Je leest:

Samenwerkers van nature

Samenwerkers van nature

Auteurs: en | 1 september 2012

De mens is een succesvolle ‘diersoort’, wat vooral te danken is aan ons vermogen tot samenwerken.

Het ontstaan van een taal, en de bijbehorende ontwikkeling die onze hersenen hebben doorgemaakt, kun je zien als de toonbeelden van het succes van de mens in de evolutie. Beide zijn in gang gezet door, en tegelijk ook een voorwaarde voor ons vermogen om efficiënt samen te werken. Het is dan ook niet vreemd dat we door alle culturen heen universeel samenwerkingsgedrag zien. Het komt bij alle mensen voor en heeft ook in alle culturen een vergelijkbare betekenis.

Jager-verzamelaars vermijden een conflict liever.
Roger de la Harpe / B en U

Om te begrijpen hoe dat gedrag zich heeft ontwikkeld, is het goed in gedachten terug te gaan naar onze verre voorouders: de jager-verzamelaars uit het pleistoceen. Deze terugblik, en ook de studie van nog levende, zogenaamd primitieve, culturen leert ons dat samenwerken de spil is waar de menselijke samenleving om draait. Tot 10.000 jaar geleden leefden mensen als nomadische jager-verzamelaars.

Antropologisch onderzoek naar nu nog levende jager-verzamelaars, bijvoorbeeld in Afrika of Zuid-Amerika, laat zien dat zij conflicten niet vaak met agressie oplossen. Agressie lijkt bij hen juist te worden vermeden, doordat agressors bij een oplopend conflict gewoon uit elkaar gaan. Daarnaast kennen die jager-verzamelaars een heel repertoire van vaardigheden om agressieve conflicten op te lossen, zoals interventie door derden, maar ook door verzoening. Het belang om als groep samen te werken was en is erg groot.

Recht en onrecht

Alle culturen hechten groot belang aan wederkerigheid. Je kunt samenwerken om een bepaald doel te bereiken, maar het kan niet zo zijn dat de ene alles doet en de andere slechts profiteert. Samenwerken brengt met zich mee dat er gedeeld wordt, zowel in de opbrengst als in de te verrichten arbeid. De balans van die verdeling moet je goed in de gaten houden om te voorkomen dat er ‘parasieten’ ontstaan.

Selectie op agressie

Agressieve gedragselementen zijn zo belangrijk voor het functioneren van een individu, dat het niet verwonderlijk is dat ze een duidelijke genetische basis hebben. Er zijn bijvoorbeeld maar vier generaties nodig om uit een gewone muis een zogenoemde SAL-muis te fokken, een muis die heel snel tot aanvallen overgaat (Short Attack Latency_). Het omgekeerde, een LAL-muis (_Long Attack Latency), een muis die pas na lange tijd tot de aanval overgaat, is ook te fokken, maar dat is lastiger. Je hebt er meer generaties voor nodig.

Physiology, University of Groningen

Dat betekent niet dat er op beide kanten van de weegschaal altijd hetzelfde moet liggen. De één kan noten verzamelen en de ander vlees. Evenzo is het ook niet een kwestie van gelijktijdig oversteken: ik kan vandaag op jouw kinderen passen en jij volgende week op de mijne. Maar het is duidelijk dat de mens voortdurend een soort mentale boekhouding bijhoudt: hoeveel goed doe ik en hoeveel goed ontmoet ik?

Vrijwel alle conflicten zijn in theorie terug te voeren tot een onbalans op die weegschaal. Wat verwacht je van een bepaalde partij en wat doet die partij daadwerkelijk? Komt een onbalans aan het licht, dan spreek je die partij aan op zijn gedrag. Beide partijen wegen vervolgens de consequenties: heeft het zin je tegen de ander af te zetten? Vaak bindt degene die de (vermeende) onbalans heeft veroorzaakt in. Een conflict wordt dan voorkomen of bijgelegd. Bindt de een niet in, dan zal de andere partij proberen de dwarsligger weer in het gareel te krijgen, zo nodig met agressief gedrag.

In de huidige samenleving wordt agressief gedrag vaak geassocieerd met geweld. De media berichten regelmatig over conducteurs of ambulancebroeders die worden bedreigd. Ook psychologen en sociale wetenschappers zien agressief gedrag nogal eens als antisociaal gedrag: agressie is niet sociaal en moet worden uitgebannen! Maar zie je agressief gedrag als een normaal onderdeel van ons sociale gedragsrepertoire, dan kan het ook een belangrijk en nuttig instrument zijn, bij de onderhandeling tussen individuen, wanneer er tegengestelde belangen zijn, of wanneer beide partijen iets willen hebben.

Als er een belang is, wil je daarvoor vechten.
Schutterstock

Agressie helpt… meestal

Het leven in groepen levert veel voordelen op. Samen ben je, bijvoorbeeld op het moment dat je aangevallen wordt, sterker dan alleen. Daarvoor is het wel nodig dat je samenwerkt. Conflict hoort daar bijna automatisch bij. Om elkaar een dienst te bewijzen is het noodzakelijk dat partners hun positie ten opzichte van elkaar bepalen. Op de korte of lange termijn zijn er altijd wel tegengestelde belangen: er is iemand die je territorium wil inperken, je speelgoed of je voedsel wil afpakken, of op een andere manier zichzelf ten koste van jou in een betere positie wil manoeuvreren.

Dergelijke conflicten zijn op verschillende manieren op te lossen. Je kunt het territorium delen of de ander jouw speelgoed geven. Dit zijn oplossingen die alleen succesvol zijn als er wat te delen valt, of als je het stuk speelgoed onbelangrijk genoeg vindt om het aan de ander te kunnen geven. Is de bron van het conflict iets wat voor jou heel belangrijk is, bijvoorbeeld de toegang tot een seksueel aantrekkelijke partner, dan heb je een sterker instrument nodig om je tegen de ander te beschermen. Agressief gedrag, of de dreiging daarmee, helpt om ongewenst groepsgedrag binnen de perken te houden. Agressie en dreiging horen daarmee tot het normale sociale gedragsrepertoire van ieder sociaal levend dier, inclusief de mens.

Negatieve gevolgen van agressie

Conflicten zullen alleen uitmonden in agressief gedrag als de belangen die op het spel staan groot zijn. Er is namelijk ook een prijs: in ernstige gevallen kun je door agressief gedrag gewond raken of zelfs overlijden. Dat is niet alleen voor het individu nadelig, maar vaak ook voor de groep als geheel. Dat wegen van belangen maakt de beslissing om een conflict te beginnen soms erg complex. Zeker als je ook de reactie van de ander moet proberen in te schatten.

Neem het volgende voorbeeld: iemand plast tegen je gevel. Het ligt voor de hand deze persoon aan te spreken op zijn gedrag. Maar wat doe je als je weet dat die persoon dan een pistool gaat trekken en je neerschiet? Dan had je waarschijnlijk toch maar liever eerst de politie gebeld, of de daad met een camera vastgelegd. Je kunt er in de praktijk niet altijd op vertrouwen dat de andere zich redelijk gedraagt. In dit waargebeurde verhaal kreeg de wildplassende schutter overigens 9 jaar cel.

Het voorbeeld van de wildplasser is een zeer extreme reactie bij een onduidelijk ‘belang’. Meestal zijn de belangen duidelijker en de reacties veel terughoudender, zelfs wanneer er wel degelijk sprake is van een serieus conflict. Veel diersoorten zullen daarom in eerste instantie vooral dreigen, haren opzetten, grommen of, in het geval van mensen, schreeuwen en schelden in de hoop dat de ander opgeeft, en het conflict in de kiem wordt gesmoord.

Toch kunnen ook die vormen van prille agressie negatieve gevolgen hebben. Uit onderzoek met verschillende diersoorten en ook met mensen blijkt dat zowel de agressor als het slachtoffer stress ervaart door dreiging. Daarnaast wordt de relatie tussen de individuen negatief beïnvloed. Voor dieren die in een groep leven en van elkaar afhankelijk zijn, zoals de mens, is het dus van belang de negatieve gevolgen van agressief gedrag, hoe pril ook, te beperken.

De boodschap van een dreigende gorilla is moeilijk mis te verstaan.

Reporters

Dreigsignalen

Hoe beter je aan de ander kunt zien dat er met hem of haar niet te spotten valt, hoe groter de kans dat het niet tot fysieke agressie komt. Verschillende dieren hebben daar hun eigen signalen voor. Als al direct zichtbaar is dat de ander sterker is dan jij, kun je een fysiek agressief conflict maar beter vermijden. Geweien en hoorns zijn bekende voorbeelden die fysieke kracht in het dierenrijk weerspiegelen. Chimpansees zetten hun haren op om groter te lijken, en maken een hoop lawaai om hun tegenstander te imponeren. Gorillamannetjes trommelen op hun borst. In veruit de meeste gevallen is dit soort dreigingen voldoende om de tegenstander eieren voor zijn geld te laten kiezen. En zelfs als het wel tot fysiek agressief gedrag komt, zoals wanneer herten elkaar met hun geweien belagen, vallen er zelden doden. Ook aan fysieke agressie lijken namelijk spelregels verbonden te zijn. Zo kunnen ratten elkaar, tijdens een agressief conflict, flink bijten. Maar ze vallen doorgaans alleen de niet kwetsbare delen van hun tegenstander aan. De kwetsbare delen, zoals de kop en de hals worden vermeden.

Binnen de culturele antropologie is veel onderzoek gedaan naar verschillen en overeenkomsten in agressie tussen verschillende culturen. Zo zullen de Mardu, een groep Australische Aboriginals, nooit de rituelen uitvoeren die voor hen absoluut noodzakelijk zijn wanneer er nog onopgeloste conflicten spelen. Ze gooien misschien een paar boemerangs naar elkaar, maar beginnen vervolgens al snel met bemiddelen en onderhandelen om het conflict tot een eind te brengen. Ze willen voorkomen dat er een situatie ontstaat waarbij noodzakelijke rituelen niet tijdig kunnen worden uitgevoerd. Uiteindelijk heeft geen enkele cultuur baat bij sluimerende conflicten.

Na het conflict de verzoening

Het verliezen van een conflict kan zowel geestelijke als lichamelijke effecten teweeg brengen, zelfs tot lang nadat het daadwerkelijke conflict heeft plaatsgevonden. Wanneer het conflict eenmaal onvermijdelijk is geworden en de uitkomst vastligt, is het voor de ‘verliezer’ van belang zich zo snel mogelijk bij die nieuwe orde neer te leggen. Op die manier kun je verdere schade zo veel mogelijk beperken.

Omgekeerd heeft de ‘winnaar’ er meestal belang bij de ‘verliezer’ in zijn waarde te laten. Daarmee loopt de groep als geheel minder schade op. Bovendien vergroot een ‘winnaar’ de risico’s voor zichzelf wanneer hij een situatie creëert waarin de tegenpartij niets te verliezen heeft. Een kat in het nauw maakt nu eenmaal rare sprongen…

Onverzoend

Na het verlies van de Eerste Wereldoorlog werd aan Duitsland een hoge straf opgelegd. Er werden herstelbetalingen geeist ter hoogte van (in eerste instantie) 226 miljard goudmark. Daarnaast moest Duitsland alle overzeese kolonien en grote oppervlakten Duits grondgebied afstaan, inclusief de aanwezige delfstoffen, landbouwwaarde en meer dan 6 miljoen inwoners. Ook waren er verboden op militair gebied, zoals een verbod voor de Duitsers op het hebben van grote zware tanks.

Uiteindelijk pakte deze strategie zeer slecht uit. Duitsland werd als het ware in het nauw gedreven. Het creeerde de voedingsbodem waarin het nationaal socialisme van Hitler tot enorme bloei kwam. Zijn boodschap, ‘iedereen uit het buitenland is tegen ons’, was eenvoudig te verkopen. Het verbod op zware tanks is een fraai voorbeeld van hoe de geallieerden zichzelf in de vingers sneden. De nazi’s ontwikkelden een lichte en veel wendbaarder tank die uiteindelijk van beslissend voordeel bleek te zijn in de Blitzkrieg.

In het verdrag van Versailles werd verliezer Duitsland in de hoek gedrukt.

Wikimedia Commons

Na de Tweede Wereldoorlog hadden de geallieerden wel iets geleerd. De verliezer moest weer bij de groep worden betrokken. Zo deelde het Duitse volk in de Marshallhulp. De herstelbetalingen voor de eerste wereldoorlog werden fors naar beneden bijgesteld tot uiteindelijk zo’n 35 miljard goudmark, een bedrag dat uiteindelijk in 1989 werd voldaan. Vandaag de dag is de economische kracht van Duitsland een van de steunpilaren van de – vreedzame! – Europese Unie.

Vanwege de negatieve gevolgen die agressie kan hebben, is het niet verwonderlijk dat er naast agressie ook gedrag bestaat dat tot doel heeft de gevolgen van een conflict binnen de perken te houden. Troost is een voorbeeld. Derden die niet direct bij een conflict betrokken zijn, proberen de verliezer door positief sociaal gedrag ‘op te beuren’.

Troost zit diep in onze natuur ingebakken.
Schutterstock

Een ander voorbeeld is bemiddeling: derden die zich letterlijk of figuurlijk tussen de partijen opstellen, en daarmee trachten tot een oplossing te komen zonder dat fysiek geweld nodig is. Dat kan in het belang zijn van de groep als geheel. Veel plaatsen in Nederland hebben bijvoorbeeld buurtbemiddelaars: mensen die getraind zijn in het oplossen en voorkomen van escalerende burenruzies.

De belangrijkste manier om de negatieve gevolgen van agressie te beperken is verzoening. Voormalige tegenstanders vertonen wederzijds positief sociaal gedrag, als teken dat de situatie is genormaliseerd. Excuses aanvaard, zand erover!

Beestachtige verzoening

Verzoening is niet iets typisch menselijks. Ook dieren die in sociale groepen leven en van elkaar afhankelijk zijn, kennen een grote variëteit van gedragingen waarmee zij conflicten oplossen en agressie binnen de perken houden.

Vlooien kan een uiting zijn van verzoening.
Schutterstock

Al in de jaren zeventig stelde de Nederlandse gedragsbioloog Frans de Waal vast dat chimpansees in de dierentuin van Arnhem verzoeningsgedrag vertonen. Na een conflict kwamen de strijdende partijen weer bij elkaar en lieten dan zogenoemd prosociaal gedrag zien, zoals vlooien. Dit sociale gedrag zag De Waal vaker na een conflict dan in een periode waarin er geen conflict was. Onderzoek bij andere diersoorten liet vervolgens zien dat niet alleen mensapen verzoenen. Ook honden, raven en dolfijnen laten na een conflict verzoenend gedrag zien.

Recenter onderzoek bij onder andere raven en chimpansees laat zelfs zien dat derden vaak het initiatief nemen om agressieve conflicten op te lossen. Dit is niet verwonderlijk, als je weet dat conflicten die escaleren schadelijk kunnen zijn voor de hele groep. Ook troostgedrag is bij chimpansees heel gewoon.

Dit soort onderzoek bij dieren laat ons aan de ene kant zien hoe basaal en belangrijk conflictmanagement is. Aan de andere kant kunnen we door te kijken naar dieren met verschillende sociale systemen ook ontdekken dat agressie en conflictmanagement een doodgewoon onderdeel vormen van sociaal gedrag.

Verzoenen op z’n Russisch: met een ‘inky-pinky’ rijmpje.
Schutterstock

Verzoenende mensen

De meeste mensen denken bij verzoening aan het woord ‘sorry’, maar er zijn veel meer manieren om te verzoenen. Dieren kunnen geen sorry zeggen en gebruiken dus gebaren als kussen, omhelzen of de hand reiken. Ook mensen gebruiken deze non-verbale middelen om een conflict te verzoenen. Deze gebaren zijn in verschillende culturen ongeveer hetzelfde, maar er zijn ook afwijkingen. Zo hebben Russische kinderen een speciaal rijmpje waarbij ze de pinken in elkaar haken om agressie te verzoenen.

De verschillende vormen van verzoening blijken ook samen te hangen met de vorm van het conflict. Zo wordt een conflict over een object vaker verzoend door de tegenstander het object aan te bieden of terug te geven. Fysieke agressie daarentegen wordt vaker verzoend door lichamelijk contact. Overigens is het vaker degene die het conflict is begonnen dan het slachtoffer die tracht de verzoening te bewerkstelligen door als eerste ‘sorry’ te zeggen.

Verzoenen loont

De belangrijkste reden om een geëscaleerd conflict op te lossen is het herstel van een waardevolle relatie. Dat blijkt uit onderzoek bij zowel apen als mensen. Naast dat sociale belang is er ook een individueel belang. De primatoloog Filippo Aureli van de John Moores Universiteit in Liverpool heeft bijvoorbeeld laten zien dat individuen die bij een hoog oplopend conflict betrokken zijn, daar danig gestresst van kunnen raken. Verzoening blijkt deze stress meetbaar te verminderen, zowel bij mensen als bij dieren.

Een belangrijke voorwaarde voor geslaagde verzoening is wel dat beide partijen hieraan meewerken. Een van de twee individuen zal de eerste stap tot verzoening moeten zetten. Het andere individu zal het ook moeten accepteren. In het apenonderzoek wordt dan ook pas van echte verzoening gesproken als het prosociale gedrag van de een door de ander wordt geaccepteerd.

Kampioen verzoenen met seks: de bonobo of dwergchimpansee.
Schutterstock

De mate waarin wordt verzoend verschilt per diersoort. Er zijn diersoorten die veel agressie laten zien en weinig verzoenen, zoals resusapen, en diersoorten die weinig agressie laten zien en veel verzoenen. Een tot de verbeelding sprekend voorbeeld van zo’n typische verzoener is de bonobo, of dwergchimpansee. Het schijnbaar minste of geringste conflict bij deze dieren wordt met een verzoenend potje seks opgelost.

De mate van verzoening binnen een diersoort lijkt vooral af te hangen van de sociale structuur van de groepen en de tolerantie van de dieren. Sociale groepen met een zogenoemde despotische sociale structuur, zoals resusapen die kennen, hebben een strikte hiërarchie. Bij zulke despotische soorten komt agressie minder frequent voor, maar als het voorkomt is de agressie ook meteen ernstig. De agressie is vooral gericht op ondergeschikte individuen en verzoening komt niet veel voor. Dit lijkt het gevolg van de duidelijke rangorde. Immers, als jij de appel wegkaapt voor een resusaap die hoger in rang is dan jij, dan had je kunnen weten dat hij agressief zal reageren en word je met geweld op je plaats gezet. Verzoening verandert daar niet veel aan.

Vaker ruzie of minder verzoening?

Uit een experiment van Maaike Kempes, bleek dat zogenaamd ‘zeer agressieve’ kinderen helemaal niet vaker agressief gedrag vertonen dan normale kinderen. Zij bleken wel veel minder bekwaam om na afloop van een conflict tot verzoening te komen. Wanneer buitenstaanders – een ouder, een docent of een onderzoeker – een agressief conflict moeten beoordelen, zeggen ze al gauw dat een kind ‘zeer agressief’ is als het na een fysiek conflict niet verzoent. Een vergelijkbaar conflict, maar dan met verzoening wordt daarentegen vaak afgedaan als ‘niets aan de hand’, terwijl in beide gevallen de agressieve interactie niet van elkaar verschilde.

Bij soorten die minder despotisch zijn, komt agressie vaker voor, maar is deze veel milder. De mate waarin wordt verzoend is bij deze soorten juist groter. Verzoening lijkt dus vooral op te treden als de kans niet te groot is dat de tegenstander je verzoeningsgebaar afwijst en je alsnog agressief benadert.

Kinderen zijn al vroeg in staat te verzoenen.
Maaike Kempes, Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie

Verzoenen moet je leren

Kinderen zijn al op driejarige leeftijd in staat om na een conflict te verzoenen. Ook elkaar troosten doen kinderen al op jonge leeftijd. De omgeving lijkt daarbij wel een belangrijke rol te spelen.

In de jaren tachtig liet Frans de Waal in een experiment met verschillende soorten apen zien hoe belangrijk de omgeving is voor de mate waarin individuen verzoenen. Resusapen verzoenen van nature minder dan een vergelijkbare apensoort, de beermakaak. De Waal liet een groep jonge resusapen opvoeden door een groep beermakaken. Hij zag dat de resusapen na een tijd meer verzoenend gedrag lieten zien dan hun leeftijdsgenoten die door soortgenoten waren opgevoed.

Agressie en stress ijlen lang na

Uit proefdieronderzoek is bekend dat agressie, en dan vooral de stress die met agressie gepaard gaat, soms verbazingwekkend lang kan na-ijlen. Onder andere bij cavia’s is aangetoond dat sociale stress tijdens de zwangerschap leidt tot aantoonbare veranderingen bij de kinderen en zelfs de kleinkinderen. De wijfjes vertonen bijvoorbeeld meer mannelijke gedragingen.

Een vergelijkbaar stresseffect is bekend bij mensen. Kinderen die tijdens en kort na de Hongerwinter van ’44- ’45 zijn geboren, blijken in hun latere leven een grotere kans te hebben op onder andere hart- en vaatziekten en diabetes. Er wordt zelfs een effect gevonden bij de kinderen van die hongerwinterkinderen.

Een recenter onderzoek liet ook zien dat leeftijdsgenoten belangrijk zijn voor het ontwikkelen van verzoeningsgedrag. Resusapen die in het eerste jaar van hun leven geen leeftijdsgenoten hebben gezien, verzoenen later niet. Het agressieve gedrag van deze dieren loopt daarbij ook dusdanig uit de hand dat zij elkaar verwonden of zelfs doden. De vraag is of deze apen niet geleerd hebben hoe ze moeten verzoenen.

Vreemd genoeg weten deze apen heel goed hoe ze zelf verzoenend gedrag moeten laten zien. Ze accepteren het verzoenend gedrag van de tegenstander echter niet. Daarbij zijn ze ook banger en lopen ze eerder weg als een leeftijdsgenoot hen benadert. Het lijkt erop dat ze het sociale gedrag van de ander niet goed kunnen inschatten, of vooral als vijandig zien.

Om deze signalen goed te kunnen inschatten en je eigen gedrag te kunnen reguleren, is het dus belangrijk dat je al op jonge leeftijd sociaal contact hebt met leeftijdsgenoten. Pas dan leer je je agressieve gedrag in de hand te houden zonder anderen en jezelf schade te berokkenen.

Verzoening kun je niet afdwingen

Leerkrachten grijpen vaak in bij agressieve conflicten. Hun ingrijpen leidt in eerste instantie echter niet direct tot verzoening, maar vooral tot het eindigen van het agressieve conflict en het uit elkaar gaan van de kemphanen. Sommige onderzoeken laten zien dat verzoening daarna ook niet meer optreedt. Dat wijst erop dat leerkrachten die kinderen alleen uit elkaar halen, of hen opleggen het goed te maken, geen echte verzoening afdwingen. Het is zelfs zo dat kinderen vaker tot verzoening komen en samen verder spelen als leerkrachten níet ingrijpen.

Ruzies worden beter bijgelegd als een leerkracht zich er niet mee bemoeit.
Reporters

Het idee dat volwassenen kinderen leren te verzoenen lijkt niet zonder meer te worden bevestigd. Strategieën waarbij leerkrachten kinderen zelf laten uitzoeken hoe zij conflicten moeten oplossen lijken in deze gevallen beter te werken. Dit geldt met name voor gevallen van verbale agressie. Het lijkt erop dat ingrijpen van leerkrachten bij conflicten waarin fysieke agressie een rol speelt wel kan helpen om verzoening tot stand te brengen, maar dat bij andere vormen van conflicten kinderen vaker tot een verzoenende oplossing komen als er geen interventie vanuit de leerkracht plaatsvindt.

Als verzoenen niet lukt

Wanneer na een conflict geen verzoening optreedt, bestaat er een grote kans op negatieve gevolgen. Beide partijen ervaren stress en de relatie tussen de partijen wordt verstoord. Die stress kan zelfs direct ingrijpen op het lichaam, ook wanneer het conflict zelf niet fysiek van aard was. In plaats van schade door verwonding, kan de stress na een conflict zorgen voor slecht slapen, concentratieverlies en een gevoel van uitsluiting. Daardoor kan de lichamelijke en geestelijke conditie verslechteren.

De ‘maagzweerbacterie’ H. pylori

Schutterstock

Conflicten, stress en maagzweren

In 2005 ging de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde naar de Australische onderzoekers Barry Marshall en Robin Warren voor hun ontdekking van de rol van de bacterie Helicobacter pylori in het ontstaan van maagzweren. Zij waren de eersten die zagen dat het deze in de maag levende bacterie was die maagzweren en soms zelfs maagtumoren veroorzaakt, en dat die bacterie gelukkig nog makkelijk te bestrijden is ook. Daarvoor ging iedereen ervan uit dat maagzweren werden veroorzaakt door de stress die gepaard gaat met conflicten en overbelasting. Helemaal fout bleek dat idee overigens niet. Er is wel degelijk een statistisch verband gevonden tussen stress en het uitbreken van een infectie door Helicobacter pylori. Mogelijk zorgt de stress voor het juiste ‘milieu’ in de maag, waarin de bacterie goed gedijt.

Het wordt ernstiger wanneer de agressie escaleert tot geweld. Excessief agressief gedrag hoeft niet alleen te maken te maken te hebben met het conflict zelf. Het kan ook voortkomen uit onvermogen om een ruzie weer bij te leggen, of het onvermogen om verzoenende signalen van de ander correct te interpreteren. Verderop in het cahier worden deze gedragsstoornissen besproken.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 september 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.