Je leest:

Smeltende ijskap kon Nederlands breuksysteem activeren

Smeltende ijskap kon Nederlands breuksysteem activeren

Auteur:

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam voerden een uitgebreid geomorfologisch onderzoek uit naar het breuksysteem in de Limburgse aardkorst. Ze groeven daarbij twee flinke sleuven en concluderen dat zo’n 15.000 jaar geleden een of meer matige tot aanzienlijke aardbevingen optraden. Dit enige tektonische hoogtepunt in een verder rustige periode van 50.000 jaar is mogelijk het gevolg van het smelten van de landijskap die zich tot bij Nijmegen uitstrekte.

De Feldbiss is een van de belangrijkste Nederlandse breuken. Hij maakt deel uit van het breuksysteem van de Roerdalslenk, waarin ook nu nog regelmatig verticale verplaatsingen optreden. Een en ander hangt samen met een reksysteem waarvan de laatste fase in het Laat-Oligoceen begon. De Feldbiss (in feite niet één breuklijn maar, zoals gewoonlijk, een patroon van min of meer evenwijdige, zich vertakkende breuken; hiertoe behoren onder andere de Geleen-breuk en de Heerlerheide-breuk) begrenst de Roerdalslenk aan de zuidzijde, waar de Ardennen en het opgeheven Limburg-blok liggen.

Weergave van de Limburgse breuksystemen. Door het uitrekken van de aardkorst, bewegen de breuken. Als gevolg daarvan daalt in bepaalde zones de aardkorst (slenk), in andere komt de korst juist relatief omhoog (horst). In Zuid Nederland bestaat een heel systeem van horsten en slenken. Een (verticaal overdreven!) topografisch profiel volgens de blauwe lijn laat dit duidelijk zien. Beeld: Vrije Universiteit, Amsterdam.

Sleuven

Om een beter inzicht te krijgen in de recente activiteit van de Feldbiss ten westen van Sittard is een uitgebreid geomorfologisch onderzoek uitgevoerd, dat is aangevuld met boorgegevens en geo-elektrische metingen. Er was al bekend dat de Feldbiss als geheel gedurende het Midden- en Laat-Pleistoceen een gemiddelde verplaatsing vertoonde van 41-47 mm per duizend jaar; voor de individuele breuken was dat 10-35 mm. Om na te gaan hoe een en ander op regionale schaal plaatsvindt, werden twee sleuven gegraven, een door de Geleen-breuk, en een door de hoofdbreuk.

Foto’s van de onderzoekssleuf bij de Feldbiss breuk. Het kleurverschil in de sleuf maakt duidelijk dat er inderdaad dwars over het breukvlak gegraven is. Vooraan is de grond roestbruin-achtig, achteraan meer wit en licht bruin. Beeld: Rob Houtgast, Vrije Universiteit, Amsterdam.

Uitzonderlijk

De onderzoekers concluderen aan de hand van de sleuf door de Geleenbreuk dat de verplaatsingen langs die breuk het gevolg zijn van creep langs de breuk. De breukactiviteit nam omstreeks 15.000-10.000 jaar geleden plotseling tijdelijk toe. De resultaten uit de sleuf door de Feldbiss waren veel interessanter. In deze sleuf werden geen structuren aangetroffen die wijzen op aardbevingen met daaruit voortkomende vervloeiingen van het sediment. De verplaatsingen die langs de breuk ter plaatse optraden, waren kennelijk vooral geleidelijk van aard. Ook hier lijkt het echter mogelijk dat zo’n 15.000 jaar geleden een of meer matige tot aanzienlijke aardbevingen optraden, zonder dat dat overigens leidde tot breukvorming aan het aardoppervlak (de meeste aardbevingen in dit gebied hebben een hypocentrum op 10-20 km diepte). Deze beving(en) moet(en) worden beschouwd als uitzonderlijk, want ze vormen het enige tektonische hoogtepunt in een verder rustige periode van 50.000 jaar.

Samengestelde foto van de westelijke wand van de sleuf door de Feldbiss. Beeld: Ronald van Balen, Vakgroep Kwartairgeologie en Geomorfologie, Vrije Universiteit, Amsterdam.

Een vergelijking met gegevens uit omringende gebieden suggereert dat plaats en tijdstip van deze gebeurtenis verband houden met het terugtrekken van de landijskap die zich vanuit het noorden tot ongeveer Nijmegen uitstrekte. De door het terugtrekken van het ijs verminderde druk zou een spanningsveld hebben veroorzaakt dat, gesuperponeerd op het grotere spanningsveld dat de Beneden-Rijndalslenk in zijn totaliteit kende, tot de plotseling sterke breukvorming leidde gedurende de beginfase van de terugtrekking van het ijs.

Interpretatie van de westelijke wand van de sleuf door de Feldbiss. Beeld: Ronald van Balen, Vrije Universiteit, Amsterdam.

Referentie

Houtgast, R.F., Balen, R.T. van & Kasse, C., 2005. Late Quaternary evolution of the Feldbiss Fault (Roer Valley rift system, the Netherlands) based on trenching, and its potential relation to glacial unloading. Quaternary Science Reviews 24, p. 491-510.

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 mei 2005

Discussieer mee

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE