Je leest:

Ruimterace naar een hete knikker

Ruimterace naar een hete knikker

Auteur: | 16 juni 2001

Een echte ruimterace is het natuurlijk niet, maar van nauwe samenwerking is in elk geval geen sprake. Europa en de Verenigde Staten gaan allebei een bezoek brengen aan de planeet Mercurius. Allebei op eigen houtje. En NASA is vastbesloten om als eerste te arriveren.

Mercurius is de planeet die het dichtst bij de zon staat: nog geen zestig miljoen kilometer. De pokdalige planeet is maar veertig procent groter dan de maan, en bestaat voor het grootste deel uit ijzer. Een hete knikker – wat valt daar nu aan te onderzoeken?

Sterrenkundigen denken daar anders over. Ooit moet de planeet een dikke mantel van gesteenten gehad hebben. Waar is die gebleven? Verbrijzeld en weggeslingerd bij een kolossale inslag, miljarden jaren geleden? En hoe komt het dat Mercurius (net als de aarde) een sterk magnetisch veld heeft? Ligt er echt ijs in de donkere kraters rond de noord- en zuidpool? Wat vertelt het gehavende oppervlak over de inslaghistorie van het zonnestelsel?

Midden jaren zeventig, in de begindagen van het planeetonderzoek, is de Amerikaanse Mariner 10 drie keer dicht langs Mercurius gevlogen. Steeds over hetzelfde halfrond. De andere helft van de planeet is terra incognita. Van de samenstelling van het oppervlak is niets bekend. Hoog tijd dus voor een nieuwe missie.

Afgelopen najaar gaf de Europese ruimtevaartorganisatie ESA groen licht voor een vlucht naar Mercurius. BepiColombo gaat het project heten, naar de Italiaan die de rotatieperiode van de planeet bepaalde en ook voorrekende hoe je Venus kunt bereiken via een vlucht langs Mercurius, en andersom. Begin 2009 wordt BepiColombo gelanceerd; najaar 2011 komt de ruimtesonde bij de planeet aan.

Maar tegen die tijd is een deel van het gras al voor de voeten van de Europeanen weggemaaid. Vorige week besloot ook de Amerikaanse NASA een vlucht naar Mercurius uit te voeren. De Amerikaanse reis duurt weliswaar vijf jaar, maar gaat in 2004 al van start. Kort nadat BepiColombo wordt gelanceerd, zullen de eerste foto’s en meetgegevens van de Amerikaanse Messenger-sonde al binnenstromen.

Messenger (MErcury Surface, Space ENvironment, GEochemistry and Ranging) is een relatief kleine ruimtesonde, die uitgerust wordt met zeven wetenschappelijke instrumenten, waaronder een camera, een laser-hoogtemeter, een magnetometer en een aantal spectrografen. De sonde wordt gebouwd door het Apllied Physics Laboratory van de Johns Hopkins University in Baltimore, waar ook NEAR-Shoemaker is ontwikkeld – de ruimtesonde die in februari een landing maakte op de planetoïde Eros. De bouw van de ruimtesonde kost ruim 250 miljoen dollar.

BepiColombo is een grootschaliger project van zo’n 600 miljoen euro, dat in feite uit drie toestellen bestaat: twee orbiters en een lander. Het moederschip heeft gevoelige camera’s en spectrometers aan boord en zal een jaar lang het Mercuriusoppervlak minutieus in kaart brengen. Een kleinere sonde gaat onderzoek doen aan magnetische velden en elektrisch geladen deeltjes; dit toestel wordt waarschijnlijk gebouwd in samenwerking met de Japanse ruimtevaartorganisatie ISAS.

De lander tenslotte is in feite een harpoen die een meter diep in de Mercuriusbodem moet doordringen om ter plekke de eigenschappen en samenstelling van de planeet op te meten. Die landing wordt in elk geval een Europese primeur. Maar of de foto’s en meetresultaten van de BepiColombo-orbiters veel toe zullen voegen aan wat NASA’s Messenger in 2009 al oplevert, moet nog blijken.

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 juni 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.