Je leest:

Rupsen en kurkentrekkers

Rupsen en kurkentrekkers

Auteur: | 1 december 2010

Slangen laten zich graag onderzoeken. Nadat wetenschappers eerder vorige maand hadden ontdekt hoe sommige soorten van boom tot boom zweven, hebben ze nu ook uitgezocht hoe slangen dunne takken en lianen beklimmen. En dat doen ze op twee manieren: als een rups of als een kurkentrekker.

Kijk daar, een slang in de boom!
A Journey Around My Skull, Flickr.com

Slangen in bomen, we kunnen er niet genoeg van krijgen. De slang die volgens de bijbel Adam en Eva verleidde om de foute appel te eten, hing in een boom. In Jungle Book krult Kaa de slang regelmatig om een tak. Maar hoe zo’n slang dat precies voor elkaar krijgt zonder naar beneden te glijden -en dat zonder handen en voeten om zich mee vast te grijpen- is voor biologen een interessant mysterie. Wel, tot biologen Greg Byrnes en Bruce Jayne het tot op de bodem uitzochten.

Het duo heeft de truc waarmee slangen langs takken recht omhoog klimmen voor het eerst ontrafeld. Byrnes en Jayne beschrijven hun bevindingen in The Journal of Experimental Biology. De wetenschappers lieten Boa constrictors over touwen van 3, 6 en 9 millimeter dik omhoog klimmen en maten tegelijkertijd de spanning op het touw.

Slangen die langs een dun touw omhoog klimmen doen dat als een kurkentrekker. Je kent de beweging vast wel: terwijl je de spiraal van een kurkentrekker in de kurk draait lijkt het alsof de spiraal helemaal niet beweegt. Op het dunne touw klimt de slang ook in zo’n onbeweeglijke spiraalvorm. Het lijkt wel alsof er een onzichtbare tunnel om het touw is geklemd waar de slang doorheen moet kruipen als hij boven wil komen.

Links zie je de slang op een dun touw klimmen; hij krult als een kurkentrekker. Rechts klimt hij op een dik touw; nu grijpt de slang zich op een enkel punt vast en klimt hij als een rups.
Journal of Experimental Biology

Bij een dik touw klimmen boa’s meer als een rups loopt. Dat is een kwestie van jezelf uitrekken als een accordeon, vastklemmen en opnieuw uitrekken. Rupsen bewegen op dezelfde manier op plantensteeltjes. Deze tweede manier van klimmen gaat een stuk sneller dan de eerste.

Het verschil is logisch te verklaren, stellen Byrnes en Jayne. Als een slang wil klimmen moet hij, om te voorkomen dat hij valt, zich voldoende vastklemmen. Maar om dat te kunnen heb je een oppervlak nodig waarop je je vastklemt. En dikke touwen hebben nu eenmaal meer oppervlak dan dunne.

Wanneer de boa alleen al zijn achterste gedeelte op het dikke touw vastklemt, maakt hij genoeg contact met het touw om zijn eigen gewicht te kunnen dragen. Dat geeft het voorste gedeelte van de slang genoeg vrijheid om ‘grote stappen’ te maken, als een rups. Bij een dun touw heeft de slang zijn hele lijf nodig om genoeg contact met het touw te maken. Sterker nog, hij mag die grip niet verslappen. In zo’n geval is het daarom ook het meest logisch om als een spiraal die altijd contact met het touw maakt, omhoog te klimmen.

Zie ook:

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/slang.atom", “max”=>"6", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 december 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.