Je leest:

Rekenmodel voor sterkere prothese

Rekenmodel voor sterkere prothese

Auteur: | 30 september 2008

Onderzoekers van de universiteit Twente en het Radboud ziekenhuis gaan hun krachten bundelen om de kwaliteit en levensduur van prothesen te verbeteren. Afgelopen donderdag trad werktuigbouwkundige Nico Verdonschot aan als hoogleraar Implantaat Biomechanica. Zijn jarenlange praktijkervaring met prothesen, wordt aan de universiteit Twente omgezet in een aantal rekenmodellen. Deze koppeling tussen techniek en kliniek is internationaal gezien uniek.

Prothesen zijn er in allerlei soorten en maten, maar de levensduur is nooit onbeperkt. Bovendien laat de registratie van deze medische hulpmiddelen in Nederland veel te wensen over. Minister Klink van Volksgezondheid merkte eerder dit jaar op dat het bij de regering niet bekend is dat er ronduit slechte prothesen op de markt zijn. Pas sinds dit voorjaar wordt in ons land vastgelegd hoe lang een prothese is meegegaan. Maar ook deze registratie is niet voldoende, omdat de gegevens niet gekoppeld zijn aan het overlijdensregister. Zo kan het voorkomen dat artsen een prothese van een overleden patiënt afschrijven als zijnde ‘niet meer in gebruik’, terwijl de prothese zelf nog in prima staat verkeert.

Een prothese wordt aan het bestaande bot gelijmd met behulp van een laagje ‘botcement’. Bron: Universiteit Twente

Gebrekkige registratie is één van de redenen waardoor we in Nederland weinig zicht hebben op falende prothesen. Tweede reden is dat wetenschappers onvoldoende doorhebben welke krachten er allemaal op een prothese werken. Werktuigbouwkundige Nico Verdonschot trad afgelopen donderdag aan als hoogleraar Implantaat Biomechanica aan de universiteit Twente. Vanuit het Radboud ziekenhuis heeft hij jarenlange praktijkervaring met prothesen. Deze kennis wil Verdonschot nu inzetten om een koppeling te maken tussen techniek en kliniek. Hiertoe ontwikkelden Twentse onderzoekers rekenmodellen om de sterkte van een protheseconstructie te kunnen voorspellen.

Toppositie

Hoe zit zo’n constructie dan precies in elkaar? Een prothese wordt aan het bestaande bot gefixeerd met behulp van ‘botcement’. Juist dit verbindende gedeelte kan na verloop van tijd loslaten of er kunnen scheuren in ontstaan. De rekenmodellen voorspellen ver van tevoren waar de zwakke plekken in de protheseconstructie zitten. In 86% van de gevallen hebben de modellen het bij het rechte eind. Dat is een stuk hoger dan het percentage dat artsen op dit moment halen door te kijken naar röntgenfoto’s. Met die techniek worden 25% tot 50% van de falende prothesen op tijd ontdekt.

Bovenaanzicht van een lichaamsdeel met prothese. Het buitenste, roze gedeelte is bestaand bot, het tussenliggende geel/witte gedeelte is ‘botcement’ en het binnenste, groene gedeelte is de prothese. Bij een falende prothese ontstaan vaak scheuren in het ‘botcement’ of de prothese laat helemaal los. Bron: universiteit Twente

Maar de trend ligt op dit moment toch echt bij de regeneratieve geneeskunde. Patiënten kiezen veel liever voor een lichaamseigen oplossing dan voor een prothese. Verdonschot: “Stamcellen bieden op dit moment zeker nog geen vervanging voor een prothese. Deze cellen hebben wel de mogelijkheid om een prothese beter te laten aansluiten op het bestaande bot.” Het opstellen van de rekenmodellen is dus geen verspilde moeite geweest. Sterker nog, deze koppeling tussen techniek en kliniek is internationaal gezien uniek. Nederland krijgt hiermee een toppositie in het onderzoek naar het functioneren en de levensduur van prothesen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 september 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.