Je leest:

RNA remt kankergen

RNA remt kankergen

Eerste succes voor RNA-interferentie bij de behandeling van kanker

Auteur: | 23 maart 2010

Amerikaanse wetenschappers hebben een nieuwe techniek gevonden om kankergenen te remmen met behulp van RNA-interferentie. Speciale nanodeeltjes brengen kleine stukjes RNA tot in de tumorcel. De resultaten van de techniek bij een aantal patiënten met huidkanker zijn veelbelovend.

RNA-interferentie is een natuurlijk systeem dat de activiteit van ieder willekeurig gen kan remmen. Kleine stukjes dubbelstrengs RNA binden aan een bijpassend messenger RNA (mRNA). De koppeling tussen die twee RNA-moleculen voorkomt dat er een eiwit geproduceerd wordt. Klinkt spannend, maar wat hebben we eraan? Sommige ziekten, zoals kanker, zijn het resultaat van overactieve genen. Met behulp van RNA-interferentie kunnen we die genen gemakkelijk het zwijgen opleggen.

Nou ja, gemakkelijk… Een groot probleem is dat de kleine RNA-moleculen niet alleen een effect hebben op de plaats waar ze nodig zijn. Ze verplaatsen zich zonder moeite door het hele lichaam. Amerikaanse wetenschappers hebben daar nu wat op gevonden. Met speciale nanodeeltjes is het mogelijk werkzame RNA-moleculen direct af te geven in menselijke tumorcellen. Op die manier voorkomen de wetenschappers dat het dubbelstrengs RNA op andere plaatsen in het lichaam schade aan kan richten.

Nog geen behandeling

In theorie werkt de nieuwe aanpak van de Amerikanen als volgt: via een infuus circuleren de nanodeeltjes binnen een halfuur in de bloedbaan van een patiënt. Daar speuren zij naar tumorcellen. Als een nanodeeltje speciale receptoren op een tumorcel herkent, begint het met de afgifte van kleine stukjes dubbelstrengs RNA. Dat RNA komt terecht in de tumorcel en remt daar bepaalde kankergenen.

National Cancer Institute (AV Number: AV-8500-3850)

Maar werkt het in de praktijk net zo? Om daar achter te komen hebben de wetenschappers hun nanodeeltjes toegediend bij drie patiënten met huidkanker. Zowel voor als na toediening van de nanodeeltjes namen zij een biopt van de tumor. Die biopten werden met elkaar vergeleken. De nanodeeltjes werken specifiek. Na hun reis door de bloedbaan zijn ze alleen aanwezig in tumorcellen en niet in het omliggende weefsel. Ook de RNA-moleculen doen hun werk goed. Aangevallen tumorcellen produceren minder mRNA en eiwit dan hun intacte broertjes en zusjes.

De resultaten zijn veelbelovend, maar een behandeling is er voorlopig nog niet. Uitgebreid onderzoek bij een grote groep patiënten is noodzakelijk. Bovendien weten de Amerikanen nog niet zeker hoe lang de nanodeeltjes in het lichaam doorgaan met de afgifte van kleine stukjes RNA. Zij gaan er nu vanuit dat de nanodeeltjes binnen een maand worden afgebroken.

Bron:

Mark Davis e.a. ‘Evidence of RNAi in humans from systemically administered siRNA via targeted nanoparticles’ Nature 10.1038 (maart 2010)

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 maart 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.