Je leest:

Slavenhouder wordt eerste mensenrechtenactivist

Slavenhouder wordt eerste mensenrechtenactivist

Auteur: | 9 december 2016

Tien december is de internationale dag van de mensenrechten. De Spanjaard Bartolomé de las Casas was een slavenhouder in Nieuw-Spanje tijdens de zestiende eeuw. Als snel zag hij geen heil meer in de gedwongen tewerkstelling van de gekoloniseerde bevolking en kwam hij op voor hun rechten.

Bartolomé de las Casas heeft zich met praktijken ingelaten die we nu verachtelijk vinden. Hij emigreerde in 1502 als ongeveer achttien-jarige naar Hispaniola. Columbus had dit eiland, waarop nu de Dominicaanse Republiek en Haïti liggen, tien jaar eerder voor Spanje geclaimd. Las Casas nam deel aan militaire expedities tegen de lokale bevolking en aan slavenjachten. Hij werd er tot Dominicaans priester gewijd en ging als geestelijke mee met de Spaanse veroveraars, de conquistadores, die in 1513 op Cuba bloedbaden aanrichtten onder Indiaanse stammen.

Als beloning kreeg hij op Cuba een landgoed en wat inheemsen als werkvolk. Dit was conform het encomienda-stelsel ( ‘encomendar’= toevertrouwen). In de mijnen en op de plantages werd de militair overweldigde lokale bevolking toevertrouwd aan conquistadores. Zij moesten de hen voedsel geven, onderdak, scholing en evangelisatie. De bevolking leverde werk of producten. Het is makkelijk te bedenken hoe dit stelsel kon ontaarden in wreedheid, uitbuiting en feitelijke slavernij.

Onbekende ziektes

Las Casas zelf schijnt een redelijke baas te zijn geweest. Hij maakte zich ook oprecht zorgen dat zoveel inheemsen in Nieuw Spanje stierven. We weten nu dat ze vooral bezweken aan besmettelijke ‘kinderziekten’ zoals de waterpokken en mazelen. In het westen maakte je ze als kind door en bouwde je er weerstand tegen op, maar in Amerika waren deze ziekten onbekend en dodelijk voor volwassenen. De Spanjaarden zelf dachten destijds dat er zoveel mensen overleden omdat ze werden afgebeuld op de plantages en in de mijnen, of niet geschikt waren voor dat zware werk.

In een boek over de koloniën dat Las Casas in 1516 publiceerde, deed hij dan ook de aanbeveling om hen te vervangen door Afrikaanse slaven. Zo kon Spanje toch over edele metalen en andere koloniale schatten blijven beschikken. Dit is hem nog eeuwen nagedragen, alsof hij in zijn eentje verantwoordelijk was voor de Atlantische slavenhandel. Die was echter in 1516 al van start gegaan, al denken sommige historici wel dat de Spaanse kroon zich door zijn advies aangemoedigd voelde.

Landschap met een episode uit de verovering van Amerika, Jan Jansz Mostaert, ca. 1535. Het keizerrijk van keizer Karel V omvatte grote delen van Europa, waaronder Spanje en Nederland, en gebieden in Midden-Amerika en de Caraïben. Dit is het eerste schilderij waarop te zien is hoe Spaanse soldaten slaags raken met de inheemse bevolking. Het Europees aandoende landschap kreeg door exotische elementen een uitheemse uitstraling: een aap, een boomstekelvarken en papegaaien.

Openbaring

De westerse kolonisatie en evangelisatie heeft de lokale culturen aangetast en de slavenhandel heeft diep ingegrepen in het leven van Afrikanen. Deze bittere erfenis is tot op de dag van vandaag merkbaar. Las Casas heeft aan dit alles bijgedragen. Toch zou ik hem een held willen noemen. Een held is moedig, niet bang zijn nek uit te steken, iemand die uitmunt door grootse daden. Het is een kwestie van discussie en smaak wat grootse daden zijn; Indianen en Afrikanen uitbuiten valt er niet onder, dat is duidelijk, maar Las Casas verdient het predicaat held dan ook juist omdat hij hiervan afstand nam.

Hij kreeg in 1514 een soort openbaring waardoor hij besefte dat hij en heel het Spaanse bestuur fout zaten. Bezig aan een preek bestudeerde hij het boek Sirach, dat niet tot de Hebreeuwse of protestantse maar wel tot de katholieke bijbel behoort. Dit noemt onacceptabel voor God wat onwettig verworven is, zoals brood gestolen van de armen. Het gaf, samen met wat hij meegemaakt had, zo’n inspirerend inzicht dat Las Casas brak met zijn oude bestaan. Hij ging leven naar zijn nieuwe overtuiging dat de inheemse bevolking een beter leven verdiende en probeerde anderen door boeken en debatteren mee te krijgen in deze ommekeer. Hij distantieerde zich na enige jaren ook van de zwarte slavernij.

Indianen bewerken het land, Theodor de Bry, naar Johann Theodor de Bry, 1591. De mannen ploegen de akker met hakken en de vrouwen zaaien. Een vrouw maakt met een stok gaten in de grond voor het zaad. Twee vrouwen strooien het zaad uit.

Een held dus – met deze kanttekening: hij moderniseerde zijn opvattingen over mensenrechten, maar bleef als kind van zijn tijd geloven dat Spanjaarden recht hadden zich meester te maken van de rijkdommen in Nieuw Spanje. Maar het moest vreedzaam gebeuren. In zijn boeken legde hij uit hoe: boeren uit Spanje moesten er kleinschalige familieboerderijen beginnen, en zo suiker enzovoorts produceren. De plaatselijke stammen zouden in natura of met werk een schatting aan de Spaanse koning betalen en kregen in ruil een huis in nieuwe stadjes rond de mijnen en handelscentra, waar scholen waren, een ziekenhuis en een kerk. Hun bekering wilde hij echter alleen op vrijwillige basis accepteren.

Boze inheemsen

Las Casas vertrok in 1516 naar Spanje om te lobbyen tegen het encomienda-stelsel. Dit was de eerste van negen werkreizen tussen de kolonie en het moederland, opmerkelijk in de zestiende eeuw toen dit een gevaarlijke en langdurige tocht was. Het geeft aan hoe gemotiveerd hij was. In 1520 kreeg hij na lang soebatten de kans om zijn vreedzame kolonisatiemethode te demonstreren. De koning wees hem een stuk land toe in Venezuela. Maar het liep allemaal mis. Deels door een kruideniersmentaliteit van het hof: het perceel was te klein voor zijn plan om alle inheemse slaven veilig te herhuisvesten. Parels en goud winnen en verkopen mocht hij niet, wat de onderneming voor investeerders onaantrekkelijk maakte.

Indianen vermoorden Spaanse soldaten en monniken. Theodor de Bry, 1594.

Uiteindelijk trok hij erheen met geleend geld en met een stel Spaanse boeren voor het ontginningswerk. Die zagen ervan af toen bleek dat juist in zijn gebied tegen alle afspraken in slavenjachten waren geweest. De geprovoceerde indiaanse stammen hadden als represaille het plaatselijke klooster overvallen en waren niet erg in voor welk nieuw experiment dan ook. Las Casas begon in zijn eentje. Na een paar maanden ploeteren vielen de stammen weer aan. Vier lokale medewerkers werden gedood.

Massa dopen

Las Casas gaf de kolonie op en ging in een Dominicaans klooster, op Hispaniola. Maar hij sloot zich daar niet op. Zeer riskant was zijn verblijf in de binnenlanden van Guatemala in 1537-1538, waar nog geen andere Spanjaarden geweest waren. Hier wilde hij onbeschermd door soldaten met andere geestelijken de superioriteit van vrijwillige bekering laten zien. Hij wilde geen inheemsen dopen zonder dat ze werkelijk besef toonden van het nieuwe geloof.

Collega-missionarissen elders die wat minder vreedzaam en grondig te werk gingen en de plaatselijke bevolking en masse en vaak onder dwang bekeerden, vonden hem fanatiek en onpraktisch en zijn kersteningsmethode te tijdrovend. De indianen zouden aan het moorden slaan voor ze de voordelen van het christendom hadden gezien. In Guatemala bewees Las Casas hun ongelijk, want de missiepost was een succes – misschien niet vanuit modern oogpunt vanwege het afzweren van de inheemse religie, maar wel naar de standaard van die tijd.

In 1540 gaf de kerkleiding in Spanje hem gelijk: massadopen werden verboden. Las Casas werd bisschop van Chiapas (Mexico) maar reisde eerst naar Spanje om aan het hof koning Karel V tot beschermende wetgeving te krijgen.

Debat mensenrechten

Karel wilde het encomienda-stelsel alleen geleidelijk afschaffen, zodat Spaanse kolonisten en schatkist er weinig onder leden, en kwam in 1542 met een wet: encomienda’s vervielen aan de kroon bij overlijden. Ambtenaren en geestelijken moesten ze meteen al inleveren. De inheemsen werden als vrije mensen beschouwd, die voor hun werk betaald moesten worden en een faire belasting moesten betalen.

Indianen bereiden tabak, Moyses van Wtenbrouck, 1622. Drie inheemsen zijn bezig met het onderdompelen van tabaksbladeren in een kookketel. Op de achtergrond hangen twee mannen tabaksbladeren te drogen aan een rek.

Het duurde tot Las Casas’ ergernis dus nog wel even voor het stelsel echt verleden tijd zou zijn. Hij kon het proces niet versnellen. Hij had eerst alleen in kleine kring wat kunnen doen, zoals in Guatemala, maar toen hij als bisschop een formele functie met macht kreeg, verbruide hij zijn kans door zijn rechtlijnige opstelling: in 1545, terug in Mexico, maakte hij zijn bisdom meer dan duidelijk waar hij voor stond. Hij verbood zijn priesters om slavenhouders absolutie te geven; als zij hun slaven mishandelden, moest zelfs excommunicatie volgen.

Zijn scherpslijperij leidde tot enorme irritatie bij de kolonisten, toch al witheet vanwege Karels milde hervormingswet die zij – terecht – met Las Casas associeerden, al vond die juist de maatregelen ontoereikend. Toen Karel zijn wet na drie jaar vanwege de vele protesten en opstanden introk, kwam de opgekropte woede tot uiting in gewapende opstand. Las Casas’ positie werd onhoudbaar en hij moest in 1546 naar Spanje vertrekken – ditmaal voorgoed.

Hier kreeg hij te maken met beschuldigingen van verraad: hij leek wel de legitimiteit van het gehele Spaanse koloniale bestuur aan de kaak te stellen. Terwijl de kolonisten in de ogen van veel zestiende-eeuwers toch dappere christelijke pioniers waren die met gevaar voor eigen leven een stelletje wilden kwamen beschaven. In 1550 kregen de tegengestelde visies op het kolonialisme een gezicht.

Indianen door Europeanen vermoord. Bernard Picart, 1683 – 1733. Landschap met op de voorgrond Europeanen die Indianen vastbinden, hun rijkdommen afpakken en hun land innemen. Op de achtergrond hangen vermoorde Indianen aan galgen.

In het fameuze Dispuut van Valladolid stonden twee geleerde Dominicaner priesters tegenover elkaar voor een jury van geestelijken en juristen. Aan de ene kant Juan Ginés de Sepúlveda, die van mening was dat inheemsen van nature inferieur waren. Spanje had het volste recht hen tot slaaf te maken; sterker, het was Spanje’s plicht om christendom, orde en onderlinge vrede te brengen. Aan de andere kant Bartolomé de las Casas, die onder meer opperde dat de plaatselijke bevolking helemaal niet onbeschaafd was. Na een paar maanden delibereren besliste de jury dat geen van tweeën had gewonnen; het was niettemin het eerste nationale debat over de rechten van gekoloniseerde volken.

Zwarte legende

Las Casas was vrij om te gaan. Hij huurde in 1551 een kloostercel in Valladolid. Hij bleef bij het hof lobbyen en boeken schrijven, tot enkele jaren voor hij overleed op 18 juli 1566, 82 jaar oud. Zijn werk is al snel gretig gebruikt door mensen die Spanje in een kwaad daglicht wilden stellen, zoals uitgevers in de Nederlandse Republiek. De wreedheden jegens de inheemse bevolking die Las Calas beschreef, werden mede basis voor de ‘Zwarte Legende’ die het Spaanse koloniale bestuur demoniseerde. In Spanje zelf is hij heel lang controversieel gebleven. Dat zag toch liever een positief verhaal over de conquistadores. Maar nu geldt Las Casas toch vooral als de eerste die in het geweer kwam voor mensenrechten.

Braziliaans dorp, Frans Jansz. Post, 1675 – 1680. De door de Nederlanders op de Portugezen veroverde provincie Pernambuco telde veel verschillende bevolkingsgroepen. We zien een Indiaanse familie op de voorgrond, een Hollands echtpaar dat naar de veranda loopt, een gesluierde Portugese vrouw en een slaaf met een korf op zijn hoofd aan het hek.

Dit artikel is verschenen in Geschiedenis Magazine, nummer 5 2016.

Dit artikel is een publicatie van Geschiedenis Magazine.
© Geschiedenis Magazine, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 december 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.