Je leest:

Schelden doet wél pijn

Schelden doet wél pijn

Auteurs: en | 5 september 2012

Heel vroeg in de evolutie van de mens is samenwerken en samenleven in een groep erg belangrijk geworden. Buiten de groep was een individu ten dode opgeschreven.

Door onderlinge taakverdeling voorziet de groep in bescherming en zorg die een individu nooit in zijn eentje zou kunnen bereiken. Een individu wil dan ook graag bij een groep horen. Wanneer dit op de één of andere manier onmogelijk wordt gemaakt leidt dit tot problemen.

Je kunt een groepsdier niet harder raken dan door hem buiten de groep te plaatsen. Uitsluiting is dan ook een belangrijke oorzaak van conflicten.
Schutterstock

Uitsluiting als bron van agressie

Nathan DeWall van het Laboratorium voor Sociale Psychologie van de universiteit van Kentucky liet in een experiment zien wat uitsluiting met mensen kan doen. Hij liet proefpersonen verwachten dat ze een partner van dezelfde sekse zouden ontmoeten, maar vertelde vervolgens dat deze partner onverwacht eerder had moeten vertrekken. Dit was de controlegroep voor zijn experiment. In een ‘afwijzingsgroep’ vertelde hij dat de partner botweg had geweigerd om de proefpersoon te ontmoeten.

Vervolgens werden de proefpersonen in de gelegenheid gesteld medeleven te tonen naar een andere student met zogenaamd liefdesverdriet, of naar een student met een lichamelijke kwetsuur. Weer later kregen de proefpersonen de gelegenheid zich agressief te tonen naar de student die ze zojuist ontmoet hadden, bijvoorbeeld door ze een vervelend hard geluid toe te dienen, dan wel door de kans op een virtuele baan te dwarsbomen. Uit dit experiment bleek dat de proefpersonen uit de afwijzingsgroep significant minder medeleven en meer agressie lieten zien. Dit hing samen met een verminderd inlevingsvermogen, waarschijnlijk omdat ze vooral bezig waren met hun eigen pijn; de pijn van afgewezen te zijn door de persoon die had geweigerd hen te ontmoeten.

Een ander bekend experiment om afwijzing te creëren gaat als volgt: een proefpersoon wordt, zogenaamd om de tijd te doden voor het eigenlijke experiment, overgehaald door andere ‘lotgenoten’ in de wachtkamer om onderling een balletje over te gooien. De anderen gooien echter veel vaker naar elkaar dan naar de proefpersoon, die hierdoor vaak behoorlijk in de stress schiet. Deze vorm van buitensluiten werkt zo sterk dat je het zelfs kunt doen via het computerprogramma Cyberball. De proefpersoon moet daarbij overgooien met ‘mensen’ op het scherm. Een proefpersoon zal zich afgewezen voelen en daar de stress van ervaren wanneer het balletje niet vaak genoeg zijn kant op komt. Dat is zelfs zo wanneer de virtuele figuren met wie ze overgooien gewaden van de Ku Klux Klan dragen, of op een andere manier een negatieve associatie zouden oproepen. Je wilt hoe dan ook bij de groep horen!

Zelfs uitsluiting door een abjecte groep doet pijn.
Hollandse Hoogte

Als afwijzen ontspoort

Afgewezen worden is niet leuk. Tegelijk is afwijzen een onderdeel van ons dagelijkse gedragsrepertoire. We doen het om ongewenst gedrag te corrigeren. Voor dat doel werkt het doorgaans ook uitstekend. De afgewezene ziet meestal wel in dat een aanpassing aan de groep gewenst is, waarna hereniging optreedt. Het is zeker niet zo dat een afwijzing standaard leidt tot wraakgevoelens of agressief gedrag. Integendeel.

Onder sommige sociale omstandigheden, of bij bepaalde persoonlijkheidskenmerken kan een afgewezen persoon echter wraakacties, agressie of ander antisociaal gedrag laten zien. De meeste slachtoffers van afwijzing laten dat in eerste instantie niet over zich heen gaan. Ze ervaren woede, vechten terug en proberen de situatie onder controle te krijgen. Wanneer dit niet tot resultaat leidt, kunnen ze in hulpeloosheid vervallen, hun vrienden verliezen, te veel eten, of zelfs zelfmoordplannen beramen.

‘Virginia-Techkiller’ Cho Seung-Hui liet op zijn website weten een hekel te hebben aan de maatschappij.
Hollandse Hoogte

De extreme gevallen van agressie door mensen die zich uitgesloten voelen, blijken niet in die laatste fase van uitsluiting te gebeuren. Uit de dagboeken van verschillende zogenoemde high-school-shooters blijkt dat zij zich nog in de terugvechtfase bevonden na afwijzing. Sterker nog: de uitsluiting bleek zich vaak zelfs vrij recent voor het ultieme incident te hebben afgespeeld.

Afwijzing en radicalisering

Er zijn sterke aanwijzingen dat daders van high school shootings kort voor hun daad vaak afgewezen waren, zich afgewezen voelden, of op zijn minst totaal geisoleerd waren van hun sociale groep. Ook Nederlandse voorbeelden neigen in die richting. Karst Tates, de man die op Koninginnedag 2009 dwars door een menigte toeschouwers op de Koninklijke bus probeerde in te rijden, en ook Tristan van der Vlis, die in 2011 zes mensen in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn doodschoot, waren bepaald niet sociaal ingebed. Ook Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh, is een voorbeeld. Hij was wat je een goed geintegreerde allochtoon zou noemen, maar stuitte naar eigen zeggen tegen een plafond dat zijn ambities remde. Hij voelde zich niet meer bij de groep horen, wat hem vervolgens in de armen dreef van mensen met radicale ideeen, die dolende zielen als Bouyeri maar al te graag opvangen. Recent onderzoek laat zien dat mensen die afgewezen worden meer open staan om zich aan te sluiten bij extreme groepen. Op die manier zouden moslimjongeren die zich afgewezen voelen zich mogelijk eerder aansluiten bij radicale groepen die wel voor hen open staan.

De pijn van uitsluiting

Het klinkt in eerste instantie raar: afgewezen worden doet pijn. Wat voor pijn is dat dan? Geestelijke pijn? Sociale pijn? Van pijn is hoe dan ook nog helemaal niet zo duidelijk wat het precies is. Wanneer je pijn hebt ben je je bewust van een ‘onplezierige toestand’. Meestal zit de pijn op een specifieke plek in het lichaam. Er is iets fysiek niet in orde. Het wordt lastiger als de pijn niet op een specifieke plek zit, of als je verdriet ook pijn noemt. Zit de pijn dan in je hart?

Toch ging Nathan DeWall voor een vervolg op zijn ‘afwijs-experiment’ helemaal mee in het idee dat afgewezen worden echt pijn doet: hij gaf de proefpersonen in de afwijzingsgroep gewoon een paracetamolletje! Tot ieders verbazing bleek uit dit experiment dat de pijnstiller de negatieve gevolgen van afwijzing nog flink kon verminderen ook.

Nu is het mechanisme achter de pijnstillende werking van paracetamol nog onduidelijk en het onderzoek naar wat er precies gebeurde in dit experiment is nog in volle gang. Maar toch. Ook onderzoek met een zogenoemde fMRI-scanner (een scanners die kan kijken naar de activiteit in de hersenen) laat hersengebieden zien die actief zijn bij zowel fysieke pijn als bij pijn van afwijzing. Dit onderzoek bevestigt dat dit soort psychische pijnen een fysieke basis hebben in ons brein.

Het hersendeel dat actief is bij uitsluiting is hetzelfde als het deel dat oplicht bij pijn.
Eigen archief Dr. Naomi Eisenberger, University of California

Agressie tegen oorlogsveteranen

Veel problemen rond agressie lijken samen te komen in de problematiek van oorlogsveteranen. Deze groep mensen wordt eerst opgeleid om, feitelijk tegen de natuur in, weinig empathie te hebben voor hun tegenstanders en deze met geweld uit te schakelen. Wanneer ze de stress die dat met zich meebrengt niet meer aankunnen kan het psychiatrisch ziektebeeld posttraumatisch stress syndroom (PTSS) ontstaan. Oorlogsveteranen die dit hebben worden (of voelen zich) vaak afgewezen door de groep waar ze zo graag bij willen horen. Vervolgens treffen ze thuis nogal eens een levenspartner die zich evenzo afgewezen en onbegrepen voelt, zeker wanneer de veteraan niet reageert op de positieve emoties van die partner. Onderzoekster Andra Teten van het Amerikaanse Center for Disease Control and Prevention, ontdekte dat de agressie die binnen relaties van oorlogsveteranen met PTSS kan ontstaan, heel vaak wordt gestart door de partner. Het is vaak de veteraan die in eerste instantie door zijn partner wordt geslagen, en niet andersom.

Posttraumatische stress leidt vaak tot agressie… tegen de patiënt.

iStockphoto

Een uitgesloten brein

Het lijkt erop dat bepaalde mensen gevoeliger zijn voor sociale uitsluiting dan anderen. Die verschillen zijn soms ook terug te vinden in het brein of in het erfelijk materiaal. Uit een onderzoek met Amerikaanse criminelen bleek bijvoorbeeld dat zij vaker een bepaalde versie van een speciaal gen bezitten: het MaoA gen. Dat gen is betrokken bij de signaaloverdracht in de hersenen via de boodschapperstof serotonine. Een specifieke versie van het MaoA gen gaat ook samen met een grotere gevoeligheid voor sociale uitsluiting.

Zoals altijd ligt het verband niet zo eenvoudig. Het hebben van het veranderde MaoA gen is natuurlijk geen garantie voor een enkele reis gevangenis. Want wat blijkt: de specifieke variant van dit gen komt ook vaker dan gemiddeld voor onder gewone Californische studenten. In onze bagage zitten blijkbaar verschillende gedragingen die je onder verschillende omstandigheden positief of negatief kunt gebruiken. Het hebben van een bepaald gen kan in sommige situaties nadelige gevolgen hebben, maar in andere juist positieve gevolgen. Heb je zo’n gen onder de goede omstandigheden, dan vergroot het je kans op het succesvol volgen van een universitaire opleiding, heb je hetzelfde gen onder slechte omstandigheden, dan heb je een grotere kans in de criminaliteit te belanden.

Als je weet dat mensen met het speciale MaoA gen zich eerder buitengesloten voelen, dan kun je daar wellicht je voordeel mee doen bij de behandeling van criminelen. Ervaring van therapeuten leert dat je gevangen met het betreffende MaoA gen zeker niet moet uitsluiten. Daar worden ze alleen maar slechter van. Ook als je mensen als deel van hun bestraffing stigmatiseert, bijvoorbeeld door ze oranje hesjes te laten dragen tijdens een taakstraf, dan loop je een groot risico dat je een averechts effect bewerkstelligt en feitelijk de kans op recidive vergroot in plaats van die te verkleinen.

Empathisch of agressief

Niet zelden hangt antisociaal gedrag samen met een gebrekkig vermogen tot empathie. Sommige mensen kunnen zich slecht inleven in hoe iets bij een ander overkomt. Empathie is net als agressie en verzoening een factor voor het in balans brengen van gewenst en ongewenst gedrag. Empathie doet je inzien dat je door jou begane agressie moet verzoenen, of dat je een conflict juist niet agressief moet oplossen. Verschillende onderzoeken laten zien dat mensen empathisch zijn naar de eigen groep, zoals familie en vrienden, maar juist niet naar mensen die zij niet kennen. Het is dus veel makkelijker mensen buiten te sluiten die je minder goed kent. Of je empathisch bent, hangt dus niet alleen af van je eigen empathisch vermogen, maar ook van de omstandigheden.

Als mensen vooral empathie tonen naar familie en vrienden, hoe kan het dan dat de meeste agressie uitgerekend in de familie- of vriendenkring plaatsvindt? Naar die intrigerende vraag is nog niet veel onderzoek gedaan. Verschillende factoren kunnen een rol spelen. Zo kom je familie en vrienden domweg vaker tegen dan vreemden. (zie kader) Wellicht speelt ook mee dat je tegenover goede vrienden minder sociale remmingen voelt. Om het in een bekend Duits spreekwoord te zeggen: Was sich liebt, das neckt sich.

Geweld naar bekenden

Het is verleidelijk om allerlei psychologische verklaringen te zoeken voor het feit dat zoveel agressie zich vaak juist op bekenden richt. Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat we bij dit soort situaties eenvoudige verklaringen niet over het hoofd moeten zien. Zij maakt computersimulaties van sociale systemen waaraan heel eenvoudige regels ten grondslag liggen, zoals ‘als je iemand ziet, ga je dichterbij om te kijken wie het is’, ‘je gaat al dan niet een dominantiestrijd aan’, ‘als je verliest loop je weg’, en ‘je vermijdt degenen van wie je verloren hebt’. Wanneer de computersimulatie gaat ‘draaien’, blijken er ineens complexe structuren te ontstaan die je er niet vooraf via de programmering had ingestopt. De uiteindelijke boodschap daarvan is dan vaak dat een bepaalde sociale structuur is te herleiden tot verbluffend eenvoudige basisregels. Met betrekking tot conflicten is het een voor de hand liggend, maar vaak over het hoofd gezien feit, dat je gewoon meer conflicten hebt met degenen met wie je meer in aanraking komt.

Geweld wordt relatief vaak tegen de eigen omgeving gericht.

Schutterstock

Empathie lijkt vooral belangrijk voor het onderhouden van sociale relaties, maar is ook afhankelijk van de omstandigheden. Agressie en empathie vormen daarbij ook een dynamisch evenwicht. Je bent niet de hele dag agressief of de hele dag empathisch. Er is een (korte) tijd waarin je agressief bent en afhankelijk van de reactie van de tegenstander kun je je daarna wel invoelen in zijn/haar situatie, waardoor de agressie weer afneemt.

Het wordt vervelend als je helemaal niet in staat bent je in te voelen in de ander. Rond 1% van de mensen heeft dat probleem. Dat totale gebrek aan empathie is een belangrijk kenmerk van psychopaten. Mensen die dit kenmerk bezitten, lopen een grotere kans te ontsporen en ziekelijk agressief gedrag te vertonen.

Onderzoek aan psychopaten laat zien dat hun gebrekkig vermogen tot empathie zowel een neurobiologische als een sociale oorzaak kan hebben. Dat onderscheid is overigens wat kunstmatig, omdat hersenen niet alleen invloed hebben op sociaal gedrag maar sociale factoren andersom ook de hersenenactiviteit kunnen beïnvloeden. Over het algemeen hangen de problemen vaak samen met het op de juiste manier aanspreken van het stress-respons-systeem in het lichaam.

Phineas Gage, de frontale kwab en de lobotomie

Een bizar ongeluk, op 13 september 1848, wierp een bijzonder licht op de rol van de hersenen in de oorsprong van karakter en persoonlijkheid. Spoorwerker Phineas Gage was bij het plaatsje Cavendish, in de Amerikaanse staat Vermont bezig met het aanleggen van een spoorlijn. Een rotsblok dat in de weg lag moest worden opgeblazen, maar toen Gage het buskruit in een boorgat met een ijzeren staaf probeerde aan te stampen, zonder daar een beschermend laagje zand over te doen, liet een vonk de boel voortijdig ontploffen. De staaf schoot bij de linkerwang van Gage naar binnen, om er via zijn voorhoofd weer uit te vliegen.

Hollandse Hoogte

Gage overleefde het ongeluk, behield al zijn normale lichaamsfuncties, maar had daarna volgens zijn vrienden en familie wel een compleet ander karakter. De voorheen gedistingeerde, harde werker werd ongemanierd, grofgebekt en onvoorspelbaar. Alle sociale remmingen leken verdwenen. De staaf had de frontale cortex van de hersenen van Gage doorboord.

Spoorwerker Phineas Gage met de staaf die zijn frontale hersenen doorboorde.

Wikimedia Commons

Vandaag de dag wordt dat gebied inderdaad geassocieerd met onder andere sociaal gedrag en impulsbeheersing. Halverwege de vorige eeuw was het in de psychiatrie ook een geaccepteerde, zij het gelukkig zeldzame, therapie om mensen met ernstige psychische stoornissen, zoals schizofrenie, te behandelen met een zogenoemde lobotomie. Daarbij werd de verbinding tussen de frontale hersenkwab en de rest van de hersenen doorgesneden. Vanaf het eind van de jaren zestig werd die ingreep evenwel als barbaars van de hand gewezen. Ruim elf jaar na zijn bizarre ongeluk overleed Phineas Gage. Behalve een verandering van zijn persoonlijkheid had hij ook een ernstige vorm van epilepsie aan het voorval overgehouden, die hem uiteindelijk fataal werd. Zijn schedel staat tot de dag van vandaag in de medische faculteit van de Harvard Universiteit.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.