Je leest:

Schade door productie van biobrandstof

Schade door productie van biobrandstof

Auteur: | 16 december 2008

Het telen van maïs voor de productie van biobrandstof leidt op dit moment vooral tot economische schade bij sojaboeren en een toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen insectenplagen. Dit doordat de natuurlijke vijand van de sojaboonluis zich niet goed op maïsplanten kan vestigen. Tot die conclusie komt plantwetenschapper Wopke van der Werf van de universiteit Wageningen, samen met drie Amerikaanse collega’s, deze week in vakblad PNAS.

Door de hoge olieprijs en de groeiende interesse voor nieuwe vormen van brandstof, heeft de maïsteelt in Amerika de afgelopen jaren een vlucht genomen. In 2006 steeg de nationale productie van maïs met 19% ten opzichte van 2005, waarmee het land een record bereikte. Maïs wordt gebruikt voor het winnen van bio-ethanol. Een Amerikaanse wet uit 2007 stelt dat bij ‘normale’ benzine standaard 10% van deze stof is bijgemengd. Om in alle gevallen aan deze wet te voldoen, moet de huidige hoeveelheid maïsteelt nog vijf keer toenemen. Een goede ontwikkeling zou je zeggen, maar ook aan de productie van biobrandstof kleven grote nadelen. Dit blijkt uit onderzoek van plantwetenschapper Wopke van der Werf van de universiteit Wageningen in samenwerking met drie Amerikaanse collega’s. De vier onderzoekers bekeken maïs- en sojateelt in vier Amerikaanse staten (namelijk Iowa, Michigan, Minnesota en Wisconsin).

Door de productie van biobrandstof heeft de maïsteelt in Amerika een vlucht genomen. In 2006 steeg de nationale productie met 19% ten opzichte van 2005. Hiermee bereikte het land een record, maar maïsteelt blijkt niet zo onschadelijk als het lijkt.

De sojaboonluis vormt voor de sojaplant een grote bedreiging. Verschillende natuurlijke vijanden (waaronder het lieveheersbeestje) onderdrukken de ontwikkeling van een luizenplaag. Naar schatting kunnen sojaboeren door deze natuurlijke plaagbestrijding jaarlijks 4,5 miljard dollar besparen. Hoe goed natuurlijke bestrijding werkt, is afhankelijk van de diversiteit aan planten in een landbouwgebied. De omgeving binnen een straal van 1,5 kilometer rond een sojaveld bepaalt het aantal lieveheersbeestjes dat beschikbaar is om de sojaboonluis te onderdrukken. Sinds 2006 zijn sojaboonvelden steeds vaker ingesloten door monoculturen van maïs. De natuurlijke plaagbestrijding is hierdoor al met 24% gedaald. Lieveheersbeestjes kunnen niet goed leven op maïsplanten, vanwege een tekort aan prooidieren, andere voedselbronnen en beschutting.

Lieveheersbeestjes krijgen nieuwe kansen

Afname van de natuurlijke plaagbestrijding zorgt voor een totale economische schade van ongeveer 58 miljoen dollar. Deze schade is opgebouwd uit twee delen; de afname van de sojaopbrengst door luizenplagen en de kosten voor het toegenomen gebruik van bestrijdingsmiddelen. Doordat er minder ruimte is voor de teelt van soja en de opbrengst daalt, neemt de prijs van dit gewas op de wereldmarkt steeds verder toe. Ook het toegenomen gebruik van bestrijdingsmiddelen is al zichtbaar. Was het in het seizoen 2005/2006 nog bij 30% van de sojavelden nodig om insectenverdelger te spuiten, in 2007 was dit al opgelopen tot 43%. Dit bijspuiten kost geld, is schadelijk voor het milieu en zorgt er ook voor dat lieveheersbeestjes zich nog moeilijker in landbouwgebieden kunnen vestigen.

Lieveheersbeestjes vormen de natuurlijke vijanden van de sojaboonluis. Op maïsplanten kunnen lieveheersbeestjes niet goed leven, vanwege een tekort aan prooidieren, andere voedselbronnen en beschutting. Sojavelden die zijn ingesloten door monoculturen van maïs hoeven dan ook niet op natuurlijke plaagbestrijding te rekenen. Foto: Kurt Stepnitz

Van der Werf en collega’s pleiten ervoor om de Amerikaanse landbouwvelden wat meer divers te maken. Door, naast maïs, ook andere potentiële biobrandstof producerende planten te verbouwen, krijgen lieveheersbeestjes mogelijk een nieuwe kans om zich te vestigen. Op die manier hopen de onderzoekers de natuurlijke plaagbestrijding in Amerika weer op het oude niveau te brengen.

Bronnen

Increasing corn for biofuel production reduces biocontrol services in agricultural landscapes Douglas Landis, Mary Gardiner, Wopke van der Werf en Scott Swinton PNAS 15 december 2008

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 december 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.