Je leest:

Slapen kun je leren

Slapen kun je leren

Auteur: | 9 december 2004

Zelfs mensen die al tien jaar slecht slapen, verslaafd zijn aan slaappillen en als zombies door het leven gaan, kunnen door een therapie van zes weken weer genieten van een goede nachtrust. Dat concludeert psycholoog en slaaptherapeut dr. Ingrid Verbeek.

Slecht slapen komt veel voor. Maar liefst tien procent van alle volwassenen lijdt aan chronische slapeloosheid. Dat is op den duur slopend voor die mensen zelf, maar ook een maatschappelijk en economisch probleem. Veel auto-ongelukken zijn het gevolg van oververmoeidheid of de bijeffecten van slaappillen. Chronisch slapelozen melden zich vaker ziek op het werk, komen vaker bij de huisarts en lijden aan psychische klachten als depressiviteit.

Slaaponderzoek. Met electrodes worden de hersengevolven van deze slapende proefpersoon gemeten. bron: Centrum voor Slaap- en Waakproblemen ‘Kempenhaeghe’.

Weinig hulp

Hoe ernstig het probleem ook is, meestal wordt er niets aan gedaan. Of de huisarts schrijft meteen een receptje uit voor slaappillen. Een pilvrije behandeling van slaapproblemen is bij huisartsen nauwelijks bekend. En bovendien gaan patiënten vaak voor andere problemen naar de dokter. Pas aan het eind van het consult, als het ware op de drempel, zeggen ze: ‘O ja dokter, ik slaap zo slecht’. Dan is het snelle receptje een logische keuze voor de arts. “Mensen weten vaak niet dat er, behalve pillen, ook andere oplossingen zijn hun slaaproblemen”, constateert dr. Ingrid Verbeek van het Centrum voor Slaap- en Waakproblemen ‘Kempenhaeghe’ in Heeze. “Bovendien vraagt de huisarts zelden hoe de patiënt slaapt.”

Slaapduur

Op basis van eigen onderzoek onder duizenden patiënten heeft het centrum Kempenhaeghe een enorme deskundigheid ontwikkeld op het gebied van slaapproblemen. Opmerkelijk was dat veel patiënten die klaagden over gebrek aan nachtrust – en daar overdag aantoonbaar last van hadden – ’s nachts niet per se kort sliepen. Metingen met EEG-apparatuur toonden aan dat hun hersengolven een normaal slaappatroon lieten zien; ze sliepen wel degelijk.

Het inzicht dat de kwaliteit van de slaap blijkbaar belangrijker is dan de feitelijke duur, vormde de basis van de therapie die bij Kempenhaeghe is ontwikkeld. De cursus is er speciaal op gericht patiënten te leren omgaan met een doorwaakte nacht. De cursus steunt op vier pijlers; informatie, slaaphygiëne, en het doorbreken van verkeerde slaapgewoontes en slaapbelemmerende gedachten.

In het informatieve deel van de therapie leren mensen een aantal feiten over slaap. De echt diepe slaap bijvoorbeeld, die onze hersenen nodig hebben voor herstel en informatieverwerking, duurt niet langer dan de eerste 5 tot 6 uur van de nacht. “Als mensen weten dat die zogeheten ‘kernslaap’ feitelijk voldoende is om overdag normaal te functioneren, helpt dat om een betere nachtrust te hebben”, zegt Verbeek. Het is niet erg als je de laatste paar uur van de nacht, de ‘restslaap’, dommelend of zelfs wakker doorbrengt.

Deze computer registreert de hersenpatronen tijdens de slaap. bron: Centrum voor Slaap- en Waakproblemen ‘Kempenhaeghe’.

Tips

Verbeek geeft patiënten ook een aantal nuttige tips mee voor een rustige nacht. Voor de hand liggend, maar veel mensen houden zich er niet aan: “Bouw rustig de dag af, breng je gedachten en lichaam tot rust. Vermijd koffie, lees geen spannend boek of kijk geen spannende film.” Maar ook: “Beperk het alcoholgebruik ’s avonds en blijf ’s ochtend niet te lang liggen. Houd regelmatige bedtijden aan.”

Veel mensen hebben slapeloze nachten doordat ze een verkeerde routine hebben ontwikkeld. Patiënten moeten slaap weer gaan associëren met een bed, meent Verbeek. De slaap wordt verdiept door een paar weken minder te slapen, bijvoorbeeld zes uur in plaats van acht uur nachtrust. Daardoor wordt de slaapdruk opgevoerd. “Een andere manier om de link slaap-bed weer te leren leggen, is door consequent op te staan als de slaap niet komt. Ga pas weer in bed gaan liggen als je voldoende ontspannen bent”, zegt ze. “En ’s ochtend steeds op dezelfde tijd opstaan.”

Ook gepieker houdt mensen wakker. Telkens terugkerende gedachten als: ‘Ik kan alleen maar slapen met een pil’ of ‘Als ik niet acht uur slaap, dan functioneer ik niet overdag’ hebben het omgekeerde effect. Die broodnodige acht uur slaap blijft uit en de volgende nacht is dat vervelende pilletje toch nodig om tot rust te komen. De therapeut moet samen met de patiënt uitzoeken welk gepieker slapeloosheid veroorzaakt en proberen dat uit te bannen.

Het werkt

Volgens dr. Verbeek bleek al uit het allereerste effectiviteitsonderzoek naar de slaaptherapie dat driekwart van de patiënten verbetering zag. Zowel in hun slaappatroon als hun functioneren overdag. “Dat betekent dat met een aantal vrij eenvoudige adviezen en kortdurende therapie heel veel is te bereiken. Want mensen die in ons slaapcentrum komen, hebben al meer dan tien jaar last van slaapproblemen. Een therapie van zes weken is dan relatief kort”, zegt Verbeek. Ze pleit daarom voor een goede informatievoorziening aan huisartsen. Als die eenmaal weten dat slapeloosheid ook zonder pillen is te verhelpen, is er veel gewonnen.

Dit artikel is een publicatie van Radio Nederland Wereldomroep (RNW).
© Radio Nederland Wereldomroep (RNW), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 december 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.