Je leest:

Recensie: Jongens van Nederland

Recensie: Jongens van Nederland

Nog altijd beladen geschiedenis indrukwekkend tot leven gewekt

Auteur: | 31 oktober 2011

De jonge historicus Evertjan van Roekel deed op basis van originele oorlogsdagboeken onderzoek naar Nederlandse vrijwilligers in de Duitse Waffen-SS. Hoe duister sommige bladzijden uit de geschiedenis ook zijn, ook een gevoelig onderwerp als dit verdient het om op een genuanceerde manier onderzocht te worden.

Uitgeverij Spectrum

In januari 2010 verscheen in Historisch Nieuwsblad een geruchtmakend artikel van de historicus Evertjan van Roekel (1983). Uit dagboeken van Nederlanders die zich in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig aanmelden voor de Duitse Waffen-SS bleek dat deze Nederlanders zich schuldig hadden gemaakt aan excessen en moordpartijen op joden en communisten tijdens de strijd aan het Oostfront. Hoewel de dagboeken in kleine kring al bekend waren, leefde bij veel historici het idee dat Nederlandse SS-ers voornamelijk frontsoldaten waren en de jodenvervolging zich grotendeels buiten hun gezichtsveld afspeelde. Zelfs het NOS-journaal besteedde een item aan de bevindingen van Van Roekel.

Van Roekel vond de dagboeken in het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Hij onderzocht ze voor zijn afstudeerscriptie Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn scriptie resulteerde in de onthullingen in Historisch Nieuwsblad. Inmiddels is over dezelfde materie het boek Jongens van Nederland. Nederlandse vrijwilligers in de Waffen-SS verschenen.

Aan de hand van deze dagboeken schetst Van Roekel een ‘persoonlijk en menselijk beeld van diegenen die na de oorlog door velen werden beschouwd als onmensen’. Wat bewoog deze mannen? Waarom werden ze lid van de meest gevreesde en gehate moordmachine die Nazi-Duitsland heeft voortgebracht? En misschien nog wel de interessantste vraag: met welke motivatie namen ze deel aan gruwelijke martelingen, slachtpartijen en vernederingen op joden en krijgsgevangen die ze in Oost-Europa aantroffen?

Sommige mannen melden zich aan uit ideologische overwegingen. Bewondering voor Duitsland en Adolf Hitler, een drang om samen met ‘Germaanse broedervolken’ op te trekken tegen de bolsjewistische dreiging. Rassenhaat of antisemitisme speelde klaarblijkelijk een ondergeschikte rol. Veel vaker speelden echter veel trivialere redenen mee. Een hang naar broederschap, spanning en sensatie. Veel mannen melden zich aan zonder precies te weten dat ze bij de SS hadden gesolliciteerd. Hen werd een ‘training’ in Duitsland beloofd met daarna uitzicht op een goed betaalde baan binnen de Duitse bureaucratie.

Wervingsposter voor de Waffen-SS, 1940. De Waffen-SS was een elite-eenheid, maar in de loop van de oorlog werden er vooral vrijwilligers geworven om als kanonnenvlees te dienen.

De Nederlandse vrijwilligers kwamen terecht in de SS-divisie “Wiking”, speciaal opgericht voor Noordse strijders. Dit was één van de SS-divisies die in juni 1941 ingezet werd voor ‘Operatie Barbarossa’, de grootschalige veldtocht tegen de communistische Solvjet-Unie. Deze operatie zou zich ontwikkelen tot een vernietigingsoorlog van ongekende wreedheid. Om joden en communisten massaal te executeren werden speciale Einsatzgruppen opgericht. Deze doodseskaders trokken achter het front op om de veroverde gebieden ‘jodenvrij’ te maken.

In praktijk was het onderscheid tussen de Einsatzgruppen met hun specifieke taak en de Waffen-SS’ers aan het front minder scherp. Er waren ook Nederlandse SS-ers die deelnamen aan de misdadige moordpartijen. Van Roekel laat dat meer dan overtuigend zien aan de hand van de dagboekfragmenten van Nederlandse vrijwilligers. Op 4 juli 1941, dus een maand na het begin van de Russische veldtocht, schreef SS’er Frederiks:

‘In een dorpje vlakbij Tarnopol haltgehouden voor een uur pauze. In dat uur een mongool en 2 joden erschossen. Alvorens de joden een gat te hebben late graven voor 3 personen. Ze zijn erin gaan liggen om te kijken of ze erin pasten, en toen ’t klaar was zijn ze erschossen en de put was vol en werd dichtgegooid.’

Rond dezelfde tijd schreef SS’er Wiersma:

‘Vandaag heb ik nog te vertellen hoe mooi het was om in Tarnopol een opperrabijn aan de toren van zijn synagoge op te hangen en toen de synagoge in brand te steken’.

Het boek van Van Roekel bevat nog vele van dit soort schokkende fragmenten. In zijn inleiding geeft Van Roekel expliciet aan dat op basis van de acht onderzochte dagboeken geen conclusies kunnen worden getrokken voor de Nederlandse SS-ers als groep. Des te onbegrijpelijker is dan ook het voorwoord van hoogleraar Holocaust en -genocidestudies Johannes Houwink ten Cate.

NSB-leider Anton Mussers inspecteert Nederlandse SS’ers in Den Haag.
wikimedia commons

In zijn voorwoord – waarin hij het onderzoek van Van Roekel prijst – schrijft Houwink ten Cate: ‘Dit boek is een nieuwe geschiedenis van de ruim 20.000 Nederlanders die vrijwillig dienstnamen in de Waffen-SS.’ Dit voorwoord is even onjuist als misleidend, omdat het de indruk geeft dat de acht dagboeken aantonen dat ‘de Nederlandse SS-er’ massaal deelnam aan de oorlogsmisdaden en Jodenvervolging. En dat is nu juist een conclusie die niet getrokken mag worden uit het dit boek.

Daarnaast is Jongens van Nederland volgens Houwink ten Cate een ‘bijdrage aan het debat over Nederlanders in bezettingstijd, dat hoe je het ook went of keert, wordt gevoerd ’in de ban van goed en fout’‘. Hoewel het boek van Van Roekel wrede excessen aan het licht brengt die zonder twijfel als ’fout’ gekwalificeerd kunnen worden, is het niet zijn bedoeling om de betrokken Nederlandse SS’ers als enkel of onmensen neer te zetten. Hij zoekt juist de nuance door op de menselijke kant van deze onmensen te wijzen.

Volgens Van Roekel was de gemiddelde Nederlandse vrijwilliger een ‘gewoon persoon die terecht kwam in buitengewone omstandigheden naar wat als correct en noodzakelijk werd gezien’. Tot in de jaren negentig werden Nederlandse SS-ers door velen simpelweg gezien als landverraders. Een objectief onderzoek naar hun motivaties en denkwereld werd als onnodig en vergoeilijkend voor hun misdaden gezien.

Nog altijd zijn er historici die vast willen houden aan de vroeger dominerende zwart-witte denkwijze. Maar hoe duister sommige bladzijden uit de geschiedenis ook zijn, ook een gevoelig onderwerp als Nederlandse vrijwilligers in de Waffen-SS verdient het om op een genuanceerde manier onderzocht te worden. Met Jongens van Nederland biedt Van Roekel een zeer leesbaar en toegankelijk inzicht in deze complexe en nog altijd beladen geschiedenis.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 31 oktober 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.