Je leest:

Rond je twaalfde ga je anders leren

Rond je twaalfde ga je anders leren

Auteur: | 26 september 2008

Belonen werkt bij kleine kinderen beter dan straffen. Dat wisten we al langer, maar de Leidse psycholoog Eveline Crone laat nu zien hoe dat in de hersenen werkt. Bij negatieve feedback reageert het brein van een achtjarige nauwelijks, maar bij positieve feedback is er wel veel activiteit. Bij pubers en volwassenen is het precies andersom.

Kinderen van acht hebben een radicaal andere leerstrategie dan kinderen van twaalf en volwassenen. Achtjarigen leren vooral van positieve feedback (“prima gedaan”). Maar bij negatieve feedback (“jammer, mis”) gaan er nog nauwelijks alarmbellen rinkelen. Twaalfjarigen verwerken negatieve feedback juist heel goed, en gebruiken die om te leren van hun fouten. Zo doen volwassen het ook, alleen dan nog een stuk efficiënter.

De switch in leerstrategie blijkt uit gedragsonderzoek, dat laat zien dat achtjarigen onevenredig inaccuraat reageren op negatieve feedback. Maar de switch is ook te zien in de hersenen, zo ontdekten ontwikkelingspsycholoog dr. Eveline Crone en haar collega’s van het Leidse Brain and Development Lab met fMRI-onderzoek. Namelijk in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve controle. Deze gebieden zitten in de hersenschors.

Bij kinderen van acht en negen jaar reageren deze gebieden heel sterk op positieve feedback, en nauwelijks op negatieve. Maar bij kinderen van twaalf en dertien, en ook bij volwassenen, is dat omgekeerd. Hun ‘regelkamers’ in de hersenen worden juist bij negatieve feedback sterk geactiveerd, en veel minder bij positieve.

Bij kinderen van 8-9 jaar worden de hersengebieden voor de cognitieve controle heel actief na het krijgen van positieve feedback. Bij twaalfjarigen is dat niet meer zo.

Pubers zijn geen kinderen meer

Deze onderzoeksresultaten staan in The Journal of Neuroscience van 17 september. Crone en collega’s vergeleken in fMRI-onderzoek de hersenen van drie leeftijdsgroepen: kinderen van acht tot negen jaar, kinderen van elf tot dertien, en volwassenen van 18-25 jaar. Deze driedeling was nog nooit eerder gemaakt; gewoonlijk worden kinderen tegenover volwassenen gezet.

Crone was zelf verrast door de uitkomst: “We hadden verwacht dat de hersenen van achtjarigen op precies dezelfde manier zouden werken als die van twaalfjarigen, maar dan gewoon nog niet zo goed. Kinderen leren de hele tijd, dus de nieuwe kennis kan grote gevolgen hebben voor wie kinderen iets wil leren: hoe geef je acht- en twaalfjarigen instructie?”

Een kind leert continu van feedback. Maar niet op iedere leeftijd op dezelfde manier.

Bij jonge kinderen werkt belonen beter dan straffen

De onderzoekers gaven kinderen van beide leeftijdsgroepen, en volwassenen van 18-25 jaar een computeropdracht terwijl die in een MRI-scanner lagen. Ze moesten regels ontdekken. Als ze dat goed deden, verscheen er een plusje op het scherm, en als ze het fout deden een kruisje. MRI-scans lieten zien welke delen van de hersenen daarbij actief waren.

De verrassende uitkomsten zetten Crone wel aan het denken. “Je gaat minder denken in termen van ‘goed’ en ‘nog niet zo goed’. Kinderen van acht kunnen misschien wel hartstikke efficiënt leren. Ze doen het alleen op een andere manier.” Maar ze kan haar fMRI-resultaten wel plaatsen binnen de bestaande kennis over de ontwikkeling van kinderen. “Uit de literatuur blijkt dat jonge kinderen beter op beloning reageren dan op straf.”

Hersenactiviteit na positieve en negatieve feedback bij deelnemers van verschillende leeftijdsgroepen. (Bron: Van Duijvenvoorde et al., 2008, Journal of Neuroscience)

Ook kan ze zich wel voorstellen hoe het komt: “De informatie dat je iets niet goed hebt gedaan, is ingewikkelder dan de informatie dat je iets wel goed hebt gedaan. Leren van je fouten is complexer dan doorgaan op dezelfde weg. Je moet je af gaan vragen wat er dan precies fout was en hoe het wel zou kunnen.”

Komt het verschil tussen acht- en twaalfjarigen door ervaring, of gaat de ontwikkeling van de hersenen zijn eigen gang? Dat weet nog niemand. “Dit soort hersenonderzoek is nog maar een jaar of tien mogelijk”, zegt Crone. “Er moeten nog heel veel vragen beantwoord worden. Maar waarschijnlijk is er een combinatie van hersenrijping en ervaring in het spel.”

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 september 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.