onderzoek van Lammers. Zij concludeert dat ‘de aids-epidemie het spaargedrag van zowel geïnfecteerde als niet-geïnfecteerde individuen beïnvloedt’. Zuid-Afrikanen gaan meer sparen. Zo hopen ze eventuele dure medicijnen en doktersrekeningen te kunnen betalen. Maar ook een inkomenstekort, dat kan ontstaan omdat ze te ziek zijn om te werken, hopen ze zo te compenseren. Gemiddeld verliest een ‘besmet’ huishouden een derde van zijn besteedbaar inkomen.

Voorzichtige Zuid-Afrikaanse studenten, kiezen voor géén seks. Seks met een condoom wordt toch als een te groot risico beschouwd.

Seks als gevaar

Hoeveel geld mensen precies sparen, is afhankelijk van hun persoonlijkheid. Er zijn risicozoekende durfals, en risicomijders die liever op safe spelen. Lammers heeft de relatie tussen risicogedrag, sparen en seks onderzocht. Daarvoor heeft ze een experiment onder Zuid-Afrikaanse studenten gehouden. De studenten kregen een lijst met tien keuzes tussen twee mogelijke loterijen. ‘De ene loterij was riskanter dan de andere, waarbij de kans op uitbetaling van de prijs van de riskante loterij toenam over tien keuzes,’ licht Lammers toe. Het moment waarop iemand voor de riskante loterij kiest, onthult of iemand risico durft te lopen of dat iemand liever risico’s vermijdt.

Wat bleek uit het experiment? Zuid-Afrikaanse studenten die eerder een gok durfden te wagen, hadden ook vaker seks: zowel op het gebied van geld als seks, vertoonden ze risicozoekend gedrag. Studenten die vaker kozen voor de ‘veilige’ loterij, gedroegen zich ook op seksueel vlak veilig. Zij hadden over het algemeen helemaal geen seks. Vrijen met een condoom is hen zelfs niet veilig genoeg. Lammers: ‘Risicomijdende personen lijken onthouding als alternatief te zien voor het gebruik van condooms om HIV-besmetting te voorkomen. Het hebben van seksuele contacten in een land met hoge besmettingspercentages is op zichzelf een risicovolle onderneming.’

Financiële risicozoekers hebben vaker seks en hebben dus ook een hogere kans om een hiv-besmetting op te lopen. Tegelijkertijd zijn risicozoekers niet het type om uit voorzorg een riante spaarrekening op te bouwen. Lammers meent dan ook dat er meer aandacht moet komen voor de financiële gevolgen van HIV/aids. Juist de groep risicozoekers moet worden voorgelicht over de kosten van een besmetting. Voorlichtingscampagnes richten zich nu vooral op hoe je aids kunt voorkomen, maar ze moeten ook laten zien hoe groot de kans is dat je besmet raakt, en wat een besmetting kan kosten. ‘Kennis over de besmettingskans en het algemene kostenplaatje van een HIV-besmetting vormt de sleutel tot een stijging in de besparingen,’ aldus Lammers.

Besmette families lijden natuurlijk het meest onder een aids-epidemie. Maar ook de economie lijdt eronder. ‘Bedrijven krijgen bijvoorbeeld veel te maken met verzuim,’ schrijft Judith Lammers. ‘En overheden worden geconfronteerd met verhoogde uitgaven aan zorg en sociale zekerheid, terwijl tegelijkertijd de belastinggrondslag is aangetast.’

Epidemie stadia

Hoeveel geld gespaard wordt is, naast het gedrag van mensen, ook afhankelijk van het stadium waar de aids-epidemie zich in bevindt. ‘In het beginstadium van de epidemie, wanneer de ziekte nog nauwelijks bekend is, zullen seropositief geteste mensen minder geneigd zijn te sparen,’ schrijft de promovenda. Omdat de kans om vroeg te sterven groter is geworden, zien ze het nut er niet van in om te sparen voor later. ‘In dit stadium zullen de totale besparingen in een land naar verwachting dalen,’ schrijft Lammers.

‘Maar als de bevolking zich in een latere fase van de epidemie bewust wordt van zowel de besmettingskans als de economische gevolgen van de ziekte, nemen de besparingen toe en kunnen die zelfs op een hoger niveau komen dan in de situatie zonder epidemie.’ De aids-epidemie is dan, wat sparen betreft, ‘goed voor de economie’. Maar het economisch voordeel verdwijnt als de epidemie vordert: ‘Als een relatief groot deel van de bevolking het virus draagt, dalen de besparingen in een land weer.’ Dan moeten mensen immers het geld in de spaarpot of op spaarrekening gebruiken om het hoofd financieel boven water te houden.

Bron:

Judith Lammers HIV/AIDS, Risk and Intertemporal Choice, Universiteit van Tilburg, 14 maart 2008.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 maart 2008
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.