Je leest:

Routekaart naar vrede voor bavianen?

Routekaart naar vrede voor bavianen?

Auteur: | 7 mei 2004

Mannetjesbavianen staan bekend als echte vechtjassen. Maar een groep in Kenia is een stuk vredelievender geworden. Misschien halen de vrouwtjes het beste in de man naar boven.

De Amerikaanse onderzoekers Robert Sapolsky en Lisa Share deden sinds 1978 onderzoek naar een groep wilde, groene bavianen in Kenia, de zogeheten Forest-groep. Rond 1985 stierven door toeval in korte tijd alle dominante mannetjes aan TBC. Het gedrag van de groep veranderde, omdat alleen de minder agressieve mannetjes overbleven, en er twee keer zoveel vrouwtjes waren. Het onderzoek werd gestaakt. Tot in 1993 bleek dat de sfeer in de Forest-groep nog steeds hetzelfde was: tamelijk vreedzaam.

Wat is hier nu bijzonder aan, het zijn toch dezelfde apen? Maar dat is juist niet het geval. Bavianen-mannen verlaten na de puberteit de groep waarin ze zijn geboren. Zodoende was er in 1993 geen enkel mannetje meer uit de ‘TBC-tijd’. Er waren wel nieuwe mannetjes de Forestgroep binnengekomen. Maar het vroegere agressie-niveau bleef uit. Sapolsky en Share hebben toen de Forest-groep opnieuw enkele jaren gevolgd, en hun gedrag vergeleken met een controle-groep. Hun conclusie is dat er inderdaad een blijvende verandering in sociaal gedrag is ontstaan. De groep had nog steeds een stabiele, hiërarchische structuur, maar dominante mannetjes waren minder agressief, vooral de laaggeplaatste mannetjes werden lang niet zo erg gepest als normaal. Bloedonderzoek liet ook zien dat het niveau van stresshormonen bij de laaggeplaatste mannetjes uit de Forest-groep lager was dan bij de controle groep.

Relaxed

Hoe heeft de Forest-groep deze relaxte levensstijl weten te behouden? De ateurs opperen een aantal mogelijkheden. Misschien was de overmaat aan vrouwtjes de reden: hoe meer vrouwtjes, hoe minder er gevochten hoeft te worden. Maar dat is niet waarschijnlijk, aldus de onderzoekers, want uit literatuuronderzoek blijkt dat bij andere bavianen-groepen waarbij er ook een overmaat aan vrouwtjes is, heerst nog steeds die agressieve cultuur. Het kan ook dat een nieuwe mannetje door observatie het gedrag van aanwezige mannetjes overnam. Dat zou kunnen, maar de onderzoekers suggereren nog een andere, veel spannender, verklaring.

Ze hadden namelijk gezien dat de vrouwtjes net zo aardig waren tegen de nieuwe mannetjes als tegen de al aanwezige mannen. Er werd meer gevlooid en de vrouwtjes durfden sneller in de buurt te komen. Zo zouden ze de mannetjes hebben geleerd dat het niet nodig is om zo heel erg agressief te zijn. Daarmee denken de auteurs dat ze op iets nieuws zijn gestuit. Want dat betekent dat primaten sociale cultuur, de manier waarop men zich gedraagt in een groep, aan een nieuwe generatie kunnen overdragen ( PLoS Biology, 4 april: A pacific culture among wild baboons: Iits emergence and transmission).

Flower power

De Nederlandse apen-onderzoeker Frans de Waal toont zich in een begeleidend commentaar enthousiast. Nietmenselijke cultuur is hot, aldus De Waal. Terwijl men zich bij mensen steeds meer interesseert voor de genetische basis van agressie, schuift het onderzoek bij apen juist steeds meer op naar de vraag in welke mate cultuur een rol speelt. Culturele overdracht is overigens niet nieuw, maar eerder onderzoek ging vaak over technieken. Bijvoorbeeld hoe chimpansees elkaar leren stenen te gebruiken om noten te kraken. Dit is de eerste keer dat het gaat om het aanleren van sociaal gedrag aan een volgende generatie. In de woorden van De Waal: ’We now have the first field evidence that primates can go the flower power route. Even the fiercest primates do not forever need to stay this way. Let us hope this applies to humanity as well ’

De Nederlandse etholoog Ronald Noë is minder enthousiast. Noë, verbonden aan de Universiteit Louis Pasteur in Straatsburg, deed zelf jarenlang onderzoek naar bavianen in Kenia. ‘Sapolsky is een prima onderzoeker. Zijn onderzoek naar de relatie tussen stress, gezondheid en status in de groep is beroemd. Maar dit verhaal valt tegen.’ ‘Het is maar één waarneming, en de statistiek deugt niet. Ze hebben bijvoorbeeld allerlei gegevens bij elkaar gegooid van verschillende dieren. Zowel mannetjes als vrouwtjes: wie heeft hoeveel bijgedragen aan gevlooi, het is niet te achterhalen.’

Ook de literatuurverwijzingen vindt hij selectief. Er zijn volgens Noë ook onderzoeken waarbij groepen met een overmaat aan vrouwtjes wel minder minder agressief zijn. Dan zou er dus geen sprake zijn van overdracht van sociale cultuur, maar is het de groepssamenstelling die het gedrag bepaalt. Noë: ‘Maar die andere onderzoeken worden niet genoemd. Dat noem ik een beetje data-vissen.’

Alfa-man

Dat De Waal zo enthousiast is, komt misschien door diens neiging nogal antropomorf te kijken, denkt Noë. ‘De Waal weet veel van chimps en bonobo’s en hij is een uitstekend observator van dieren in gevangenschap, maar hij heeft geen ervaring met onderzoek naar dieren in het wild.’ Noë wil overigens best geloven dat de groepscultuur is veranderd. Het is al lang bekend dat verschillende populaties bavianen kunnen verschillen in tolerantie. Maar waarom dat in deze Forest-groep is gebeurd, valt moeilijk te achterhalen.

Noë: ‘Juist op het moment dat het interessant werd, waren ze er niet. Namelijk de periode waarin de nieuwe mannen de groep binnen komen. Terwijl bijvoorbeeld het karakter van een nieuw mannetje de doorslag kan geven. Sommigen zijn inderdaad dominant en agressief, maar er zijn ook andere, kalmere types. Dat heb ik zelf waargenomen. Als een ander type alfa-man de groep binnenkomt, kan de sfeer snel veranderen.’ Dat vrouwtjes aardig doen tegen vreemde mannetjes om hen een vredelievende cultuur over te brengen, lijkt Noë zeer onwaarschijnlijk. ‘Mannetjes en vrouwtjes hebben ieder een eigen hiërarchie, waarbij de mannetjes allemaal boven de vrouwtjes staan. In tegenstelling tot chimpansees hebben vrouwtjes weinig invloed op de uitslag van conflicten onder mannen. Er zijn wel nauwe banden tussen mannetjes en vrouwtjes, maar een nieuw mannetje in de groep wordt door vrouwtjes met jongen gemeden, want de nieuwe man zal haar jongen vermoorden.’

De observatie dat vrouwtjes vrij snel aardig doen, is wel te verklaren. ‘Nieuwe mannetjes kunnen binnen een half uur de alfa-aap zijn, zonder dat daar een gevecht aan te pas komt. Vervolgens zullen vruchtbare vrouwtjes hem aandacht geven.’

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 mei 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.