Je leest:

Snelle evolutie, zalmen op weg naar nieuwe soort

Snelle evolutie, zalmen op weg naar nieuwe soort

Auteur: | 30 maart 2002

Een hele snelle manier van soortvorming is via verdubbeling van de chromosomen van de ouders. Maar ook door natuurlijke selectie kan evolutie zo snel verlopen, dat je het bijna kunt zien gebeuren.

Eén van de bekendste voorbeelden van snelle soortvorming zijn de vele soorten cichliden, kleine kleurige visjes, die in een periode van enkele duizenden jaren zijn ontstaan in het Afrikaanse Victoriameer. Cichliden passen zich zo snel aan veranderende omstandigheden aan dat bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt over deze vissen durft te beweren: ‘Ik kan binnen tien jaar een nieuwe soort cichlide laten ontstaan in het lab.’

Dit cichliden-experiment is nog niet uitgevoerd, maar met een andere vissoort is iets dergelijks al eens gelukt. Onderzoekers uit Trinidad verhuisden guppen van de soort Poecilia reticulata van een poel onderaan een waterval naar een tot op dat moment guppieloze poel stroomopwaarts. Het grote verschil was dat er in de poel beneden een aantal verschillende predatoren huisde, en boven slechts één. Die at voornamelijk hele kleine visjes.

Elf jaar en achttien gupgeneraties later bleek dat de stroomopwaartse guppen zich aan aan hun nieuwe, minder gevaarlijke omgeving hadden aangepast. Ze werden minder snel geslachtsrijp en een stuk groter dan de guppen beneden. Ook hadden ze minder, maar wel grotere nakomelingen. Uit labonderzoek bleek dat het hier daadwerkelijk ging om genetische veranderingen. De guppen evolueerden 10.000 keer sneller dan men op basis van fossiele vondsten zou verwachten, aldus de onderzoekers.

Zwanger

Fruitvliegen kunnen ook zeer snel evolueren. In 1971 rapporteerden de onderzoekers Dobzhansky en Pavlovsky het ontstaan van een nieuw soort fruitvlieg in hun lab. Ze begonnen in 1958 een cultuur met één zwangere fruitvlieg van de soort Drosophila paulistorum uit Colombia. Haar nakomelingen bleken zich te kunnen voortplanten met een ander type D. paulistorum, afkomstig uit een ander gebied. In 1963 ontdekten de onderzoekers dat er iets was veranderd: de twee typen fruitvlieg konden nog steeds paren, maar de nakomelingen bleken onvruchtbaar. Wat er in die vijf jaar precies is gebeurd, is onduidelijk. Maar uiteindelijk waren er dus twee soorten fruitvliegen in plaats van één.

Sommigen menen dat de kunstmatige hoge selectiedruk onder experimentele omstandigheden een vertekend beeld geeft. In de natuur zelf zou soortvorming nooit zo snel gaan. Onderzoekers van de universiteit van Massachusetts vonden echter een voorbeeld van snelle soortvorming van zalmen in de vrije natuur. In Lake Washington werd in 1937 een zalmsoort uitgezet. In 1992 bleek dat de zalmen zich hadden gesplitst in twee afzonderlijke populaties. Een groep legde eieren aan de rand van het meer, de andere groep legde eieren aan de monding van een rivier die uitkomt in het meer. De onderzoekers vonden kleine genetische verschillen tussen de groepen. Volgens de auteurs is deze reproductieve isolatie de eerste stap op weg naar soorvorming, in slechts vijftig jaar.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 maart 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.