Je leest:

Rekenonderwijs blijft een heet hangijzer

Rekenonderwijs blijft een heet hangijzer

Auteur: | 19 december 2007

Over de kwaliteit van het rekenonderwijs in Nederland zijn de meningen verdeeld. Leerlingen kunnen minder goed cijferen maar beter schattend rekenen dan twintig jaar geleden. Dat komt onder andere door nieuwe methodes. Is dat wel een goede zaak? En wat kan er nog verbeterd worden?

Het rekenonderwijs op de basisschool kan zich al enige tijd verheugen in grote wetenschappelijke en politieke belangstelling. Maar consensus is er allerminst. Volgens sommigen gaat het slecht met de rekenende leerling. Zij baseren zich op de zogenaamde periodieke peilingen van het onderwijsniveau (PPON). Daaruit blijkt dat vooral op het uitvoeren van bewerkingen – vergelijkbaar met het traditionele cijferen – de groep acht leerling sinds 1987 hard achteruit is gegaan.

Anderen vinden op basis van dezelfde gegevens dat het juist goed gaat met het rekenonderwijs en wijzen erop dat kinderen in diezelfde periode veel beter zijn geworden in schattend rekenen. Bovendien presteren leerlingen halverwege de basisschool over de gehele linie beter dan twintig jaar geleden.

Als leerlingen nu een rekensom maken, schrijven ze veel minder op dan leerlingen twintig jaar geleden. Vooral jongens en zwakkere leerlingen doen alles uit het hoofd, ontdekten de Leidse onderzoekers Kees van Putten en Marian Hickendorff.

Nieuwe methode maakt het verschil

Dat de scholieren beter zijn gaan schatten en slechter zijn gaan cijferen is overigens wel te verklaren. In de afgelopen jaren is in het rekenonderwijs de aandacht verlegd van sommen maken en vooral veel oefenen naar het creëren van rekenkundig inzicht met behulp van realistische verhaaltjes.

Jan van de Craats (hoogleraar wiskunde aan de UvA en OU) toont zich geen voorstander van deze nieuwe methode. Hij vindt dat kinderen vooral zelf aan de slag moeten, dan komt het inzicht vanzelf. Adri Treffers (emeritus hoogleraar rekenonderwijs) is het niet met hem eens. Hij zegt vandaag in dagblad Trouw: “Als we de oude methodes nog steeds hadden gebruikt, waren de resultaten slechter geweest.”

Omdat de euro werd ingevoerd, hebben veel basisscholen de rekenboekjes vervangen. Sindsdien werken bijna 40% van de scholen met de methode Pluspunt. De uitgever benadrukt dat het vooral geschikt is voor scholen die hun kinderen adaptief en realistisch willen leren rekenen.

Wat kan er beter?

Rest de vraag wat er beter kan. Het onderzoek van Mariëlle Poland is wellicht een zetje in de goede richting. Zij ontdekte dat kinderen in groep 3 beter leren rekenen als ze in groep 2 al hebben leren omgaan met abstracte symbolen als plus- en mintekens, getallenlijnen en tabellen. “Onderzoekers denken vaak dat de oorzaak van rekenmoeilijkheden in de cognitieve capaciteiten van kinderen ligt. Ik denk echter dat niet het denkvermógen van kinderen het probleem is, maar hun manier van denken,” zegt ze in het artikel dat ze schreef voor Kennislink.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 december 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.