Je leest:

Rotgans is nergens zonder haas

Rotgans is nergens zonder haas

Auteur: | 1 juni 2001

De ontwikkeling van Schiermonnikoog wordt in hoge mate gestuurd door de aanwezigheid van hazen op het eiland. Zonder deze nachtelijke grazers zouden de rotganzen ter plaatse het heel wat minder goed doen.

Voorjaar op Schiermonnikoog. In de verte zijn enkele duintoppen zichtbaar; het enige van de oostpunt van het Groningse waddeneiland dat boven het kolkende water uitsteekt. De rest is volledig in de greep van de zee, die gretig stukken duin weghapt en elders weer zand zal uitspuwen. Op deze duintopjes, het enige droge land op de oostpunt van het eiland tijdens deze woeste storm, zitten vele tientallen hazen opeengepakt. Geduldig wachten ze tot de zee bedaart en hun de kwelder weer teruggeeft.

Ze lijken slachtoffer van het natuurgeweld, weerloze pionnen in een woest spel geleid door wind en water. Dieren zonder enige invloed. Onderzoek heeft echter anders uitgewezen. Hazen blijken een sleutelrol te spelen: de ontwikkeling van het eiland met zijn uitgestrekte kwelder wordt in grote mate gestuurd door de aanwezigheid van deze nachtelijke grazers. Rotganzen varen er wel bij.

Rotganzen op kwelder. Rond de tweeduizend rotganzen houden de prille voorjaarsgroei op Schiermonnikoog eronder. Met hun kleine snavels presteren ze het om rond de driehonderd happen per minuut te nemen. Jan van de Kam

Klei lijkt hier toverwoord

Zo’n honderd jaar geleden was er nog maar een klein stukje kwelder aan de voet van het duinmassief Kobbeduinen. Vanaf dit duin was alleen een stuivende zandmassa te zien, daar waar vandaag de dag struiken en hoge grassen de overhand hebben. Sinds 1880 is de kwelder van Schiermonnikoog sterk in omvang toegenomen, en er lijkt nog geen einde aan deze groei gekomen. Tegen de Kobbeduinen liggen de oude delen van de kwelder, terwijl op het oostelijke puntje van het eiland tot op de dag van vandaag nog steeds nieuwe kwelder ontstaat. Een dynamisch gebeuren, dat zich vrijwel zonder invloed van de mens voltrekt.

Schiermonnikoog groeit oostwaarts. (A) De ontwikkeling van het oostelijke deel van Schiermonnikoog. De kleuren geven leeftijdsklassen aan. (B) De toename van de oostelijke helft van het eiland vanaf 1800.

Klei lijkt het toverwoord in de ontwikkeling van de kwelder. Tijdens overstromingen zet de zee dunne laagjes klei af op de zandige ondergrond. Op delen van de kwelder die onderhand rond de honderd jaren oud zijn, ligt een respectabele laag klei van wel vijftien centimeter, terwijl in de jonge delen nog amper iets te merken is van enige kleiafzetting. In deze klei zitten voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfaat, die nodig zijn voor de groei van planten.

Steeds meer planten

De jonge kwelder, waar nog weinig voedingsstoffen aanwezig zijn, is spaarzaam begroeid. Maar de voortdurende afzetting van klei, tesamen met verterende plantenresten, maakt dat de kwelder met het ouder worden steeds voedselrijker wordt. Het gevolg is dat steeds meer planten op de ouder wordende kwelder te vinden zijn. De biologen meten het, de grazers weten het. Ze volgen de ontwikkeling van de kwelder al jaren op de voet.

Onontkoombaar lijken de veranderingen op de kwelder. Steeds meer plantenmateriaal groeit op de ouder wordende kwelder. Tegelijkertijd veranderen ook de plantensoorten. Waar op de jonge kwelder zeekraal en gerande schijnspurrie het hoofd net boven water kunnen houden, groeien enige tientallen jaren later gewone zoutmelde en zeealsem, die gezamenlijk een dichte ondoordringbare struikmassa van wel vijftig centimeter hoog kunnen vormen.

Maar weinig dieren kunnen enthousiast zijn over deze houtige gewassen. Ook de diversiteit aan planten heeft eronder te lijden. De vraag is nu of deze ontwikkeling een halt toe te roepen is, of dat dieren die in een dergelijk systeem leven geen andere keus hebben dan de ontwikkeling van de vegetatie met lede ogen aan te zien.

1) Laaggelegen kwelderdelen van vijftien jaar. De jonge kwelder, waar nog weinig voedingsstoffen aanwezig zijn, is spaarzaam begroeid. 2) De situatie na dertig jaar. Afzetting van klei en verterende plantenresten maken dat de kwelder met het ouder worden steeds voedselrijker wordt. Daardoor zijn steeds meer planten op de ouder wordende kwelder te vinden. 3) In veertig jaar tijd ontwikkelde de kwelder zich van een open systeem met laagopgaande plantengroei tot een dichte struikachtige vegetatie gedomineerd door zeealsem en gewone zoutmelde.

Liefst vijf kweldergrazers

Los van insecten en microscopisch kleine planteneters in de bodem, zoals aaltjes, komen er maar liefst vijf grazers in aanzienlijke aantallen in dit kweldersysteem voor: haas, konijn, rotgans, brandgans en grauwe gans. De laatste twee zijn relatieve nieuwkomers. Brandganzen begonnen de kwelder van Schiermonnikoog in de jaren zestig te gebruiken, terwijl grauwe ganzen pas in 1991 de stap waagden.

De andere drie grazers hebben de veranderingen op de kwelder vrijwel vanaf het begin meegemaakt. Rotganzen leven sinds jaar en dag in kustsystemen zoals we die op Schiermonnikoog vinden. Van de haas weten we dat in 1898 exemplaren naar het eiland zijn gebracht. Rond dezelfde tijd duikt ook het konijn op in de afschotboeken zoals toentertijd door de eigenaar van Schiermonnikoog zorgvuldig bijgehouden.

Gezien het voorkomen van zowel haas als konijn op de meeste grotere waddeneilanden – van Nederland tot in Denemarken – is het niet uit te sluiten dat deze dieren zich ook op eigen kracht een plekje hadden kunnen verwerven.

Konijnen houden graag hun voeten droog en zijn vooral actief in de duinen. Hazen echter gebruiken zowel het duingebied als de kwelder gedurende het hele jaar. Overdag zie je op z’n hoogst zwartgepunte oren die her en der boven het gras uitsteken. De meeste hazen zitten weggedoken in hoge begroeiing om zo aan de aandacht van roofvogels te ontsnappen. Pas als de schemer valt, zwermen hazen uit over de kwelder.

Rotganzen en brandganzen zijn massaal aanwezig in het voorjaar. Begin maart storten brandganzen zich op de uitlopende kwelderplanten. Na een vetvoorraad te hebben aangelegd, vliegen ze verder richting broedgebieden. Elk jaar vindt halverwege april wisseling van de wacht plaats met de rotgans.

Strijd om voedsel

Het is vooral de relatie tussen haas en rotgans die de aandacht van onderzoekers getrokken heeft. De andere grazers in het kweldersysteem hebben nog weinig van hun geheimen prijsgegeven.

Rond de tweeduizend rotganzen houden de prille voorjaarsgroei eronder. Met hun kleine snavels presteren ze het om rond de driehonderd happen per minuut te nemen. Dankzij de hoge kwaliteit van het voedsel op de kwelder kunnen de vogels in zes weken tijd maar liefst dertig procent in gewicht toenemen. Deze zes weken zijn geen feest voor de haas. Deze moet met lede ogen aanzien hoe veel voedselplanten worden kaalgeschoren door de ganzen.

1) Kwelder van tien jaar oud. De linker exclosure (afrastering) houdt zowel ganzen als hazen buiten; de rechter alleen ganzen. Het is duidelijk dat vooral de hazen een sterk effect hebben op de vegetatie. Beide foto’s werden gemaakt met behulp van een vlieger. 2) Kwelder van honderd jaar oud. Ook hier twee exclosures: de ene om zowel ganzen als hazen buiten te houden en de andere alleen voor ganzen. Op de oudere kwelder hebben hazen geen effect meer op de vegetatie. (bron: Jaap de Vlas)

Paal en draad

Om te bekijken of rotganzen daadwerkelijk invloed hebben op hazen, zijn we in het voorjaar gewapend met paal en draad de kwelder opgetrokken. We spanden draden boven de vegetatie en schermden de zijkanten zorgvuldig af met als doel ganzen tijdelijk buiten te sluiten. Hazen trokken zich weinig aan van de draden en liepen vrijelijk onder het touw door.

Inderdaad begaf vrijwel geen rotgans zich op deze afgeschermde plekken; daarvoor in de plaats gebruikten hazen ze maar liefst tweemaal zo vaak! Rotganzen kunnen dus beïnvloeden hoeveel hazen in het vroege voorjaar op de kwelder terecht kunnen.

Misschien is het door hun massale aanwezigheid dat rotganzen in het voorjaar hazen lijken te beconcurreren. Terwijl de ganzen hun buikjes overdag vol eten, wachten de langoren geduldig af tot de schemer valt, om vervolgens met de restanten genoegen te nemen en gedurende de nacht zo hun kostje bij elkaar te scharrelen.

Tenminste, het merendeel van de hazen. Elk voorjaar zien we weer hazen uit de band springen die vervolgens dwars door groepen ganzen heen stormen en zo grote paniek veroorzaken. Wraak? Balorigheid? Wie zal het zeggen. Het gevolg is echter dat in menig geval de ganzen het veld ruimen en zo wellicht meer voedsel in het territorium van de onstuimige haas achterlaten.

1) Haas houdt zoutmelde in toom… Opmars van gewone zoutmelde, zonder en met hazen. Zonder hazen raakt de kwelder snel overwoekerd. 2) … maar helpt rotganzen. Aantallen rotganzen in aan- en afwezigheid van hazen. Hazen maken een veel grotere ganzendichtheid mogelijk.

Haas heer en meester?

Deze uitspattingen in het voorjaar vallen in het niet bij de invloed die hazen uitoefenen gedurende het ogenschijnlijk dorre winterseizoen. In de wintermaanden ontvluchten de meeste rotganzen de barre voedselsituatie op Schiermonnikoog en houden zich op in warmere delen van Europa.

Hazen hebben die luxe niet; zij blijven trouw aan een leefruimte ter grootte van enkele tientallen hectaren. Hier moeten ze genoeg voedsel vinden om zich te wapenen tegen honger, kou, natheid en ziekten die op de loer liggen. Omdat de kwelder regelmatig onderstroomt, kunnen ze er maar weinig groene grassprieten vinden. De sprieten die het hoofd boven water hebben gehouden en niet door de vorst zijn bezweken, zitten zorgvuldig ingepakt in een dik pak strooisel, hetgeen het eten van groene sprieten tot een moeilijke en tijdrovende bezigheid maakt.

Het dieet van hazen slaat dan ook aan het eind van het jaar om. Waar grassen de boventoon voerden in zomer en herfst, zijn struikachtige planten van belang gedurende de winter. Het zijn vooral twee van deze struikachtigen die het moeten ontgelden: zeealsem en gewone zoutmelde.

Waar zeealsem vooral voorkomt op de zogeheten middelhoge kwelder, beperkt gewone zoutmelde zich vrijwel geheel tot de laaggelegen delen van de kwelder. Het zijn juist deze delen van de kwelder die favoriet zijn bij de rotgans. Hier groeien de geliefde voedselplanten zoals gewoon kweldergras, schorren-zoutgras en zeeweegbree.

Rotgans ruimt het veld

Maar met het ouder worden van de kwelder neemt gewone zoutmelde het heft in handen en verdringt het de voedselplanten van de rotgans, simpelweg door deze te overschaduwen. Dit maakt dat met het ouder worden van de kwelder – en dus de opmars van gewone zoutmelde – rotganzen het veld moeten ruimen. Na ongeveer 35 jaar heeft de aanwezigheid van deze houtige plant de laaggelegen delen van de kwelder ongeschikt gemaakt als voedselgebied.

Dat de aantallen rotganzen op de kwelder de afgelopen vijftien jaar nauwelijks zijn veranderd, is te danken aan de dynamiek van het systeem. Nieuwe kwelderdelen ontwikkelen zich op de oostpunt van het eiland, waardoor de ganzen nog steeds geschikte voedselgebieden aantreffen. De consequentie is dat in de loop der jaren het kerngebied van de rotgans steeds meer naar het oosten verschuift. De ganzen lopen als het ware achter de ontwikkeling van de vegetatie aan.

1) Zoutmelde afknippen… Effecten van de aanwezigheid van hazen op rotganzen kunnen experimenteel worden nagebootst. Als gewone zoutmelde tot op de grond wordt afgeknipt in oude delen van de kwelder, neemt het bezoek door rotganzen op deze plekken toe. Dat kun je meten aan het aantal ganzenkeutels per vierkante meter (een goede maat voor de tijd die rotganzen op een zekere plek doorbrengen). 2) …of aanplanten. Als gewone zoutmelde wordt geplant op jonge delen van de kwelder, neemt het bezoek door rotganzen op deze plekken af, ook weer gemeten op basis van het aantal ganzenkeutels. De daling komt overeen met de feitelijke bedekking van gewone zoutmelde in de kunstmatig aangelegde vegetatie.

Ingrijpen in veroudering

Het is dit proces van veroudering van de kwelder waarin de haas nadrukkelijk ingrijpt. De schaarse voedselsituatie in de winter dwingt hem over te schakelen op gewone zoutmelde, omdat deze plant één van de weinige soorten is die in de winter bovengronds niet afsterft. Het mag dan geen hoogwaardig voedsel zijn, het is beter dan niets.

Gewone zoutmelde op haar beurt is echter niet goed bestand tegen de aanval van hazen, die regelmatig weinig anders dan een stompje van enkele centimeters overlaten. De consequentie hiervan wordt duidelijk als we hazen van de vegetatie weren door middel van zogenoemde exclosures: hekwerken die enkele vierkante meters kwelder vrij houden van begrazing. Hier komt de zoutmelde in hoog tempo op. Zelfs in jonge kwelderdelen van nog geen tien jaar oud kan deze struikachtige plant de bodem voor een groot deel bedekken en zodoende het leven voor ganzen moeilijk maken.

Experimenten die de invloed van de hazen nabootsen, laten duidelijk zien wat er aan de hand is. Als de zoutmelde wordt afgeknipt tot enkele centimeters boven de grond in gebieden waar het aantal rotganzen de afgelopen vijftien jaar al is gedaald, komen de vogels terug. Als we gewone zoutmelde planten in de kerngebieden van de rotgans, heeft dit het verwachte tegengestelde effect: de rotganzen moeten wijken.

Doordat hazen de gewone zoutmelde onder de duim houden, blijft de kwelder maar liefst een kwart eeuw langer geschikt voor rotganzen. De aantallen rotganzen op de kwelder zouden in de afwezigheid van hazen minimaal veertig procent lager zijn. Alleen bij áfwezigheid van deze nachtbraker is de rotgans dus het haasje.

Dit artikel is een publicatie van Natuurwetenschap & Techniek.
© Natuurwetenschap & Techniek, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2001

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.