Je leest:

Religie van betekenis op school

Religie van betekenis op school

Auteur: | 2 februari 2012

Wat betekent het nog een christelijke school te zijn als de meeste leerlingen van huis uit een hindoestaans, islamitisch of helemaal geen geloof meekrijgen? Marike Faber promoveert deze week aan de Universiteit Utrecht op haar onderzoek naar wat tegenwoordig nog achter religieuze schoollabels schuilgaat.

In toenemende mate zijn secularisering en religieuze diversiteit kenmerkend voor de Nederlandse samenleving. Toch blijven religieuze – en met name christelijke – scholen onverminderd populair. Dit geldt zelfs voor de meeste landen in Europa. Marike Faber onderzocht hoe de religieuze identiteit van scholen zich verhoudt tot deze ingrijpende maatschappelijke veranderingen.

Onderzoeker Marike Faber promoveert 30 januari aan de Universiteit Utrecht.

Kiezen voor religie

Ouders in Nederland kunnen ‘met hun voeten stemmen’ en een school kiezen die aansluit bij hun eigen ideologische overtuigingen.

Maar terwijl de kerken leeglopen, daalt het aandeel christelijke scholen in Nederland niet. Ook ouders die zelf niet (meer) geloven blijven hun kinderen naar scholen met een uitgesproken religieuze missie sturen.

Vanuit de vele religies die Nederland inmiddels kent, kiezen ook ouders met bijvoorbeeld een islamitische, boeddhistische of joodse achtergrond voor religieuze scholen. Maar die school kan net zo goed christelijk zijn.

De religieuze grondslag van de gekozen school valt dus lang niet altijd samen met het geloof van de ouders zelf.

Achter de voordeur

Volgens Faber is de identiteit van een school te begrijpen als het geheel van antwoorden op de vraag ‘wie zijn wij als school?’ en ‘waar staan wij voor?’.

“We spreken in de praktijk over dé christelijke school, dé islamitische school,” legt Faber uit, “maar eigenlijk moet je op de school zelf kijken om er achter te komen wat die labels betekenen.”

Basisschoolklas in Nederland.
Atelier PRO, Flickr

En dat is precies wat Faber deed. Ze liep mee op zowel een levensbeschouwelijke basisschool, waar in het onderwijs diverse religies aan bod komen, als een christelijke basisschool. De leerlingenpopulatie is op beide scholen heel divers.

Faber laat daarbij zien dat religieuze identiteit verder gaat dan de tegenstelling tussen een christelijk naamplaatje en leerlingen met allerlei religieuze achtergronden. De leden van de school creëren de religieuze identiteit in de alledaagse praktijk. Hierbij onderscheidt Faber de volgende 4 processen:

‘Betekenis geven’

Het eerste proces van identiteitsvorming is ‘betekenis geven’. Het uitgangspunt daarvoor is de officiële verklaring van wat de school belangrijk vindt, vastgelegd in het schoolplan. Zo stelt de christelijke school dat zij vast wil houden aan de christelijke traditie, maar geeft ook aan open te staan voor andere religies.

Kinderbijbel.
Bibliotheek Kortrijk

‘Aanzet tot actie’

Het schoolplan legt de basis voor het tweede proces ‘aanzet tot actie’ doordat het verwachtingen schept over hoe het er op de school aan toe hoort te gaan.

De christelijke school wil leerlingen zeker geen geloof opleggen, maar hen wel in de klas informeren over het christendom. Deze insteek kan van zowel docenten als ouders enige aanpassing vergen.

“Een docent die meer orthodox religieus is, kan hebben meegekregen dat het belangrijk is leerlingen te bekeren,” vertelt Faber, “Hij moet zich in zijn professionele rol aanpassen aan wat de school als opdracht meegeeft.”

Op hun beurt moeten ouders van andere religies ermee instemmen dat hun kind meedoet aan de christelijke godsdienstlessen op deze school.

In de praktijk is het invullen van de religieuze identiteit als christelijke school die wél openstaat voor andere religies een kwestie van balanceren. Docenten moeten zien om te gaan met situaties waarin die spanning naar voren komt. “Soms betekent dat nadrukkelijk rekening houden met het kind. In verkleedpartijtjes bijvoorbeeld zorgde een docent er voor dat een islamitisch kind niet als varken verkleed ging.”

Het zoeken naar oplossingen blijkt op de christelijke school ook uit de houding tegenover feestdagen van andere religies. Het suikerfeest bijvoorbeeld wordt op deze school nadrukkelijk niet gevierd. Echter, kinderen krijgen op school bewust alle ruimte om te vertellen over religieuze vieringen die zij thuis meemaken.

‘Betekenis maken’

Kwesties als ‘hoe in de klas om te gaan met het suikerfeest’ kunnen aanleiding zijn voor het derde proces in het ontwikkelen van de religieuze identiteit: ‘betekenis maken’.

Bij deze basisschool is echt alleen een christelijk naamplaatje overgebleven: het is nu een openbare school.

Docenten denken na over hoe zij met religie omgaan en leren van elkaar: “Vragen komen naar voren als: ‘waarom doe ik dat eigenlijk?’, ‘vinden we dat zo?’ en ‘waarom vinden we dat zo?’”

‘Institutionalisering’

Zo kunnen nieuwe ideeën ontstaan over hoe zij als school daadwerkelijk om willen gaan met religie. Als iedereen het erover eens is, zijn die inzichten vervolgens weer op te nemen in een nieuw schoolplan. De tweede school uit Faber’s onderzoek bijvoorbeeld had vroeger een uitgesproken christelijke achtergrond, maar besloot over te gaan op levensbeschouwelijk onderwijs.

Met dit vierde proces van institutionalisering is de cirkel van identiteitsvorming rond. De betekenis die religie in de praktijk op school krijgt, is opgenomen in de officiële identiteit van de school en kan weer als uitgangspunt dienen voor betekenis geven en handelen.

De wereld in

Faber hoopt dat deze 4 processen van identiteitsvorming ook andere scholen inzicht kan bieden in de identiteit die zij uitdragen. In ieder geval maakt Faber’s onderzoek duidelijk dat de religieuze identiteit van scholen niet in steen gebeiteld is, maar een kwestie van voortdurend bijschaven en vernieuwen.

“Scholen staan niet los van de samenleving, maar weten op zekere manier hun weg te vinden om om te gaan met de uitdagingen van religieuze diversiteit en secularisering,” stelt Faber. Wellicht is dat ook een van de redenen dat religieuze scholen zich zo goed staande weten te houden in de moderne maatschappij.

Bron:

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 februari 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.