Je leest:

Ruimtesonde scheert door Saturnus-ringen

Ruimtesonde scheert door Saturnus-ringen

Auteur: | 1 juli 2004

Cassini-Huygens, de gezamenlijke NASA-ESA sonde, zit in een baan om Saturnus. Op 1 juli remde de sonde af na zijn lange reis en schoot hij tussen twee van Saturnus’ ringen door. Ogen open!

Cassini-Huygens had er al een reis van zeven jaar op zitten, maar de eigenlijke missie begint pas net. In de vroege uurtjes van 1 juli kwam Cassini-Huygens van onder het ringen-vlak op Saturnus af. De hoofdmotor brandde 95 minuten om de sonde af te remmen; daarna kon Saturnus Cassini-Huygens in zijn zwaartekracht vangen.

De missie-leiding, die door de enorme afstand 80 minuten moet wachten voor ze zien wat er met Cassini-Huygens gebeurde, was door het dolle heen: “het was nagelbijten”, zei Bob Mitchell, de projectleider, “maar je kon hier zien dat al het harde werk van alle medewerkers zich heeft terugbetaald.”

De Saturn Orbit Insertion ging dan ook bijna foutloos. Cassini-Huygens schoot met brandende motor op Saturnus af, ondertussen steeds draaiend om waarnemingen te doen en om zichzelf te beschermen tegen de stofdeeltjes in de ringen. Door het gat tussen de F- en G-ring van Saturnus passeerde de sonde het ringenvlak, om er even later weer in omgekeerde richting doorheen te schieten. “Misschien maken we nog een correctie-manoeuvre op zaterdag,” aldus hoofd-navigator Jerry Jones, “maar er is ook een kans dat we dat laten schieten, omdat de sonde al zo mooi op koers ligt.”

Met brandende motor tussen de ringen door. Cassini-Huygens zal twee keer tussen de F- en G-ring van Saturnus doorschieten; één keer tijdens het afremmen, en één keer net na de remfase. bron: ESA

De Saturnus-passage was een prachtige gelegenheid om metingen te doen. Cassini-Huygens zal in de rest van zijn missie nooit meer zó dicht bij Saturnus komen, dus was het zaak nu goed op te letten. De magneetvelden rond Saturnus, de hoeveelheid stofdeeltjes in de ringen, de temperatuur en samenstelling ervan, alles werd nauwkeurig gemeten en naar de aarde gezonden. “Maar,” zei dr. Dennis Matson van NASA’s Jet Propulsion Laboratory van te voren, “het veilige afremmen gaat voor. Als er iets misgaat wordt de dataverzameling stopgezet.”

Op elf juni passeerde de sonde de Saturnus-maan Phoebe en kwamen de eerste gegevens over het Saturnus-stelsel terug naar de aarde. Phoebe draait tegen de richting van de meeste voorwerpen in het zonnestelsel rond Saturnus. De gegevens die toen werden verzameld wijzen erop dat de maan haar leven begon in de verre buitengebieden van het zonnestelsel. Phoebe is een ijsdwerg, net als Pluto en de pas ontdekte ‘planeet’ Sedna. Waarschijnlijk is Phoebe door een zwaartekrachtszetje van haar mede-ijsdwergen lang geleden naar de zon geslingerd en werd ze door Saturnus ingevangen.

Cassini zonder Huygens

De Cassini-sonde is genoemd naar de Italiaanse astronoom die als eerste Saturnus’ manen waarnam: Giovanni Domenico Cassini ontdekte Iapetus, Rhea, Tethys, en Dione van 1671 tot 1684. De complete Cassini-sonde weegt 5,6 ton en heeft een kleine lander, de Huygens, aan boord.

Huygens vormt het ESA-deel van de missie en zal in januari 2005 neerdalen in de atmosfeer van de maan Titan. Die werd in 1655 door de Nederlander Christiaan Huygens ontdekt. Huygens ontdekte ook de ringen van Saturnus. Op 25 december koppelt Huygens los van Cassini de zet koers naar Titan. Aan grote parachutes daalt de lander vervolgens naar het oppervlak. Titan heeft als een van de weinige manen in het zonnestelsel een dunne atmosfeer. Die bestaat voor een groot deel uit stikstof, net als die van de aarde. Wetenschappers hopen dat deze ijskoude atmosfeer inzicht kan geven in onze eigen dampkring.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juli 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.