Je leest:

Ritmische gebaren

Ritmische gebaren

Auteur: | 25 juli 2007

Taalkundige Onno Crasborn kreeg deze maand een Vidi-subsidie om onderzoek te doen naar een bijzonder aspect van Nederlandse gebarentaal: de prosodie of het ritme van gebaren. In zijn onderzoek kijkt Crasborn voornamelijk naar de prosodische functie van handen.

Jaarlijks looft de Nederlandse onderzoeksorganisatie NWO Vidi-beursen uit aan jonge, veelbelovende wetenschappers. De gehonoreerden kunnen met deze subsidie 5 jaar lang een eigen vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen.

Onder de 83 gehonoreerde onderzoekers – geselecteerd uit 436 aanvragers – zijn dit jaar twee taalkundigen. Onno Crasborn is één van hen. Hij is werkzaam aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar hij onderzoek doet naar gebarentaal. Het Vidi-project, dat hij komend jaar zal uitvoeren met twee andere onderzoekers, belicht een bijzonder aspect van de Nederlandse gebarentaal: de prosodie of het ritme van gebaren.

Taalkundige Onno Crasborn ontving deze maand een Vidi-subsidie. NWO deelt zowel Veni-, Vidi- als Vici-beursen uit. Veni, vidi, vici (‘Ik kwam, ik zag, ik overwon’) zijn de woorden die de Romeinse veldheer Julius Caesar schreef aan de Senaat om zijn snelle overwinning bij Pontus te melden.

Mimiek

In de meeste talen wordt prosodie uitgedrukt in toonhoogte. Door te varieren in de toonhoogte, kun je als spreker aangeven welke woorden in een zin belangrijk zijn. Je kunt hiermee aangeven of de zin een mededeling is of een vraag. Je kunt nieuwe onderwerpen introduceren met een sterkere intonatie, of juist een zwakke intonatie gebruiken als de luisteraar al bekend is met het onderwerp. In gebarentaal kun je dit soort informatie overbrengen met behulp van mimiek of andere lichaamsbewegingen. Als je een vraag stelt trek je bijvoorbeeld je wenkbrauwen op. Maar ook de blikrichting of de stand van het hoofd en bovenlichaam kunnen een prosodische functie hebben.

Beide handen

Het onderzoek van Onno Crasborn bouwt voort op zes jaar studie naar de prosodie van gebarentaal. Daarin is nog niet veel gekeken naar de functie van de handen. Tot nu toe werd namelijk aangenomen dat de handen in gebarentaal vooral gebruikt worden om woorden mee uit te drukken. “Sommige woorden maak je met één hand, andere met twee”, legt Crasborn uit. “Het gebaar voor auto maak je bijvoorbeeld met twee handen. Maar je kunt ook twee betekenissen tegelijk uitdrukken door met de ene hand het gebaar voor ‘winkel’ te maken, en met de andere hand naar links te wijzen. De tweede hand voegt in dit geval iets toe aan het woord dat uitgedrukt wordt in de eerste hand. Door met beide handen te gebaren kun je dus veel informatie tegelijk geven.”

Het gebaar voor ‘auto’ maak je met twee handen. (Afbeelding: Koninklijke Effatha Guyot Groep)

Grondtoon

De rol van de ‘andere hand’ wil Crasborn de komende jaren nader bestuderen. En dan vooral de manier waarop deze helpt om de zin te structureren. Je kunt met de ene hand bijvoorbeeld woord voor woord een zin gebaren, en tegelijkertijd met de andere hand aangeven dat het om een opsomming gaat. “Het gebruik van telwoorden is nog relatief eenvoudig, maar de andere hand kan ook complexere constructies maken. Je kunt bijvoorbeeld met de ene hand ‘Harry Potter’ gebaren en met de andere ‘morgen’ om aan te geven dat de nieuwste Harry Potter morgen verschijnt. Vaak heeft de tweede hand een verbindende functie: deze geeft aan hoe de informatie van de eerste hand geordend moet worden. De andere hand kan ook als een soort grondtoon fungeren. In dat geval geeft hij het onderwerp van gesprek weer. Dit gebaar kan vervolgens net zolang in de lucht blijven ‘hangen’ tot het gespreksonderwerp is afgesloten.” De functie van de andere hand wordt dus niet alleen bepaald door de betekenis, maar ook door de duur van het gebaar.

Videocorpus

Voor de uitvoering van het nieuwe onderzoeksproject maakt Crasborn gebruik van het Corpus Nederlandse Gebarentaal. Momenteel wordt er in Nijmegen nog hard gewerkt aan het corpus, dat videomateriaal bevat van 100 doven, maar komend jaar zal het voor iedereen online beschikbaar zijn. “Het mooie van dit corpus is dat we zo een veel betere indruk hebben van de Nederlandse gebarentaal. Alle regio’s van Nederland zijn erin vertegenwoordigd.” Nederlandse gebarentaal kent veel variatie, vertelt Crasborn. Daarom is het de bedoeling dat het corpus straks ook raadpleegbaar is voor de tolkenopleiding. “Deze beschikt nu nog over te weinig beeldmateriaal. Mensen in opleiding leren vaak één gebaar per woord. In de praktijk blijken er dan allemaal varianten te bestaan die ze nog nooit eerder hebben gezien.”

Een deel van het onderzoek richt zich op de vraag wat de andere hand doet als deze niet hoeft te gebaren. Laat de spreker deze op zijn schoot hangen of blijft hij evengoed in beweging? Uit eerder onderzoek blijkt in ieder geval dat het laatste veel vaker voorkomt. Wat de betekenis is van de andere hand, hoopt Crasborn binnen een paar jaar precies te kunnen vertellen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 juli 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.