Je leest:

Schieten met buskruit

Schieten met buskruit

Wie heeft het buskruit uitgevonden?

Auteur: | 1 januari 2007

In het Zuid Duitse Freiburg staat een standbeeld van ‘Zwarte Berthold’, zoals hij door zijn medekloosterlingen zou zijn genoemd. Op het standbeeld staat nu netjes Berthold Schwarz. In Freiburg wordt er niet aan getwijfeld dat hun stadsgenoot het buskruit heeft uitgevonden, maar noch van Berthold, noch van zijn uitvinding is in het stadsarchief iets terug te vinden.

Berthold Schwarz.
Wikimedia Commons

Betere papieren hebben de Engelsen met Roger Bacon. Originele documenten laten zien dat deze monnik al honderd jaar voor Berthold een mengsel maakte voor vuurwerk en klappertjes, dat vrijwel gelijk was aan het latere buskruit.

De ‘verdienste’ van Berthold is niet de uitvinding van het buskruit, maar de toepassing in schiettuig. Voor het gebruik van buskruit bleek niet alleen de samenstelling, maar ook de vorm uiterst belangrijk. De bestanddelen moeten buitengewoon goed gemengd worden. Daarna moet het poeder zo vast mogelijk in elkaar geperst worden, want los poeder schiet minder goed.

Meestal wordt het buskruit met wat vocht tot een harde koek geperst. Als die koek in stukjes gebroken, gezeefd en gepolijst wordt, ontstaan er mooie harde kogeltjes.

De kleur van chemie

Dit artikel is afkomstig uit het hoofdstuk ‘Zuurstof’ uit de VU-uitgave ‘De kleur van chemie’, een bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren.

Voor het afschieten van zware kanonskogels is alleen dit soort buskruit geschikt. Kogel en kanonsloop moeten immers heel blijven, ondanks de klap van de explosie. Bij gebruik van de verkeerde soort buskruit komen er alleen brokstukken uit de loop, of explodeert de loop.

Hoe zwaarder de kanonskogel, hoe groter de korreltjes buskruit. Doordat buskruitkorreltjes van buiten naar binnen opbranden, komt het gas geleidelijk vrij, en wordt de druk gelijkmatig opgebouwd. In de praktijk komt een kogel zo veel verder, is het schot nauwkeuriger, en blijven kanon en kanonskogel heel. Met de kwaliteit van het bus kruit kon je een veldslag winnen of verliezen!

Kanonnier was een gevaarlijk beroep, een eigen beschermheilige (Sint Barbara van Nicomedië) was hard nodig.

Nog steeds wordt bij commercieel buskruit aangegeven welke korrelgrootte het heeft; voor elke toepassing moet je de juiste grootte hebben.

Schieten met mest.

De zuurstofdrager in buskruit is kaliumnitraat, salpeter. De naam herinnert aan de vindplaats, namelijk het zout van stenen (salpetrae). Het zout kristalliseerde gemakkelijk op oude stenen van muren waartegen vuil, as en mest werd bewaard.

Tot in de zestiende eeuw waren oude muren een belangrijke vindplaats van salpeter. Als er in tijden van oorlog veel buskruit en dus salpeter nodig was, werden er salpeterverzamelaars aangesteld die op de meest smerige plekken in huizen op zoek gingen naar salpeter-afzettingen. Uit die tijd zijn veel klachten bewaard van burgers die protesteer den tegen het sloop- en breekwerk van deze salpeterverzamelaars.

Vrije Universiteit Amsterdam

Het boek ‘De kleur van chemie’ werd in 2007 uitgegeven door de Faculteit der Exacte Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam (Afdeling Scheikunde en Farmaceutische Wetenschappen). Het is een geactualiseerde bundeling van informatieve brochures voor havo/vwo scholieren. Ze belichten de rol van de scheikunde op tal van gebieden.

Alle Kennislinkartikelen uit het hoofdstuk ‘Zuurstof’:

Dit artikel is een publicatie van VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen.
© VU Amsterdam, Faculteit der Exacte Wetenschappen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.