Je leest:

Recycling in de middeleeuwen

Recycling in de middeleeuwen

In de rijke middeleeuwse boekencollectie van de Universiteits Bibliotheek in Leiden is een bijzonder manuscript ontdekt door Erik Kwakkel, onderzoeker bij de Faculteit der Geesteswetenschappen. Het betreft een boek uit de eerste helft van de elfde eeuw dat volledig vervaardigd is uit afval van de verwerking van dierenhuiden tot perkament. Het manuscript toont aan dat men ook in de Middeleeuwen al aan kostenbesparing deed.

Het middeleeuwse manuscript (Franse Bijbel, Londen, British Library, Harley 616, 13de eeuw).
British Library

Dr. Erik Kwakkel, werkzaam aan het Leids Universitair Instituut voor Culturele Disciplines (LUICD), ontdekte het bijzondere boekje toen hij een tentoonstelling voorbereidde ter gelegenheid van een colloquium over Angelsaksische handschriften. Kwakkel is bekend met de fysieke kenmerken van huidresten en was daarom in staat het bijzondere van het boekje te onderkennen.

Hij betoogt in een binnenkort te verschijnen studie dat lezers in de Middeleeuwen afval ook wel recycleden om er korte berichten op te noteren, zoals stembiljetten, korte briefjes en college-aantekeningen.

In de UB heeft hij nu een boek gevonden dat geheel uit dit restmateriaal bestaat. Niet eerder werd in een Nederlandse collectie zo’n boek geïdentificeerd. Het standpunt van middeleeuwse kopiïsten dat “dergelijke afvalrepen ongeschikt zijn voor een normaal boek” staat haaks op de vondst van het manuscript.

Bij de productie van perkament, het basismateriaal voor boeken, sneed men de buitenste rand van een geprepareerde dierenhuid weg. Dit resulteerde in lange repen afval van ongeveer 15 centimeter breed met een geelbruine kleur, scheuren en gaten. Men vond de afvalrepen niet geschikt om op te schrijven en gooide het restmateriaal daarom weg of kookte er lijm van. Moderne kalligrafen snijden nog steeds de buitenste rand van de dierenhuid weg. De lage kosten van het restmateriaal zijn de reden voor dit staaltje middeleeuwse kringloop.

Voor een lage prijs kon de lezer geen werk van perfecte kwaliteit verwachten: de bladzijden zijn sterk verkleurd, niet rechthoekig van vorm, maar volgen de contouren van het beest, en zijn bijzonder klein (nog geen 14 centimeter hoog). De kopiist moest bovendien letterlijk de eindjes (afval) aan elkaar knopen om acceptabele pagina’s te maken. Het boekje staat in schril contrast tot de imposante werken uit die tijd. Het laat een relatief onbekende kant zien van de middeleeuwse boekproductie, waar het er soms blijkbaar niet toe deed hoe armoedig het eindproduct eruit kwam te zien.

Het boekwerkje bestaat vooral uit een commentaar op Prudentius. Deze klassieke auteur was erg populair in het middeleeuwse onderwijs en het is daarom waarschijnlijk dat het werk voor studiedoeleinden was bedoeld. Het boek maakt deel uit van een samenbinding van drie middeleeuwse handschriften en werd in de eerste helft van de elfde eeuw in Frankrijk vervaardigd. In 1690 schafte de Universiteitsbibliotheek het aan uit de nalatenschap van Isaac Vossius.

Filmpje waarin Erik Kwakkel zijn ontdekking toelicht (Engelstalig):

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 maart 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.