Je leest:

Snuivende straatkinderen

Snuivende straatkinderen

Auteur: | 1 mei 2006

Afgelopen vrijdag promoveerde Roy Gigengack op zijn proefschrift Young, Damned and Banda. The World of Young Street People in Mexico City, 1990-1997. Hij deed onderzoek naar verschillende bandas van straatkinderen in Mexico stad. Hij deed dit onderzoek etnografisch: van 1990 tot 1997 verbleef hij in Mexico Stad en bezocht hij de bandas.

Straatkinderen worden vaak als slachtoffers van de samenleving gezien of juist als sterke jongeren die zelf kiezen hoe ze hun leven vorm geven. Gigengack laat de stem van de straatkinderen zelf horen om ze daarmee niet meer in hokjes te plaatsen.

De Buca boys zijn jonge machojongens, zeggen ze zelf. Ze vormen een banda van kinderen tussen de acht en achttien die dicht in de buurt van een metrostation in een ruïne verblijven. Ze wonen er niet, zeggen ze, maar ze kijken er tv, snuiven en slapen. Ze spreken geheimtaal en geven elkaar bijnamen. Het belangrijkste dat hen bindt is het snuiven. Ze hebben een leider die Lofar heet, wat ouder is en als surrogaatvader functioneert.

Straatkinderen worden vaak liggend afgebeeld zonder enig verhaal erbij. De foto’s zouden voor zichzelf spreken. Zonder de foto’s in context te plaatsen, versterken ze echter ideeën over straatkinderen, bijvoorbeeld de idee dat straatkinderen slachtoffers zijn. Gigengack heeft zelf ook foto’s gemaakt van straatkinderen tijdens zijn veldwerk. Hij geeft bij elke foto heel duidelijk aan wat de foto betekent. Hier ligt bijvoorbeeld een jongen een middagdutje te doen op een bankje omdat hij ’s nachts geen rust heeft. Foto: Roy Gigengack.

Iedereen heeft zo zijn ideeën over wat straatkinderen zijn. De een vindt ze vies, de ander vindt ze zielig. Gigengack laat in zijn bijna vijfhonderd pagina’s tellende boek zien hoe straatkinderen in verschillende bandas leven. Eigenlijk kun je beter straatjongeren zeggen want sommigen zijn allang geen kinderen meer. Straatjongeren, is zijn conclusie, zijn ‘young and pretty damned’. Dit is niet alleen de conclusie van Gigengack maar ook de manier waarop de straatjongeren zichzelf beschrijven. Ze zijn jong en gedoemd. Gigengack laat zien dat straatkinderen zich bewust zijn van het feit dat ze straatkinderen zijn en vaak anders kunnen denken over zichzelf dan bijvoorbeeld wetenschappers. Centraal in hun wereld staat de banda. Daarin hanteren ze een scala aan overlevingsstrategieën. Ook zijn de grenzen belangrijk tussen hun cultuur en de volkscultuur en tussen hun eigen banda en andere bandas.

Door de straatcultuur van dichtbij te bestuderen kun je zien dat ‘de’ straatcultuur niet bestaat. Iedere banda is weer anders en iedere straatjongere heeft zijn of haar eigen leven en verhaal. De bandas in het centrum onderscheiden zich van die in de periferie. Die onderscheiding wordt mede uitgedrukt in het gebruik van verschillende snuifmiddelen: de bandas in het centrum gebruiken het oplosmiddel activo en die in de periferie snuiven het oplosmiddel terpentine. En als ze lijm snuiven, snuiven beide groepen een ander merk.

Buca boys slapen in de ruïne. Een jongen heeft zijn schoenen uitgedaan. De meeste jongens houden tijdens het slapen echter hun schoenen aan omdat ze bang zijn dat ze anders gestolen worden. Foto: Roy Gigengack.

Vernietiging

Het snuiven van lijm en oplosmiddel staat centraal in het leven van jonge straatmensen; snuiven is misschien wel de belangrijkste bezigheid van jongen mensen in de banda. Tegelijkertijd weten ze dat ze zichzelf er mee kapot maken. Ze hebben al heel wat maten ten grave gedragen die een ‘sudden sniffing death’ gestorven zijn. De straatjongeren zijn zich bewust van de vernietiging in hun wereld en zij zien die wereld dan ook als ‘one big mess’.

Ondeugd

De straatjongeren zien zichzelf als de ondeugende lijmsnuivers en zelfvernietigers. Ze houden ervan een bende te maken en dat staat niet los van de gemene ondeugd om lijm te snuiven. ‘Wat zo tragisch is aan het leven van straatkinderen is dat ze zichzelf aandoen wat ze aangedaan wordt’ zegt Gigengack. Ze dragen zelf bij aan de chaos en ze weten heel goed dat ze dit doen. Ze nemen de vernietiging in hun eigen handen en ze maken van de tragedie een komedie door de zelfvernietiging te vieren. De straatkinderen organiseren hun overleven rondom vernietigen, vooral door het gebruik van drugs. Deze jonge mensen hebben te maken met geweld, ruzie, een slechte gezondheid, het verlies van maten en stigmatisering. Het onthutsende is dat de jonge mensen heel goed weten dat het snuiven zo slecht voor ze is. Maar terwijl niet dood willen, blijven ze het doen. Slachtofferschap en actorschap lopen in elkaar over.

Net als andere kinderen van hun leeftijd spelen de Buca Boys op de patio voor de ruïne. Foto: Roy Gigengack.

Chaos in de orde

Sociale wetenschappers brengen graag orde in de chaos aan. Volgens Gigengack moet je als je naar het leven van de kinderen op straat kijkt, ook aangeven dat er chaos in de orde is. Het is voor de bandas niet mogelijk om een geordend bestaan te hebben, ondermeer omdat er altijd buurtbewoners en politie zijn die de orde weer verstoren. Daarnaast zorgen ze zelf ook voor verwarring door gebruik te maken van bijnamen en geheimtaal. Bovendien is de orde die zij beleven juist ontregelde orde.

Drugs

Tot nu toe hebben onderzoekers het belang van drugsgebruik bij de straatkinderen gebagatelliseerd. Ze stellen bijvoorbeeld dat straatkinderen het slachtoffer zijn van slechte omstandigheden en daardoor aan de drugs gaan of dat het snuiven de honger zou onderdrukken. Sommigen ontkennen zelfs dat straatkinderen drugs gebruiken. Het gebruik van drugs is volgens Gigengack echter een belangrijk middel voor de straatkinderen en de bandas om zich te onderscheiden. Het drugsgebruik bindt de kinderen in de bandas. Daarnaast kunnen ze er soms geld mee verdienen en geeft het een gevoel van vrijheid. Tegelijkertijd weten ze maar al te goed wat voor effect de drugs op hen heeft en zien ze de negatieve gevolgen. Ze zien hun drugsgebruik als een ondeugd, als een vrijheid waar ze niet mee om kunnen gaan, maar iets wat ze willen, ook al is het slecht voor ze. Ze zien zichzelf dus niet als ziek of afwijkend, maar als meer dan alleen rationele wezens.

Snuivende Buca boys. In deze afbeelding kun je alles lezen wat je wilt, dat dit zielige straatkinderen zijn of dat ze ‘straatbroeders’ zijn. Maar de Buca boys zijn zich er van bewust dat ze worden gezien als straatkinderen. Ze maken van hun tragedie een komedie. Deze snuivende straatkinderen poseren dus als snuivende straatkinderen. Foto: Roy Gigengack.

Geen aandacht

Eigenlijk wordt er te weinig opgetreden tegen straatkinderen en dat komt omdat ze eigenlijk te weinig overlast veroorzaken. Vooral de rijken in de samenleving hebben te weinig last van ze omdat die in gescheiden wijken wonen en daardoor nauwelijks geconfronteerd worden met de straatkinderen. Tegenover de straatkinderen heerst onverschilligheid. De uitsluiting draagt ertoe bij dat de straatjongeren hun eigen gemeenschappen vormen. Die gemeenschappen wordt echter gevormd en instant gehouden in wisselwerking met die maatschappij. De straatjongeren ontmoeten elkaar bijvoorbeeld in opvanghuizen en daar vormen ze hun gemeenschappen.

Gigengack laat zien dat straatkinderen zelf hun bestaan vorm geven. Daarbij is de rol van de staat zeer belangrijk. Straatkinderen maken hun eigen straatcultuur niet los van de sociale wereld waarin ze zich bevinden. De sociale uitsluiting waar ze mee te maken hebben, zorgt ervoor dat ze ‘damned’ zijn. Om de straatkinderen goed te kunnen beschermen zal men de zelfvernietiging als sociaal probleem moeten erkennen. Straatkinderen zien zelfvernietiging als een belangrijk onderdeel van hun identiteit en levenswijze. Daarom moet er vooral aandacht komen voor het destructieve drugsgebruik van deze jonge mensen.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.