Je leest:

Soep wordt niet zo heet gegeten

Soep wordt niet zo heet gegeten

Auteur: | 3 september 2004

Twintigduizend doden en veertigduizend nieuwe gevallen van suikerziekte, hart- en vaatziekten en kanker. Dat zijn volgens het woensdag gepubliceerde RIVM-rapport ‘Ons eten gemeten’, de gevolgen van ongezond en teveel eten. Maar zo heet wordt de soep niet gegeten.

…De ober in het restaurant buigt zich naar u over en fluistert in uw oor dat u geen toetje meer mag. Voorafje, hoofdgerecht en wijn hebben ervoor gezorgd dat u uw normaalportie van 1200 kilocalorieën al binnen hebt. De ijssalon, waar u vervolgens heen gaat is gesloten. Om het aanbod te beperken zijn ze nog maar twee uur per dag geopend. Langs het tankstation hoeft u ook niet te rijden, want daar verkopen ze alleen nog maar appels en bruine boterhammen…

Absurd? Inderdaad, maar als het aan de onderzoekers van het RIVM ligt komt dat toekomstbeeld aardig dichtbij. In de slotbeschouwing van het rapport ‘Ons eten gemeten’ stellen ze dat overgewicht en ongezonde voeding vooral worden veroorzaakt door het overvloedig aanwezige voedselaanbod en de sociale druk van de fysieke en sociale omgeving.

De overheid zou daarom veel meer moeten en kunnen doen, bijvoorbeeld voorwaarden voor een gezonde voeding explicieter afdwingen. Dus geen reclame meer voor ‘ongezonde’ producten (patat, cola, chips, ijs), zeker niet als die is gericht op kinderen en het aan banden leggen van de verkoop van die producten in winkels en school- en sportkantines.

Ook moeten bedrijven veel meer dan tot nu toe voedingsmiddelen produceren die passen in een gezond voedingspatroon en waarvan de porties niet te groot zijn. Voorlopig in overleg, maar als mensen ongezond blijven eten, worden wettelijke maatregelen niet uitgesloten.

Tankstations zijn al lang geen plek meer waar je ‘…alleen maar gaat tanken’; volgens de onderzoekers van het RIVM worden overgewicht en ongezonde voeding vooral veroorzaakt door het overvloedig aanwezige voedselaanbod.

Het klinkt natuurlijk erg: twintigduizend doden per jaar, waarvan 13.000 door een ongunstige samenstelling van de voeding (teveel verkeerde vetten, te weinig groenten, fruit en vis) en 7000 door overgewicht.

Daar zijn echter wel enkele kanttekeningen bij te maken. In het rapport zelf wordt gesteld dat beide getallen niet zomaar bij elkaar mogen worden opgeteld, omdat er een zekere mate van overlap is. Mensen die te dik zijn, eten vaak ook ongezond. Hoe groot die overlap is, weet het RIVM niet.

Een tweede nuancering is dat het aantal van twintigduizend doden per jaar met bijna een derde vermindert als je rekening houdt met het feit dat mensen niet meteen doodgaan als de diagnose suikerziekte of hart- en vaatziekte wordt gesteld. Geen 20.000 maar 14.000 per jaar.

Desgevraagd zegt prof. dr. ir. Daan Kromhout, een van de opstellers van het rapport, dat de laatste schatting een reëler beeld geeft van de werkelijkheid. Hij geeft daarom de gevolgen voor de gezondheid liever aan in het aantal gederfde levensjaren. Dat zijn er gemiddeld over de hele bevolking 1,2 voor ongezonde voeding en 0,8 voor overgewicht.

Ook bij die getallen zijn enkele kanttekeningen te maken. Het RIVM komt tot zijn schattingen op basis van zogeheten relatieve risico’s. Zeg maar, de kans dat iemand die teveel verkeerde (= verzadigde) vetzuren consumeert en te weinig groente, een hartaanval of een beroerte krijgt. Die relatieve risico’s zijn gebaseerd op onderzoek, waarbij grote groepen mensen worden gevolgd over een groot aantal jaren.

Gekeken wordt wat en hoeveel ze eten en dat wordt vervolgens gerelateerd aan ziekte en doodsoorzaak. Zulke onderzoeken geven vaak krantenkoppen in de trant van ‘Te weinig fruit geeft twintig procent meer kans op een hartaanval’, maar onder statistici wordt de soep meestal wat minder heet gegeten.

Het Nationaal Kanker Instituut van de VS stelde bijvoorbeeld dat een kans van minder dan 100 procent verwaarloosbaar is wegens de rol van het toeval, de tekortkomingen van de statistische methoden en – vooral – vanwege het feit dat andere factoren een rol spelen.

Erfelijkheid bijvoorbeeld of gebrek aan beweging. De relatieve risico’s waarop het RIVM zich baseert zijn bijna allemaal lager dan die 100 procent. Omdat het om grote aantallen mensen gaat, zijn ze niet verwaarloosbaar, maar echt spijkerhard zijn ze ook niet.

Grote zorgen maken de onderzoekers zich ook over het groeiend aantal Nederlanders met overgewicht. De maat voor overgewicht is de ’ Body Mass Index’ (BMI), de uitkomst van het gewicht gedeeld door het kwadraat van de lengte. Een man van een lengte van 1,75 meter en een gewicht van 80 kilo heeft een BMI van 26. Het ‘ideale’ gewicht komt overeen met een BMI tussen 18,5 en 25. Bij een BMI van meer dan 25 is sprake van overgewicht en bij meer dan 30 is sprake van ernstig overgewicht. De helft van de Nederlandse volwassenen heeft een BMI van 25 of meer, terwijl tien procent een BMI heeft van 30 of meer.

Volgens de ‘realistische’ schatting in het RIVM-onderzoek leidt overgewicht tot 4000 doden per jaar en een daling van de gemiddelde levensverwachting met negen maanden, met name vanwege ouderdomsdiabetes en hart- en vaatziekten.

De relatie tussen overgewicht en gezondheid is echter een stuk ingewikkelder dan het rapport suggereert. Er blijkt bijvoorbeeld nauwelijks verband te bestaan tussen matig overgewicht (tot een BMI in de lage 30) en voortijdige sterfte. Zelfs bij mensen met ernstig overgewicht blijkt dat verband te verdwijnen als ze regelmatig bewegen, dat wil zeggen vijf keer per week een half uur stevig wandelen.

In combinatie met een gevarieerd menu blijken hun vooruitzichten op een gezonde oude dag zelfs beter te zijn dan die van mensen met een ‘ideaal’ gewicht, die weinig of niet bewegen. Vermoedelijk zijn zowel overgewicht als ouderdomsdiabetes beide het resultaat van een verstoring van de hormoonhuishouding. Niet alleen van insuline, maar ook van hormonen die het hongergevoel beïnvloeden, zoals leptine.

Toch pleiten de onderzoekers van het RIVM voor een verlaging van de gemiddelde BMI met 1 punt, hetgeen overeenkomt met drie kilo afvallen. De afgelopen vijftig jaar hebben echter laten zien dat pogingen om af te vallen niet of nauwelijks effect hebben. Sterker nog, 90 procent van de afvallers is binnen een jaar weer op het oude gewicht. ‘Jojo-en’ blijkt bovendien meer risico op te leveren dan een constant gewicht, ook al is dat te hoog.

Al met al lijkt er weinig aanleiding om te veronderstellen dat de Nederlanders zich smoren in hun eigen vet. Tegenover een negatieve ontwikkeling, zoals de geringe consumptie van groenten en fruit onder jongeren, staan ook positieve ontwikkelingen. Het aanbod van ‘light’ producten heeft er toe geleid dat de hoeveelheid verzadigd vet in de voeding met enkele procenten is verminderd. De hoeveelheid transvet is zelfs drastisch gedaald. Overgewicht is een probleem, maar, zo laten de cijfers zien, nog geen catastrofe.

Ingrijpen in de fysieke en sociale omgeving door het aanbod aan voedingsmiddelen te beperken, biedt echter evenmin een oplossing als het advies om drie kilo af te vallen. Daarvoor is de relatie tussen overgewicht en gezondheid te ingewikkeld.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 september 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.