Je leest:

‘SARS is mogelijk een dubbele virusinfectie’

‘SARS is mogelijk een dubbele virusinfectie’

Auteur: | 28 maart 2003

Bij SARS-patiënten zijn twee soorten virussen aangetoond – onderzoekers vermoeden een dierlijke oorsprong.

Inmiddels is bij ruim 400 mensen in 14 landen SARS (Severe Acute Respiratory Syndrome) geconstateerd. 17 Mensen zijn overleden. Volgens de Leidse viroloog prof. Willy Spaan is SARS begonnen als een zoönotische infectie: een pathogeen afkomstig uit het dierenrijk dat overspringt naar de mens. ‘Dat denk ik, maar het is nog speculatief.’ Heel kenmerkend voor SARS is volgens Spaan dat overdracht alleen plaats vindt via direct contact en niet via de lucht.

Er zijn slechts twee ringen van geïnfecteerden. De eerste ring lag rond de arts die uit Zuid-China afkomstig was. Hij heeft een aantal mensen besmet in een hotel in Hong Kong. Die mensen hebben familieleden en artsen in ziekenhuizen besmet – de tweede ring. Maar verder is vanuit die tweede ring niemand anders besmet geraakt, mede door de strenge isolatiemaatregelen.

Vele laboratoria onderzoeken het patiëntenmateriaal, en dat leidt ertoe dat hypotheses over de oorzaak elkaar in hoog tempo opvolgen. De identificatie van het verdachte pathogeen is ook een prestigekwestie. Vorige week werd in patiëntenmateriaal een metapneumovirus aangetoond, een lid van de paramyxoviridae. Van deze RNA-virussen zijn al eerder zoönotische luchtweginfecties gerapporteerd, die leidden tot tientallen doden: het Hendra-virus dat in Australië oversprong van paard naar mens en het Nipah-virus, via varkens afkomstig uit vleerhonden.

Zowel Hendra als Nipah worden in de strengste bioveiligheidslaboratoria (BSL-4) bestudeerd. Woensdag wees het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) echter een onbekende coronavirusstam aan als meest waarschijnlijke kandidaat. Coronavirussen veroorzaken bij de mens voornamelijk verkoudheid.

Spaan: ‘Met het aantonen van coronavirussen en metapneumovirussen is er mischien sprake van een dubbelinfectie die essentieel is voor het ernstige ziektebeeld. Dat zou ook kunnen verklaren waarom er sprake is van uitdoving van de infectie, immers bij opeenvolgende transmissies wordt wellicht de kans van een dubbelinfectie kleiner.’ Zoönotische infecties boeten vaak aan besmettingskracht in. Dat geldt ook voor Ebola en Lassa.

Hoe dit komt is niet precies duidelijk, maar mogelijkziekenproduceren de menselijke gastheercellen een virus dat subtiel afwijkt van het orginele virus. ‘Die nieuwe pathogenen kunnen heel schadelijk zijn en veel sterfte opleveren, maar bij iedere stap van mens op mens verliezen ze vaak iets van hun eigenschappen.’ Het lijkt er vooralsnog op dat SARS niet is staat is de keten van mens op mens in stand te houden.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 maart 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.