Je leest:

“Slechts vijf procent van wat ik vertel, blijft hangen”

“Slechts vijf procent van wat ik vertel, blijft hangen”

In de collegebanken bij Menno Fenger, bestuurskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam

Auteur: | 30 september 2011

De universiteit: niet alleen een plek voor baanbrekend onderzoek, maar ook een ware opleidingsfabriek. Wie zijn de kneders en vormers van de nieuwe generatie academici? Waar hangen studenten aan de lippen van hun docent, en waar vallen ze in slaap? Kennislink neemt de proef op de som en gaat terug naar de collegebanken. Deze keer bij Menno Fenger, bestuurskundige aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “De waarde van hoorcolleges wordt overschat. Slechts vijf procent van wat ik tijdens een college vertel, zal blijven hangen.”

Ik biecht het maar direct op. Uw verslaggever is zo’n loser die een kwartier lang bij de verkeerde deur staat te wachten. Onbewogen en geduldig, totdat een snuggere bestuurskundestudent ontdekt dat we voor de permanent gesloten balkondeuren van de collegezaal staan. Tegen de tijd dat we de juiste ingang gevonden hebben en schuldbewust naar binnen glippen, is het hoorcollege van Menno Fenger al begonnen.

Fenger springt van politiek filosoof Hobbes naar de Londense rellen, en terug.

Vriendelijk

Hoe zal Fenger reageren? De houding van een docent ten opzichte van laatkomers is immers een lakmoesproef die zijn ware aard onthult: boos, cynisch, onverstoorbaar of vriendelijk. Menno Fenger behoort duidelijk tot die laatste soort. “Welkom jongens, kom snel binnen.”

Nu viel dat wel te verwachten. Menno Fenger ontving vorig jaar namelijk de Arthur (Ringeling) prijs voor de beste bestuurskundedocent aan de Erasmus Universiteit. Zijn vriendelijkheid heeft ongetwijfeld stemmen getrokken. Maar studenten zijn bovenal onder de indruk van zijn interactieve en levendige manier van college geven.

Prisoner’s dilemma

Het is het tweede college “Inleiding Bestuurskunde” en er zitten voornamelijk schakelstudenten in de collegezaal. Fengers liefde voor interactiviteit wordt direct duidelijk: mijn collegeblok ligt nog niet op tafel of ik moet al aan een klein experiment meedoen. “Ik kan jullie wel vertellen waarom we een overheid nodig hebben, maar het lijkt me beter als jullie het zelf ervaren,” stelt Fenger voor.

De zaalplanningsgoden zaten Fenger dit keer niet mee: zo’n 70 studenten zaten in een veel te grote zaal. De ruimte leek daardoor meer op een leegstaande onderzeebootloods dan op een lokaal.

“Stel: je hebt samen met je buurman of -vrouw een bank beroofd en je wordt door de politie opgepakt. Hard bewijs is er niet. Als jullie allebei niks loslaten, krijgen jullie allebei 2 maanden straf wegens wapenbezit. Als jij de ander verraadt, draait hij 10 jaar de bak in en ga je zelf vrijuit. Dat geldt andersom ook. Als jullie elkaar verraden, verdwijnen jullie allebei 5 jaar in de gevangenis. Nou, zoek je buur op en speel dit ‘spel’ vijf keer met elkaar.”

Mijn buurman blijkt een beter mens te zijn dan ik. Hoewel hij netjes zijn mond houdt, laat ik hem al in de eerste ronde in de steek. Daarna blijven we elkaar verraden. We zijn niet de enigen. Als Fenger aan het einde vraagt wie het is gelukt om alle vijf keer zijn mond te houden, gaan er maar een paar handen de lucht in. “Wij hebben elkaar niet verraden,” zegt een studente vooraan. “Maar wij kennen elkaar dan ook al heel lang en heel goed.”

Wat is de mooiste smoes die Fenger ooit is tegengekomen?

Een studente vertelde me eens dat haar hond in de tuinvijver verdronken was. De tranen stonden in haar ogen. Misschien was het ook wel waar. Dan is ze vast beledigd dat ik haar verdronken hond afdoe als een smoes. Ik hoop maar dat ze dit niet leest.

Samenleven

“Jullie hebben zojuist het ’prisoner’s dilemma’ gespeeld,” legt Fenger enthousiast uit. Doceren lijkt hem moeiteloos af te gaan. Hij kent de argumenten uit zijn hoofd, loopt ontspannen over het podium en blijft altijd de zaal inkijken.

“Het ’prisoner’s dilemma’ wordt vaak gebruikt om het bestaan van de overheid te legitimeren, ook in de literatuur die jullie voor vandaag moesten lezen. Het experiment laat namelijk zien dat individueel rationeel gedrag niet per definitie de beste uitkomst biedt op collectief niveau. Individuele en collectieve belangen botsen nog wel eens. Denk bijvoorbeeld ook maar aan de visstand in onze zeeën: voor de individuele visser is het goed om de zee zo leeg mogelijk te vissen, maar voor de groep is dat negatief, zeker op lange termijn. In dit soort situaties is een overheid nodig: om over regels te communiceren en om regels af te dwingen.”

Plato en Rutte

Het is niet alleen de interactiviteit die zo aanstekelijk werkt, het is ook Fengers verhalende stijl, en de moeite die hij doet om elk abstract idee naar iets concreets en hedendaags te vertalen. Neem Plato’s idee van de koning-filosoof. “Plato vond dat de staat geregeerd moest worden door een elite, door jongens die al van jongs af aan op een eiland zijn gezet om de werkelijkheid te begrijpen. Niks auto’s of vrouwen, maar keihard werken om de wereld als geheel te snappen,” zegt Fenger.

Fenger: “Plato geloofde dat de meeste mensen onwetend zijn en slechts schaduwen van de echte wereld zien. Dit filmpje over Plato’s allegorie van de grot is zo mooi, dat vergeet je nooit meer.”

“Het idee van de koning-filosoof bestaat nog steeds. We denken – of hopen – dat politici de wereld beter snappen dan wij. Afgelopen zondag was ik op een feestje. Omdat de gastheer bezig was, deed ik de deur open. Stond onze minister-president daar zomaar op de stoep. Ik schrok er van. Ik keek toch automatisch tegen hem op. Voor een deel ligt dat aan het gezag en de macht die een minister-president uitstraalt. Maar voor een deel is het ook de hoop dat hij alles beter weet en begrijpt dan ik. Die hoop, dat idee, dat komt van Plato.”

Aan het einde van het college heeft Fenger uitgelegd waarom een overheid nodig is, wie bestuurt en wat de overheid doet. Toch lijkt het alsof we anderhalf uur naar een goed gesprek hebben geluisterd, in plaats van naar een stoomcursus politieke filosofie.

Opvallend: verborgen geheimen

Op Woudestein – de campus van de Erasmus Universiteit – is de koffie slecht te vinden. Er staan wel van die automaten waar je met je chipknip betaalt voor een plastic bruin bekertje met lauwigheid, maar wie verlangt naar echt verse koffie moet lang zoeken. Misschien is het een teken van de ernst van Rotterdamse studenten (er was wel een boekenwinkel, daar liep het storm); misschien is het een uitgekookte rendementsmaatregel van de universiteit (minder koffiedrinken: harder blokken). Maar misschien is Woudestein vooral net als Rotterdam zelf. Inspirerend, als je maar weet waar je zijn moet.

Overschat

“De waarde van hoorcolleges wordt werkelijk overschat,” stelt Menno Fenger na afloop van het college. “Slechts zo’n 5% van wat ik vertel, blijft hangen. Waar dat percentage van 5% precies vandaan komt, weet ik eigenlijk niet. Onze decaan komt daar altijd mee,” lacht hij. “Maar wat mij betreft is het belangrijkste dat je enthousiasme voor het vak overbrengt. Dat je laat zien dat bestuurskundige vragen relevant en uitdagend zijn. En dat je studenten prikkelt om zelf met de stof aan de slag te gaan. Als studenten ’s avonds thuis aan de keukentafel één ding doorvertellen, ben ik tevreden.”

Zenden voorbij

Dat Fenger veel gebruik maakt van nieuwsberichten, anekdotes en videofragmenten is dan ook geen toeval. “Ik probeer me te realiseren wie er voor me zitten. Dit zijn jonge mensen met een korte aandachtsspanne; ze zijn opgegroeid in een beeldcultuur. Daar moet je als docent bij aansluiten.”

Maar is Fenger dan niet bang dat hij universitair onderwijs verentertainiseert? “Nee, ik vind dat het je taak is om toehoorders te boeien. Anders kun je net zo goed een ander vak kiezen. Het is niet voldoende om onderwijs te geven in de onderzoekersmodus: als docent moet je voorbij het zenden komen. Dat vind ik ook zo inspirerend aan een van mijn grote voorbeelden, de Harvard-prof Michael Sandel. Hij weet een zaal echt bij zijn verhaal te betrekken. Soms door zoiets simpels als mensen hun hand op te laten steken.”

Dr. Menno Fenger is gespecialiseerd in sociaal beleid en sociale zekerheid. Zijn promotieonderzoek ging over hoe goed arbeidsbureaus, uitvoeringsinstellingen en sociale diensten samenwerken. Inmiddels is hij alweer elf jaar verbonden aan de opleiding bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit, al verruilde hij Rotterdam een half jaar voor Harvard en heeft hij als beleidsadviseur twee jaar bij het Ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewerkt. Fenger geeft een aantal vakken, waaronder ‘The Transformation of the European Welfare State(s)’ en ‘De bestuurlijke kaart van Nederland en Europa’.

De colleges van Sandel zijn zo populair dat kaartjes voor zijn colleges in China op de zwarte markt worden verhandeld. Zoiets is natuurlijk het hoogst haalbare in onderwijsland. Voorlopig moet Fenger het doen met de Arthur-prijs. Maar daar is hij ook al heel blij mee. “Lesgeven is echt een ambacht. Op de universiteit wordt onderwijs nog te vaak ondergewaardeerd. Zo’n prijs helpt toch wel om aandacht voor onderwijskwaliteit te krijgen. Mijn collega’s zijn zich er opeens van bewust dat zij de prijs níet hebben gekregen.”

Het universiteitsleven in zeven keuzes, volgens Menno Fenger

1. De University of Oxford of de Universiteit van Oslo?

Oxford. Ik ben een half jaar fellow op Harvard geweest, waar ik erg onder de indruk was van het niveau van de studenten. Die wisten geregeld meer dan ik. De academische cultuur op dat soort prestigieuze instituten spreekt me wel aan.

2. Plastic beker of mok?

Een mok. Ik heb hem van huis meegenomen. De faculteit is onlangs helemaal op mokken overgegaan. Zelfs gasten krijgen nu koffie of thee uit een mok.

3. Onderwijsprijs of onderzoekssubsidie?

Pff, dat is een moeilijke vraag. Toch maar een onderzoekssubsidie, denk ik.

4. Studenten: de grenzeloze generatie, generatie Einstein of generatie Boeiuh?

[Stilte] Het klinkt negatief, maar dan kies ik toch voor de generatie Boeiuh. Het is echt hard werken om studenten enthousiast te maken over je vakgebied.

5. Powerpoint, YouTube en Twitter, of de kracht van het woord?

Powerpoint, YouTube en Twitter. Als docent wil je studenten iets bijbrengen: daarvoor moet je aansluiten bij hun belevingswereld.

6. Collegeaantekeningen ruim van te voren of op het laatste moment klaar?

Vandaag waren de aantekeningen drie minuten van te voren af. Maar ik had de opzet dit jaar dan ook veranderd…

7. Stoelen of banken?

Stoelen, zodat studenten zich werkelijk welkom voelen. Studenten opleiden is het belangrijkste bestaansrecht van de universiteit, dat wordt nog wel eens vergeten. We mogen daarom best wat gastvrijer zijn voor onze studenten. Stoelen dus. Het liefst met zachte kussentjes.

Dit is het tweede deel van een serie over onderwijs aan de Nederlandse sociaalwetenschappelijke faculteiten. Het eerste deel ging over antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.