Je leest:

Revolutie en de beproeving van radicaal burgerschap

Revolutie en de beproeving van radicaal burgerschap

Auteur:

Waar komen onze ideeën over modern burgerschap vandaan? Komen ze rechtstreeks van de Franse Revolutie, of is er meer aan de hand? En wat zegt dat over onze tijd?

Soms lijkt het alsof onze burgerschapsidealen rechtstreeks van de Franse Revolutie afkomstig zijn. Als burgerschap ergens op gebaseerd is, zo gaat de gedachte, dan is het wel op de bekende leus ‘Liberté, Egalité, Fraternité’. Maar is de erfenis van het zogenaamde revolutionaire tijdvak voor het denken over burgerschap wel zo eenduidig? In tegenstelling tot wat bestaande visies veelal suggereren, was burgerschap in het revolutionaire tijdvak geen statisch begrip, maar juist aan verandering onderhevig.

Revolutionaire burgerschapsidealen

Het revolutionaire tijdperk, de periode tussen circa 1776 en 1800, was zonder meer een beslissende episode binnen de historische ontwikkeling van ons moderne begrip van burgerschap. Gedurende deze periode kreeg burgerschap een uitgesproken politiek karakter: burgers werden geacht te participeren in een vorm van democratisch zelfbestuur; de onvervreemdbare of natuurlijke rechten van de mens werden vastgelegd in constituties; en stedelijk burgerschap werd vervangen door een egalitair nationaal staatsburgerschap.

Afb. 1
Allegorie op de Conventie, 1795. De burger bestijgt op aanwijzing van de Vrijheid het lege zetel van de macht als hij zweert op drie artikelen die door engeltjes in de lucht worden opgehouden: ‘Rechten van de Mensch’, ‘Vernietiging van alle erflijke Waardigheden’ en ‘Oppermacht des Volks’.
Rijksmuseum

Deze erfenis van de revolutie – gelijke rechten, democratie, natiestaat – is voor ons begrip van burgerschap maar al te bekend en van niet te onderschatten belang. Tegelijk is het maar één kant van de medaille. Dit wordt duidelijk wanneer we de Franse en onze eigen ‘Bataafse’ revolutie in een breder historisch perspectief plaatsen – zowel qua ruimte als tijd.

Trans-Atlantische revoluties

Ten eerste was Frankrijk in deze periode niet het enige land waar revolutie uitbrak. In 1776 riepen Amerikaanse revolutionairen hun onafhankelijkheid uit ten opzichte van het Britse imperium door zich te beroepen op hun ‘unalienable Rights’. In ons eigen landje werd in 1795 met hulp van Franse troepen de stadhouder van Oranje verjaagd en de Bataafse revolutie uitgeroepen.

Maar historici kijken inmiddels, terecht, voorbij ‘het Westen’: in de Frans-Caribische slavenkolonie Saint Domingue kwamen vrije kleurlingen en slaven in opstand, wat uiteindelijke resulteerde in de stichting van de onafhankelijke staat Haïti in 1804. Deels geïnspireerd door deze gebeurtenissen braken tenslotte in de periode tussen circa 1800 en 1830 diverse onafhankelijkheidsoorlogen uit in Zuid- of Spaans-Amerika. Het revolutionaire tijdvak was dus geen exclusief westers verschijnsel.

Small
De opstand van de slaven van Saint Domingue, 23 augustus 1791. Anonieme gravure, 1791. Musée Carnavalet, Parijs.

De Haïtiaanse Revolutie

Dit bredere perspectief op het revolutionaire tijdperk waarin de niet-westerse wereld wordt meegenomen is van belang omdat het de veelal verborgen aannames over burgerschap uit die tijd aan het licht brengt. De niet-westerse revoluties hebben de huidige wereld niet alleen medevormgegeven, maar stelden Amerikaanse en Europese revolutionairen voor een radicale vraag: voor wie is het moderne democratische burgerschap eigenlijk bedoeld?

De gebeurtenissen op de Franse slavenkolonie Saint Domingue waren een bepalend moment. Daar eisten vrije kleurlingen (dikwijls voortgesproten uit een Franse vader en zwarte moeder) dezelfde burgerrechten op als hun blanke Franse landgenoten. De nieuwe Franse natie was volgens hen, en vele radicale revolutionairen in Parijs met hen, één en ondeelbaar. Het Franse koloniale rijk zou in hun ogen dan ook geregeerd moeten worden door één grondwet. Niet alleen continentaal Frankrijk, maar het gehele overzeese imperium zou het kader moeten zijn voor moderne burgerschap.

In de Bataafse Republiek waren soortgelijke stemmen voor de constitutionele eenheid van het Nederlandse imperium te horen. Daarmee rees ook de vraag wat te doen met zwarte slaven die de Nederlandse en Franse koloniën bewerkten. Deze kwestie was onontkoombaar, temeer omdat in de zomer van 1791 zwarte slaven een grootschalige opstand ontketenden op Saint Domingue.

Large
‘De slag bij Santo Domingo’, January Suchodolski, 1797-1875.

Al snel belandde het Frans-Caribische eiland in een tragische burgeroorlog die tien jaar zou duren. Niet alleen Franse, maar ook Engelse en Spaanse troepen raakten erbij betrokken. In 1794 kende de Franse revolutionaire regering als noodoplossing – meer uit pragmatisme dan idealisme – zwarte slaven het Franse burgerschap toe indien ze in ruil daarvoor mee zouden vechten tegen vijandelijke buitenlandse legers.

Beschavingsminimum

Echter, de overheersende reactie op de slavenopstand in Saint Domingue van zowel Franse, Nederlandse, als Amerikaanse commentatoren, was dat de slaven eigenlijk nog halve wilden waren: onbeschaafd, onverlicht, op de schaal van historische ontwikkeling nog in de kinderfase van civilisatie. Ja, de meeste westerse revolutionairen beaamden dat zwarte slaven en andere niet-westerse volkeren net zo goed aanspraak maken op ‘natuurlijke’ rechten.

Maar ze waren in hun ogen simpelweg nog niet ‘klaar’, dat wil zeggen, nog niet ‘verlicht’ genoeg voor de rechten en plichten van het moderne democratische burgerschap. Als natuurlijke wezens werden mensen (veelal) als gelijken beschouwd, maar de beschavingshiërarchie voortkomend uit het achttiende-eeuwse verlichtingsdenken dicteerde een scherpe burgerlijke en politieke ongelijkheid.

Dit beeld van de zwarte slaaf en de niet-westerse mens in het algemeen heeft tot diep in de 20ste eeuw de openstelling van burgerschap ingrijpend beperkt. Nog altijd zien we soortgelijke denkpatronen de kop opsteken. Bijvoorbeeld als het er om gaat of de Arabische of islamitische wereld al ‘klaar’ is voor democratie, of mensen die nog in ‘middeleeuwse’ omstandigheden leven wel ‘ontwikkeld’ genoeg zijn voor modern democratisch burgerschap.

Small
‘Het vermoorden van den koning Lodewijk de XVIde door de guillotine’, uit: De gruwel der verwoestingen of Vrankryks moord- en treur-toneel (Amsterdam: J. Peppelenbos, 1794).

De Terreur van democratisch-populistisch burgerschap

Historisch onderzoek naar het denken over burgerschap is niet alleen gebaat bij een verbreding van het geografische perspectief. Ook qua periodisering (zoals historici dat zeggen) biedt een focus op enkel het gedachtegoed rondom burgerschap dat gedurende de revolutie tot uiting kwam een te eenzijdig perspectief.

Zowel Frankrijk als Nederland veranderde na 1815 namelijk in een constitutionele monarchie. Van het revolutionaire politieke burgerschap bleef weinig over. Ook in de Verenigde Staten waren in het laatste decennium van de achttiende eeuw veel stemmen te horen tegen volksdemocratie en radicale gelijkheid.

Een cruciale episode die heeft bijgedragen aan de matiging van radicaal democratische ideeën was de Jacobijnse Terreur, die zich in Frankrijk in de jaren 1793-1794 voltrok. Gedurende deze periode werden tussen de 35,000 en 40,000 mensen slachtoffer van het ‘Schrikbewind’ van de radicale voorhoede van de Jacobijnen (een politieke groepering van radicale Franse republikeinen) onder leiding van Robespierre. Aanvankelijk tamelijk arbitrair, maar later steeds systematischer werden de ‘vijanden’ van de revolutie terechtgesteld, veelal door middel van de ijzingwekkend efficiënte guillotine. Zo’n 500,000 mensen verdwenen in de gevangenis.

In de ogen van Nederlandse en Amerikaanse tijdgenoten was de Jacobijnse Tereur hét bewijs van de ontsporing van directe of volksdemocratie. Het gevolg was dat velen gedesillusioneerd achterbleven na de aanvankelijk hoopvolle belofte van modern democratisch burgerschap.

Small
Het hoofd van de koning omhoog gehouden, detail van afbeelding 3

Revolutionair én postrevolutionair burgerschap

In 1826 keek de Nederlander en voormalig Bataafs revolutionair Samuel Wiselius teleurgesteld terug op het revolutionaire tijdperk. De ‘deugdelijkheid’ van de beginselen van de revoluties stond voor hem niet ter discussie. Volgens Wiselius ging het fout bij de toepassing van deze beginselen. De oorzaak was dat (in zijn woorden) ‘het meerder deel der Franschen en de Negers in het algemeen, niet genoegzaam verlicht’ of ‘onkundig’ waren. Zij waren niet in staat aan hun burgerplichten te voldoen en hadden hun belangen ‘geheel verkeerd begrepen’. Zwarte slaven en het gepeupel, met andere woorden, beantwoordden niet aan het ideaalbeeld van de verlichte, beschaafde, en moreel hoogstaande burger.

Zodoende waren de uitwassen van Jacobijnse democratie en de Haitiaanse Revolutie sleutelmomenten in wat de deradicalisering van het denken over democratisch burgerschap genoemd kan worden. Postrevolutionaire visies op burgerschap waren veelal gematigd, apolitiek en gericht op het vaderland. Burgers moesten economisch nuttig zijn en mochten genieten van een bescheiden set van burgerlijke vrijheden. Met het oog op overzeese koloniën en de niet-westerse wereld werd de toelating tot burgerschap bovendien ingrijpend gekwalificeerd: volledig burgerschap vereiste een zeker minimum van (westerse) beschaving en verlichting.

Al met al een boel herkenbare, maar tegelijk voor ons ook vreemde elementen wanneer we onze blik wenden naar de tegenwoordige tijd. Hedendaagse visies op burgerschap zijn doorgaans een mengeling van zowel revolutionair radicale als postrevolutionair gematigde elementen. Huidige ideeën én idealen van burgerschap kunnen alleen historisch echt goed begrepen worden.

René Koekkoek studeerde politieke ideeëngeschiedenis in Utrecht, Heidelberg en Cambridge. Hij bereidt thans aan de Universiteit van Utrecht een proefschrift voor over bovenstaande problematiek.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 oktober 2013

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE