Je leest:

Schaduwkanten van de zon

Schaduwkanten van de zon

Auteur: | 14 juli 2007

Regen maakt ons over het algemeen niet vrolijk. Dan liever de zon. We worden er mooi bruin van en de vitamine D die we erdoor aanmaken houdt sommige ziektes op afstand. Ook deze zomer zullen we ons weer massaal naar zonnige oorden begeven. In het buitenland en als het meezit ook in Nederland. Door klimaatverandering zal ons zongedrag wellicht veranderen. Heeft dat gevolgen voor onze kans op huidkanker?

Het aantal mensen met huidkanker is de afgelopen dertig jaar in Nederland sterk gestegen. Die trend zet de komende jaren door. Waren er rond de eeuwwisseling ongeveer 20.000 nieuwe gevallen van huidkanker per jaar, in 2015 zijn dat er naar verwachting ruim 36.000. KWF Kankerbestrijding denkt dat dat niet alleen komt doordat we een hogere leeftijd bereiken, maar ook doordat de kiem van de tumoren die zich de komende jaren openbaren al in een ver verleden gelegd is. Dr. Stan Pavel (Huidziekten) beaamt dat. “Huidkanker is vaak de tol die mensen betalen voor zongedrag van decennia geleden. Epidemiologisch is bijvoorbeeld aangetoond dat herhaaldelijk verbrand zijn in de jeugd een risicofactor vormt voor huidkanker op latere leeftijd.”

Julio Rojas

Betere zonnebrandcrèmes

Wat bij de toename van huidkanker mogelijk een rol speelt, zijn de zonnebrandcrèmes die in het begin niet goed waren. Pavel: “Ze beschermden slechts tegen het deel van de zonnestraling dat zorgt voor verbranding, het UVB. Het ander deel, UVA, lieten ze volledig door. Omdat mensen niet verbrandden bleven ze heel lang in de zon. Zo kregen ze heel veel UVA op hun huid, waarvan men toen dacht dat het onschadelijk was.” Dat is echter niet zo. UVA-straling vergroot net als UVB-straling de kans op huidkanker. De laatste decennia zijn de zonnebrandcrèmes beter. Ze beschermen nu ook tegen UVA-straling, maar nooit volledig. “Er zijn maar weinig stoffen die UVA-straling absorberen en die zijn vaak enkele uren na het opsmeren afgebroken.” Een ander probleem met zonnebrandcrèmes is dat ze vaak veel te dun worden opgesmeerd. “De dikte van de laag is bepalend voor de bescherming”, vertelt Pavel. “In de praktijk gebruiken mensen vaak 50 procent minder dan de bedoeling is.” Wie het goed wil doen en regelmatig met het gezin van de zon geniet, is aardig wat geld kwijt. “Zonnebrandcrème moet eigenlijk 2 millimeter dik worden opgesmeerd. Een volwassene moet ongeveer 35 milliliter gebruiken om zich één keer helemaal in te smeren. Voor een goede bescherming is het nodig om het minimaal twee keer per dag te doen en als je gaat zwemmen vaker.” Het dragen van bedekkende kleding en het opzoeken van de schaduw is daarom een goed alternatief.

Naast verbranding is UVA-straling ook verantwoordelijk voor een versnelde huidveroudering. Pavel laat foto’s zien van de twee gezichtshelften van een vrachtwagenchauffeur. Doordat de linkerhelft tijdens het werk veel meer zonlicht vangt, is deze meer gerimpeld. Het raampje dicht draaien helpt in dit geval niet, want glas laat de UVA-straling gewoon door. Zelfs in een dichte cabine zou een chauffeur dus moeten smeren om huidveroudering tegen te gaan.

Krimpende ozonlaag

De ozonlaag werd in de afgelopen tientallen jaren enkele procenten dunner en het klimaat verandert. Onderzoeker Huidziekten dr. Frank de Gruijl onderzocht wat daarvan de consequenties zijn voor onze huid ( Photochemical & Photobiological Sciences, nummer 6). Volgens hem is de invloed van de krimpende ozonlaag op het aantal huidkankers klein. “De effecten worden pas merkbaar over tientallen jaren, maar volgens de berekeningen neemt het aantal huidkankers dan nog hooguit met 10 procent toe. Dat valt binnen de meetfout van jaar tot jaar, dus we zouden het waarschijnlijk niet eens kunnen meten.” De effecten van het broeikaseffect op de blootstelling aan de zon zijn erg moeilijk in te schatten. Door het warmere weer gaan mensen waarschijnlijk meer tijd buiten doorbrengen. Maar het nattere weer kan mensen juist weer naar binnen jagen. De Gruijl: “Er zijn aanwijzingen dat een gemiddeld hogere buitentemperatuur het risico op huidkanker vergroot. Maar dat zou slechts neerkomen op enkele procenten per graad Celsius.”

String

De Gruijl denkt dan ook dat de toename van huidkanker die zich nu al voordoet hoofdzakelijk te wijten is aan ons veranderde zongedrag. “Als je foto’s vergelijkt van mensen op het strand aan het begin van de twintigste eeuw en aan het einde, zie je het verschil. Vroeger zat iedereen geheel gekleed onder de parasol, later op handdoeken in alleen een string.” Het was aan het begin van de twintigste eeuw niet sjiek om bruin te zijn. Dat veranderde toen modeontwerpster Coco Chanel in de jaren twintig per ongeluk met een bruine huid van vakantie terugkeerde. Toen werd bruin worden een rage. “We hebben bovendien veel meer vrije tijd gekregen, die veel mensen gebruiken voor zonvakanties. Terwijl we vroeger zes dagen werkten. In die tijd was huidkanker typisch iets voor buitenwerkers, zoals vissers en landbouwers.”

Zonneallergie

Huidkanker ontstaat waarschijnlijk doordat door UV-straling foutjes in het erfelijk materiaal ontstaan. Als die toevallig in genen zitten die betrokken zijn bij de celdeling, kan kanker ontstaan. Maar dat is niet het hele verhaal. UV-straling onderdrukt ook immuuncellen die betrokken zijn bij de afweer tegen kanker.

Deze immuuncellen zijn gespitst op cellen die zich anders gedragen dan normaal. Zo gauw ze het vermoeden hebben dat een cel ongecontroleerd kan gaan delen, maken ze die onschadelijk. In huid die wordt blootgesteld aan de zon is dit systeem dus verminderd actief. De Gruijl: “De grote vraag is natuurlijk waarom dat zo is, als het de kans op kanker vergroot. We denken nu dat het is om zonneallergie te voorkomen. UV-straling verandert dingen in de huid en als het immuunsysteem dan in actie komt, wordt het eigen lichaam aangevallen. De immuunreactie gaat dus omlaag om dat te voorkomen. Toch werkt dat bij ongeveer één op de vijf mensen niet goed genoeg. Zij hebben last van zonneallergie: jeukende huiduitslag. Vaak ontstaat dat bij mensen die op vakantie meteen de zon in duiken.” Of mensen met zonneallergie dan ook minder vaak huidkanker krijgen, is nog niet onderzocht.

Zonder zonnebril

Niet alleen de huid heeft te lijden onder overmatige zonnestraling, ook voor de ogen is het niet goed. De Gruijl: “Staar is weliswaar een typische ouderdomsziekte – als we oud genoeg zouden worden, zouden we waarschijnlijk allemaal staar ontwikkelen. Maar UV-straling kan dat proces versnellen.” Het idee is dat door de straling de eiwitten in de lens beschadigd raken. Aangezien de lenseiwitten zich niet vernieuwen, hoopt de schade zich op en kan de lens troebel worden, waardoor staar ontstaat. Een goede zonnebril beschermt hiertegen, maar veel zonnebrillen laten aan de zijkant nog UV-licht door. Een zonnebril die de ogen helemaal afsluit, is daarom het beste. Zelf draagt De Gruijl bijna nooit een zonnebril. “Zoals iedereen zonder zonnebril, knijp ik mijn ogen een beetje dicht in de felle zon. Dat is een natuurlijke manier om je ogen te beschermen.”

Levertraan

Wie denkt dat hij zonnestraling vanwege de risico’s maar beter helemaal kan mijden, heeft het mis. De zon heeft ook z’n goede kanten voor de gezondheid. Het UVB-gedeelte van het zonlicht zorgt voor de aanmaak van vitamine d in de huid. Er zijn sterke aanwijzingen dat vitamine d beschermt tegen verschillende soorten andere kankers, waaronder borst-, prostaat- en darmkanker. Of het ook helpt tegen griepinfecties, die in de winter vaker voorkomen dan ’s zomers, is nog niet helemaal duidelijk. Wel staat vast dat vitamine d tegen tuberculose beschermt. Pavel: “Vroeger gingen mensen met tuberculose naar sanatoria. Er werd gedacht dat de frisse lucht hen deed opknappen. Nu begrijpen we dat het hoofdzakelijk te maken had met de aanmaak van vitamine D door het zonlicht. Vaak waren die sanatoria hoog in de bergen, waar meer UVB-straling voorkomt.”

Een enkele onderzoeker meent dat we het beste zoveel mogelijk zon kunnen krijgen. Het risico op huidkanker zou niet opwegen tegen het beschermende effect op andere vormen van kanker. De Gruijl is het daar niet mee eens. “Het aantal borst- en prostaatkankers is niet afgenomen sinds we meer zijn gaan zonnen. Wel is het zo dat veel mensen in de winter te weinig zon krijgen om voldoende vitamine D aan te maken. Dit probleem is niet op te lossen door in de winter dagelijks een paar minuten zon te pakken, want er zit nagenoeg geen UVB-straling in onze winterzon.” Daarom kunnen zonnebank, voedingssupplementen of een zogenaamde UV-douche, waarbij je tijdens het douchen aan UV-licht blootstaat, uitkomst bieden. Voor wie liever naar middelen uit grootmoeders tijd grijpt, heeft De Gruijl ook een tip: de aloude levertraan is zeer rijk aan vitamine D.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.