Je leest:

Siberisch veen remt broeikaseffect

Siberisch veen remt broeikaseffect

Een miljoen vierkante kilometer natte veengebieden in West-Siberië vormen een gigantische en duurzame opslagplaats van het broeikasgas CO2 en remmen daarmee het broeikaseffect af. Dit concludeert fysisch geograaf Wiebe Borren uit zijn promotieonderzoek.

Het is hem gelukt om voor het eerst een driedimensionaal, dynamisch model te bouwen waarmee de ontwikkeling van een veenlandschap en de koolstofbalans over de afgelopen 9000 jaar en de nabije toekomst gesimuleerd kon worden. Als de venen worden drooggelegd, zullen enorme hoeveelheden kooldioxide vrijkomen.

In de West-Siberische veengebieden is het zo nat dat plantenresten niet volledig vergaan, maar bewaard blijven als veen. Met als gevolg dat elk jaar een deel van de koolstofdioxide (CO2), die tijdens de groei van planten en mossen uit de lucht is opgenomen, wordt vastgelegd in nieuwe veenlaagjes. Dit proces kan vele duizenden jaren doorgaan.

Langzaam vindt echter ook afbraak van veen plaats door bacteriën. Daarbij komt het broeikasgas methaan (CH4) vrij. Aangezien CH4 een veel sterker broeikasgas is dan CO2 is het van belang om de koolstofbalans tussen CO2 opname en CH4 uitstoot in de tijd te bepalen. Uit de modelberekeningen van Wiebe Borren is duidelijk gebleken dat in zulke natte, nog niet door de mens drooggelegde veengebieden de vastlegging van CO2 uit de atmosfeer veel groter is dan de uitstoot van methaan. Ook wanneer rekening gehouden wordt met het 31 maal sterkere broeikaseffect van methaan ten opzichte van koolstofdioxide blijken die veengebieden daarom de opwarming van het klimaat tegen te gaan. Tot dusver nam men aan dat veengebieden vooral door de CH4-emissie het broeikaseffect zou versterken. Voor West-Siberische veengebieden blijkt nu het tegengestelde.

Het Vasyugan veencomplex (rood) in West-Siberië, waar promovendus Wiebe Borren onderzoek heeft gedaan naar de opslag van CO2 door deze veengebieden. bron: Wiebe Borren

Met het modelonderzoek is aangetoond dat het proces van veenaangroei en koolstofopslag nog zeker 11.000 jaar door kan gaan. Om hiervan de betekenis voor het klimaat te bepalen heeft Wiebe Borren een nieuwe berekeningsmethode ontwikkeld. Tot dusver worden beperkingen van de broeikasgasemissies (Kyoto-protocols) berekend op basis van instantane emissies en niet van geleidelijk veranderende emissies zoals het geval bij bossen en natuurlijke venen. Met deze nieuwe methode kon Wiebe Borren duidelijk aantonen dat niet-gedraineerde venen op den duur uitermate belangrijke netto opslaggebieden zijn voor broeikasgassen uit de atmosfeer, ook bij opwarming van het klimaat.

Als men echter de Siberische venen zou draineren, zoals met vrijwel alle Europese venen de afgelopen eeuwen is gebeurd, kan zeer veel kooldioxide vrijkomen door veenafbraak (oxidatie), hetgeen de klimaatverwarming zeker zal verergeren. Mede daarom is het van wereldwijd belang dat alle nog ongestoorde veengebieden beschermd worden tegen drooglegging en een vooraanstaande plek krijgen in de berekeningen van kooldioxide emissies per land.

Vrijdag 19 januari promoveert Wiebe Borren aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht op dit onderzoek met zijn proefschrift “Carbon exchange in Western Siberian watershed mires and implication for the greenhouse effect: A spatial temporal modeling approach”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.