Je leest:

Seks met jezelf

Seks met jezelf

Auteur: | 29 april 2010
seks (112)
Thema: Seks

De meeste mensen hebben weleens seks met zichzelf. Masturbatie blijkt niet alleen een fijne, makkelijke manier om in een behoefte te voorzien. Het heeft ook een aantal belangrijke functies.

Masturbatie komt in het dierenrijk heel veel voor. Zowel mannelijke als vrouwelijke paarden, olifanten, kangoeroes en walrussen zijn al regelmatig betrapt terwijl zij met zichzelf aan het spelen waren. Dit spelen varieert van het daadwerkelijk aanraken of likken van de eigen geslachtsdelen tot het schuren tegen allerlei objecten. Sommige dieren, zoals apen en het stekelvarken, zetten ook hulpmiddelen in bij het masturberen. Zo gebruikt het vrouwelijke stekelvarken takjes als dildo. Tijdens het wandelen tikt zo’n takje steeds zachtjes tegen haar geslachtsdelen aan.

Geslachtsdelen aanraken

Als masturbatie in het dierenrijk zo normaal is, is het niet verwonderlijk dat deze vorm van seks ook bij mensen voorkomt. En niet alleen bij volwassenen. In 1987 zagen wetenschappers via echografie voor het eerst hoe een mannelijke foetus zijn piemel vastpakte en masturberende bewegingen maakte. In 1996 betrapten Italiaanse gynaecologen ook een vrouwelijke foetus op het herhaaldelijk aanraken van haar geslachtsdelen.

Masturbatie van een foetus vastgelegd via echografie. Op het linker plaatje zie je de hand en de penis van het jongetje vlak naast elkaar. Op het rechter plaatje, bij de gele pijl, is duidelijk zichtbaar dat de foetus zijn penis vastpakt.

Ook na de geboorte gaat de seksuele ontwikkeling gewoon door. Uit een grootschalig onderzoek, waarin ouders gevraagd werd naar het seksuele gedrag van hun kinderen, blijkt dat zowel jongens als meisjes tot een leeftijd van vijf jaar een sterke interesse hebben in seks. In de periode van zes tot negen jaar neemt die interesse flink af, totdat kinderen op hun elfde of twaalfde ‘het andere geslacht’ ontdekken.

Vooral in die eerste leeftijdsgroep uit de interesse in seks zich in masturbatie. Jongens tot vijf jaar raken af en toe hun penis aan, net zoals zij het boeiend vinden om met hun oren of tenen te spelen. Bij meisjes tot vijf jaar is masturbatie moeilijker te herkennen. Sommige meisjes raken met hun vingers de geslachtsdelen aan, maar vaker schuren zij met hun onderlichaam tegen objecten zoals speelgoed of het randje van een stoel. Hoe vaak masturbatie bij jonge kinderen gemiddeld voorkomt, is lastig te zeggen. Aan het begin van de jaren negentig zijn twee onderzoeken uitgevoerd om dit te achterhalen. De resultaten lopen nogal uiteen. Een Zweedse studie wees uit dat 1,2 procent van de kinderen in de leeftijd van twee tot zes jaar weleens masturbeert. 2,4 procent doet dat dagelijks. In Amerika liggen de cijfers een stuk hoger. In de leeftijd van twee tot zes jaar doet 22,6 procent van de jongens en 16,3 procent van de meisjes aan masturbatie.

Ziek van masturbatie

Masturbatie is in Europa niet altijd de normale vorm van seks geweest die het nu is. Tussen 1700 en het begin van de twintigste eeuw dacht men zelfs dat allerlei ziekten (bijvoorbeeld blindheid, impotentie en epilepsie) veroorzaakt werden door masturberen. Maatregelen om masturbatie te voorkomen liepen uiteen van waarschuwingen, tot kuisheidsgordels, tot amputatie van (een deel van) de geslachtsdelen.

Dit ingenieuze apparaat is speciaal ontworpen om masturbatie bij mannen te voorkomen. Bij een overtreding zorgen elektrische schokjes, alarmbellen en scherpe puntjes aan de binnenkant van het buisje ervoor dat een man masturbatie volgende keer wel uit zijn hoofd laat.

Wikimedia Commons

Uit het Amerikaanse onderzoek blijkt duidelijk dat er meer jongens dan meisjes masturberen. Bij volwassenen is dat niet anders. In de jaren vijftig ontdekte de Amerikaanse bioloog Alfred Kinsey al dat 92 procent van de mannen en 62 procent van de vrouwen weleens seks met zichzelf heeft. In 2007 werd de studie van Kinsey herhaald in Engeland, met vergelijkbare resultaten. Van alle ondervraagden tussen zestien en vierenveertig jaar doet 95 procent van de mannen en 71 procent van de vrouwen aan masturbatie.

Slome en beschadigde zaadcellen

Waarom hebben zoveel mensen seks met zichzelf? Is het alleen een fijne, makkelijke manier om in een behoefte te voorzien of zit er meer achter? De Australische gynaecoloog David Greening is er van overtuigd dat mannen masturberen om de zaadcellen in het sperma in topconditie te houden. In 2009 was hij in Amsterdam om precies uit te leggen waarom hij dat denkt. De bijbal dient als opslagplaats voor rijpe zaadcellen. De temperatuur ligt in die opslagplaats relatief hoog. Dat maakt de zaadcellen sloom, ze verliezen hun beweeglijkheid. Daarnaast worden de zaadcellen in de bijballen aangevallen door vrije radicalen, kleine reactieve moleculen die DNA-schade veroorzaken. Hoe langer zaadcellen in de bijballen liggen opgeslagen, hoe slechter de kwaliteit. En met beschadigde zaadcellen die niet goed zwemmen is het erg lastig om tot bevruchting te komen.

Oeps: Afbeelding met id 35891 niet gevonden.

DNA-schade en slome zaadcellen zijn volgens Greening te voorkomen door regelmatig de voorraden in de bijballen te verversen. Om die theorie te testen voerde hij een onderzoek uit waarin hij 118 proefpersonen met beschadigd sperma opriep om een week lang elke dag te ejaculeren. Na zeven dagen was de DNA-schade bij 81 procent van de mannen gedaald en waren de zaadcellen bovendien beweeglijker. Met dagelijks klaarkomen verwijdert een man oude zaadcellen uit de bijballen, waardoor het zaad bij een volgende ejaculatie in topvorm is. Wel neemt met deze tactiek het volume van het ejaculaat en de concentratie van de zaadcellen iets af. Dat is echter alleen een probleem voor mannen die van nature al weinig zaadcellen in hun sperma hebben.

Van behandelkamer naar slaapkamer

Iedereen kent hem; de vibrator, maar de geschiedenis van dit seksspeeltje is vrij bijzonder. Galen (een Griekse arts geboren in 129) stelde al heel vroeg dat vrouwelijke kwaaltjes als nervositeit, vochtverlies, slapeloosheid en verminderde eetlust veroorzaakt werden door een tekort aan seks. De klachten kwamen dan ook vooral voor bij nonnen, maagden en weduwen. Masturbatie zou deze mensen weleens kunnen genezen.

Vrouwen mochten die behandeling niet zelf uitvoeren, maar moesten daarvoor naar de dokter. Het duurde tot 1870 voordat het eerste ‘masturbatie-apparaat’ in de behandelkamer stond. Het was een groot gevaarte dat werd aangedreven door stoom. Een jaar later ontwikkelde de Brit Weiss de eerste vibrator op batterijen en nog iets later waren er ook exemplaren die je kon aansluiten op het elektriciteitsnet.

In het begin van de twintigste eeuw vond de vibrator zijn weg naar de slaapkamer. De eerste apparaten voor thuisgebruik waren vrij groot en produceerden waarschijnlijk ook een hoop lawaai. Later werden de vibrators handzamer met als nadeel dat de apparaatjes vaak al zonder stroom zaten voordat het hoogtepunt was bereikt. Door middel van pamfletten maakten bedrijven reclame voor de vibrator en zijn genezende werking.

Pamflet uit 1910 waarin de vibrator wordt aangeprezen.

Wikimedia Commons

Rond 1930 stopten artsen met het gebruik van de vibrator als behandeling. Daardoor verdween het apparaat zo’n vijftig jaar uit beeld, om in 1980 weer terug te keren als het seksspeeltje dat het vandaag de dag nog is.

Grote schoonmaak

Mannen masturberen met een goede reden, maar hebben vrouwen ook een excuus? Ja hoor. Een orgasme waarbij geen sperma in de vagina terecht komt, verlaagt namelijk de pH van de baarmoederhals. Zaadcellen kunnen in een omgeving met een lage pH niet lang overleven. Door te masturberen verwijdert een vrouw dus actief achtergebleven sperma uit de baarmoederhals, maar verkleint ze tegelijkertijd de kans op bevruchting bij een volgende paring. De lage pH die dankzij masturbatie ontstaat is niet alleen nadelig voor zaadcellen. Ook allerlei ziekteverwekkers hebben moeite met overleven in het zure milieu. Af en toe masturberen zorgt dus voor een grote schoonmaak van de baarmoederhals.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 april 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.