Je leest:

Rechten voor minderheden overbodig

Rechten voor minderheden overbodig

Auteur: | 24 januari 2006

Volgens rechtsgeleerde Tim Wolff is het uitdelen van culturele rechten aan minderheden geen oplossing voor onze multiculturele samenleving. Wolff promoveerde afgelopen donderdag aan de Universiteit van Amsterdam op zijn analyse van het multiculturalisme. Hij formuleert een antwoord vanuit het politiek liberalisme: mensen moeten niet als leden van een cultuur maar als individuen worden benaderd.

Speciale wetgeving en uitzonderingen voor etnische minderheden als het gaat om religieuze feestdagen, kledingvoorschriften of speciale lijkbezorging zijn volgens de liberaal Wolff absoluut overbodig en schadelijk voor onze samenleving. Hiermee keert de rechtsgeleerde zich tegen de multiculturalisten die deze culturele rechten voor minderheden nastreven. Geen recht op het dragen van hoofddoekjes en het houden van eigen vrije feestdagen dus…of toch wel? Tegen alle verwachtingen in komt uit liberale hoek een theorie die juist veel gebruiken die nieuw zijn in de Nederlandse samenleving, toestaat.

In onze liberale samenleving is het verboden om hoofddoekjes te dragen in de rechtzaal en op school. Ook vrouwenbesnijdenis wordt verboden. Volgens multiculturalisten moeten minderheden culturele rechten krijgen omdat ze anders het risico lopen door de dominante cultuur gediscrimineerd worden. Volgens Tim Wolff is dit lariekoek. De liberale politieke filosofie moet zo functioneren dat er geen uitzonderingen nodig zijn.

Er is de laatste jaren veel discussie geweest over het dragen van hoofddoekjes op school

Multiculturalisten

Wolff’s voornaamste kritiek op de multiculturalisten is dat zij ten onrechte uit gaan van een essentialistisch idee van culturen. Volgens multiculturalisten zijn culturen in zichzelf besloten afgeronde gehelen met harde buitengrenzen. Multiculturalisten schrijven kenmerken aan individuen toe op basis van de culturele groep waar een individu toe behoort. Een culturele achtergrond is van essentieel belang voor iemands welzijn en heeft volgens multiculturalisten een bijzondere invloed op iemands gedrag. Bovendien wordt men in een culturele groep geboren, het is geen vrije keuze. Om deze culturen te respecteren is het volgens hen soms nodig om uitzonderingen te maken op de heersende wetgeving.

Wolff stelt voor om mensen als individu te bekijken. Iemand is geen moslim, atheïst of Hindoestaan, maar een individu die persoonlijke keuzes maakt die door allerlei zaken beïnvloed worden en zeker niet alleen door een etnische of culturele achtergrond.

Griffier met hoofddoekje?

De arrondissementsrechtbank in Zwolle weigert in 2001 om een studente aan te nemen als griffier omdat ze haar hoofddoekje niet wil afdoen tijdens het werk. De rechtbank vindt dat er niet aan de eis van onpartijdigheid voldaan kan worden als ze een hoofddoek draagt omdat de hoofddoek een nadrukkelijke uitdrukking is van een levensovertuiging.

Een neutrale rechtsgang is een van de belangrijkste pilaren van het liberalisme dat Wolff verdedigt. Maar, hij is het niet eens met de rechtbank. Volgens Wolff moeten er twee vragen gesteld worden om te bepalen of het dragen een hoofddoek in de rechtank verboden moet worden. Is het doel dat nagestreefd wordt met het verbod neutraal? Is het middel dat ingezet wordt om die neutraliteit te bereiken geschikt?

Het centrale begrip in de liberale politieke filosofie is neutraliteit. Liberale neutraliteit betekent dat de overheid geen standpunt inneemt over de waarde van opvattingen over het goede leven. De inrichting van de staat moet zoveel mogelijk neutraal zijn in levensbeschouwelijk opzicht. Binnen de liberale staat functioneert de rechtsprekende macht als een van de drie neutrale staatsmachten.

Door het hoofddoekje in de rechtbank te verbieden streeft de rechtbank naar neutraliteit en onpartijdige rechtspraak. Volgens Wolff is dit doel legitiem (gerechtvaardigd) omdat een van de belangrijkste principes van een liberale rechtsstaat een rechtvaardige onpartijdige rechtsgang is.

De tweede vraag is of het verbieden van het hoofddoekje een geschikt middel is om die neutraliteit te behouden. Hierop antwoordt Wolff ‘nee, het hoofddoekje doet er niet toe’. Iemand die de juiste opleiding heeft genoten maar een hoofddoek draagt heeft net zoveel of zo weinig mogelijkheid om onpartijdigheid te bereiken als een katholieke of een atheïst.

Volgens de rechtbank kan een hoofddoek echter de schijn van partijdigheid oproepen. Wolff vraagt zich af of die twijfel over de partijdigheid veroorzaakt wordt door de hoofddoek. Is die twijfel wel gerechtvaardigd? ‘Nee, die schijn van onpartijdigheid wordt niet door de hoofddoek opgeroepen, maar door onze vooroordelen met betrekking tot een hoofddoek. Als je zou weten dat een rechter katholiek was, zou je niet twijfelen aan zijn geloofwaardigheid, maar als het een moslim betreft wel. Het gaat hier dus niet om gerechtvaardigde twijfel, maar een vooroordeel’, aldus Wolff.

De rechtbank in Zwolle

Als je de hoofddoek als een teken van partijdigheid ziet, maak je je schuldig aan culturalisatie. Een hoofddoek wordt dan opgevat als een kenmerk van een vastomlijnde cultuur met daarbijbehorende ideeën over het dragen van een hoofddoek. Het staat echter helemaal niet vast dat een rechter met een hoofddoek zich bijvoorbeeld ondergeschikt voelt aan het mannelijke geslacht.

De ideeën die iemand kan krijgen bij een rechter met een hoofddoek vergelijkt Wolff met een rechter met een kak-uiterlijk. ‘Stel dat een verdachte van uitkeringsfraude een rechter voor zich ziet met pareloorbellen, een Beatrix-kapsel en een geaffecteerd Aerdenhouts accent. Die zou ook angstig kunnen denken ’ik weet al uit welke hoek de wind waait’.’ Het uiterlijk van de rechter is echter niet de oorzaak van de twijfel, maar de vooroordelen over dat uiterlijk.

Gerechtvaardigde twijfel, stelt Wolff, is er als een rechter een verdachte bij binnenkomst eens rustig opneemt en zegt ‘van jouw soort krijgen we er hier al veel te veel’ of ‘uw gezicht staat me niet aan’.

De twijfel over de onpartijdigheid van een rechter met hoofddoek komt volgens Wolff voort uit de manier waarop allochtonen in praatprogramma’s worden ingezet. Nooit hebben zij het eens over de Noord-Zuid lijn, maar hen wordt altijd gevraagd naar de rol van imams, integratie en discriminatie. Als je de hoofddoek in de rechtzaal verbiedt, bevestig je de beeldvorming van moslims en is discriminatie dichterbij dan je denkt.

Bron: Tim Wolff (2005) Multiculturalisme en neutraliteit. Amsterdam: Vossiuspers UvA.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.