Je leest:

Schrijven in een vreemde taal

Schrijven in een vreemde taal

Auteur: | 23 januari 2009

Tijdens het schrijven gebruiken we verschillende strategieën. Voor de kwaliteit van een tekst maakt het niet zoveel uit hoe je tijdens het schrijven te werk gaat. Zowel vooraf plannen als achteraf structuur aanbrengen zijn effectieve methoden. Wel maakt het verschil in welke taal je schrijft. Bij het schrijven in een vreemde taal is er minder ruimte in de hersenen voor flexibiliteit tijdens het schrijfproces.

Hoe schrijf je een tekst? Denk je eerst na over de structuur? Of begin je direct met schrijven en zie je wel waar het schip strandt? Bekende schrijvers zullen deze vraag verschillend beantwoorden. De een laat de woorden als vanzelf stromen; de ander ziet het schrijfproces liever als een ambacht, waarbij geschaafd en geschrapt moet worden. Maar ook minder ervaren schrijvers maken gebruik van verschillende strategieën. Dit blijkt uit onderzoek van Daphne van Weijen van de Universiteit Utrecht. De promovenda liet een groep studenten hardop denken tijdens het schrijven.

Uit het onderzoek bleek dat de gekozen strategie niet zoveel invloed heeft op de kwaliteit van de tekst. Het maakt wel uit in welke taal de tekst geschreven wordt: de moedertaal of een andere taal. Nederlandse studenten die in het Engels schrijven, zijn minder flexibel in het schrijfproces. “Schrijven is cognitief gezien een heel zware taak”, legt de onderzoekster uit. “En helemaal als daar ook nog een andere dan de moedertaal aan te pas komt. Dan wordt het kiezen of delen. Ga je voor een taalkundig goede tekst of staat de inhoud voorop. Bij beginnende schrijvers zie je dat de taal meestal wint.”

Hardop-denk-protocollen

In het buitenland was al veel onderzoek gedaan naar schrijven in vreemde talen. Maar voor Nederlandse begrippen is Van Weijens onderzoek vrij nieuw. Niet alleen vanwege het onderwerp, maar ook vanwege de methodologie. Ze vroeg relatief veel van haar proefpersonen. Dit waren twintig eerstejaars studenten Engels van de Universiteit Utrecht. Allen hadden het Nederlands als moedertaal. Iedere proefpersoon moest vier Nederlandstalige en vier Engelstalige opstellen schrijven. De onderwerpen stonden van tevoren vast.

De acht ‘taken’ per proefpersoon leverde de promovenda honderdzestig ‘hardop-denk’-protocollen op. Deze ‘hardop-denk’-protocollen analyseerde ze op verschillende manieren. Van Weijen bekeek zelf video-opnamen van de kandidaten, maar zette ook de computer aan het werk: “Een speciaal ontwikkeld programma registreerde nauwkeurig welke toetsen op het toetsenbord werden aangeslagen en hoe vaak de muis bewoog. Op basis van die gegevens konden we vrij nauwkeurig bepalen hoe schrijvers te werk gingen.”

Cognitieve overbelasting

De proefpersonen pakten de opdracht ieder anders aan. Toch bleek de ene aanpak niet perse beter te zijn dan de andere. “Vaak wordt gedacht dat plannen vooraf de tekstkwaliteit positief beïnvloedt. Maar toch is dit niet altijd zo”, vertelt Van Weijen. “Er zijn ook mensen die eerst zoveel mogelijk tekst produceren en dan gaan schaven. En ook dat kan resulteren in goed lopende teksten. Heel concrete tips om beter te leren schrijven levert dit onderzoek daarom niet op. De manier van schrijven varieert gewoon enorm van persoon tot persoon.”

De taal waarin je schrijft, heeft wél impact op het schrijfproces. Bij het schrijven in hun moedertaal varieerden de testpersonen hun aanpak van taak tot taak. Wanneer ze in het Engels schreven, deden ze dit veel minder. “Een mogelijke verklaring is cognitieve overbelasting. Schrijven is een complexe taak, maar hetzelfde geldt voor het gebruiken van een vreemde taal. Als we ons uitdrukken in een andere dan onze moedertaal, kost dit meer moeite, en dus meer hersencapaciteit. In de hersenen is minder ruimte beschikbaar. Het is dan makkelijker om elke schrijfopdracht op een vergelijkbare manier aan te pakken.”

Denken in Engels of Nederlands

Ook maakte het verschil in welke taal er gedacht werd. Van Weijen: “De meeste studenten begonnen tijdens het schrijven in het Engels hardop te denken in het Engels. Maar sommigen vielen na een poosje weer terug op hun moedertaal, het Nederlands. Bijvoorbeeld wanneer ze vastliepen op bepaalde woorden, zinnen of puur op de inhoud. De taal waarin je denkt, hoeft niet overeen te komen met die waarin je schrijft. Talendocenten denken vaak dat dit ten kosten gaat van de kwaliteit. Maar ons onderzoek geeft een gecompliceerder beeld.”

“Voor schrijvers met een goede Engelse taalvaardigheid pakt het denken in het Nederlands inderdaad nadelig uit. Hetzelfde geldt voor schrijvers met een slechte Nederlandse schrijfvaardigheid. Maar wanneer de Engelse taalvaardigheid slecht is, kan het Nederlands juist houvast geven. Vooral als de Nederlandse schrijfvaardigheid goed is. Dit is iets waar docenten zich bewust van moeten worden: schrijven is een kunst op zich. Het is raadzaam om tweede taalleerders eerst goed te leren schrijven in hun moedertaal. Dat komt het schrijven in de tweede taal ook ten goede.”

Daphne van Weijen verdedigt haar proefschriftWriting processes, text quality, and tasks effects. Empirical studies in first and second language writing op 30 januari 2009 om 10:30 uur in het Akademiegebouw van de Universiteit van Utrecht.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 januari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.