Je leest:

SARS verspreidt zich ook via urine en ontlasting

SARS verspreidt zich ook via urine en ontlasting

Auteur: | 9 mei 2003

Het SARS-virus kan één dag op een deurklink en een tot twee dagen in urine en ontlasting overleven.

Onder de vlag van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werken dertien laboratoria, waaronder het nationaal influenzacentrum in Rotterdam, samen aan de karakterisering van het SARS virus. Vorige week publiceerde dit WHO-netwerk over de verspreiding van het coronavirus. Daaruit bleek dat het gebruik van mondkapjes niet afdoende is: bij kamertemperatuur kan het virus tot 24 uur overleven op plastic voorwerpen, zoals een deurklink. Dat zou de infecties kunnen verklaren van mensen die geen contact hebben gehad met SARS-patiënten.

Ook blijft het virus één tot twee dagen in leven in urine en feces. Bij diarreepatiënten handhaaft het virus zich tot vier dagen in de ontlasting – in diarree is de pH hoger. Dat maakt mogelijk de verspreiding duidelijk in de flat Amoy Garden in Hongkong. Daar ging een SARS-patiënt met diarree die zijn broer bezocht naar de WC. In de riolering zat een scheurtje waardoor het virus zich (waarschijnlijk) via de lucht kon verspreiden. Eerder was al duidelijk dat SARS zich via speeksel en door niezen kan verspreiden. Volgens de WHO is SARS met de gangbare desinfecterende middelen te vernietigen: formaldehyde, alcohol, aceton en bleekwater.

De WHO-laboratoria hebben de ziekteverwekker nu onomstotelijk vastgesteld volgens de postulaten van Koch. Viroloog prof.dr. Ab Osterhaus: ‘Daartoe zijn ondermeer apen met het coronavirus geïnfecteerd, waarna de dieren SARS symptomen ontwikkelden en het virus ook uit die apen kon worden geïsoleerd. Hierover zal waarschijnlijk de komende week een online Nature-publicatie verschijnen.’

Osterhaus denkt dat het virus ook Nederland zal aandoen. ‘In Engeland, Frankrijk en Duitsland zijn al positieve gevallen gevonden. In Nederland duiken elke dag wel enkele vermoedelijke gevallen op – mensen die hoge koorts en ademhalingsproblemen vertonen en in de besmette gebieden zijn geweest. Zij worden geïsoleerd, waarna diagnostiek volgt.’

De snelste diagnose is de moleculaire analyse, zoals PCR, waarbij SARS-RNA wordt aangetoond. Dan volgt een virus- kweek, waarna het virus onder de elektronenmicroscoop zichtbaar is. De immunologische test, ELISA bijvoorbeeld, is het meest betrouwbaar, maar heeft het nadeel dat antilichamen pas na drie tot vier weken aan te tonen zijn. Dat is de reden dat men vaak spreekt over vermoedelijke SARS-gevallen.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 09 mei 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.