Je leest:

RNA gaat strijd aan met MS

RNA gaat strijd aan met MS

Auteur: | 6 december 2011

Duitse wetenschappers zijn erin geslaagd de ontwikkeling van multiple sclerose (MS) af te remmen in muizen. Dat deden zij met behulp van een klein stukje dubbelstrengs RNA. De resultaten van het onderzoek verschenen afgelopen weekend in Nature Neuroscience.

Multiple sclerose (MS) is een auto-immuunziekte waarbij cellen van het afweersysteem zich richten tegen de beschermlaag rond zenuwen in het centraal zenuwstelsel. Dat leidt tot ontstekingen en een steeds verdere afbraak van de vettige stof myeline, een belangrijk onderdeel van die beschermlaag. Patiënten met MS krijgen na een tijdje vaak last van zenuwuitval. Welke klachten daar bij horen, is sterk afhankelijk van de locatie die door afweercellen wordt aangetast.

Cellen in bedwang

T-cellen die het eiwit interleukine 17 (IL-17) produceren, spelen waarschijnlijk een belangrijke rol bij het ontstaan van MS. Muizen die IL-17 producerende T-cellen missen, zijn namelijk minder gevoelig voor MS dan hun soortgenootjes die deze cellen wel hebben. Bovendien worden er regelmatig IL-17 producerende T-cellen gevonden in het centraal zenuwstelsel van patiënten met MS.

Een team van Duitse wetenschappers, onder leiding van neuropatholoog Marco Prinz, heeft de rol van IL-17 producerende T-cellen nu verder onder de loep genomen. Prinz zag dat de enzymen RIG-I en MDA-5 de ontwikkeling van T-cellen in bedwang houden via het adaptor eiwit IPS-1. Muizen die dat belangrijke adaptor eiwit missen, hebben meer IL-17 producerende T-cellen in het zenuwstelsel dan gewone muizen. En dat leidt tot een sterkere ontstekingsreactie en een sterkere myeline afbraak.

Nieuwe behandeling?

Nu er wat meer bekend is over de rol van IL-17 producerende T-cellen bij MS is het mogelijk daar een therapie op te baseren. Op dit moment kunnen de klachten van MS alleen afgeremd worden door behandeling met het, van nature voorkomende, eiwit interferon-bèta. Helaas is dat medicijn niet erg effectief. Maar liefst één op de drie MS-patiënten maakt (na een half tot anderhalf jaar behandeling) antistoffen aan tegen interferon, waardoor het eiwit minder goed of helemaal niet meer werkt.

Schematische weergave van de ontdekking van Marco Prinz en zijn team. Kleine stukjes RNA (groen) activeren de enzymen RIG-I en MDA-5 (oranje). Via het adaptor eiwit IPS-1 worden de IL-17 producerende T-cellen (en ook de IL-1 producerende T-cellen) rechts in het plaatje aangezet tot apoptose.
Christaine Menzfeld

Het team van Prinz slaagde erin om de enzymen RIG-I en MDA-5 te activeren met behulp van een klein stukje dubbelstrengs RNA. Toen zij het stukje RNA vervolgens inspoten bij muizen met MS zagen ze dat er bij die dieren een stuk minder IL-17 producerende cellen aanwezig waren dan bij muizen die een injectie kregen met een zoutoplossing. Het lijkt er dus op dat het stukje RNA, via de enzymen en het adaptor eiwit IPS-1, zorgt voor apoptose van IL-17 producerende T-cellen.

Of het inspuiten van RNA bij mensen ook voldoende is om de ontwikkeling van MS te remmen is nog niet duidelijk. Maar mocht dat zo zijn dan biedt de ontdekking van de Duitsers perspectief voor een nieuwe behandeling bij MS. En wellicht ook voor andere auto-immuunziekten waarbij de T-cellen een belangrijke rol spelen.

Bron

Angela Dann e.a. Cytosolic RIG-I-like helicases act as negative regulators of sterile inflammation in the CNS Nature Nauroscience, 4 december 2011 (online)

Zie ook:

Zenuwziekte in fruitvlieg nagebouwd (Kennislinkartikel)

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 december 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.