Je leest:

Ras en racisme in kunst en cultuur

Ras en racisme in kunst en cultuur

Auteur: | 29 maart 2017

In complexe samenlevingen, zoals de Nederlandse, spelen beelden een bepalende rol. Beelden kunnen een gevoel van gemeenschap doen ontstaan. Via beelden ontwikkelen mensen een idee van het eigene en het andere of vreemde, en dat beïnvloedt in sterke mate wie in deze verbeelding bij een gemeenschap hoort en wie niet.

De verbeelding van gemeenschap is altijd een selectief proces: welk verleden wil men delen? Welk beeld typerend is voor een gemeenschap, is een kwestie van onderhandelen, kortom van machtsprocessen. Een goed voorbeeld is het Nederlandse slavernijverleden. Het trans-Atlantische systeem van gedwongen arbeid is een integraal onderdeel van de Nederlandse geschiedenis, maar pogingen om dit meer onder de aandacht te breng­en leiden nog steeds tot hevige controversen.

Bij de verbeelding van gemeenschap spelen ras en etniciteit doorgaans een cruciale rol, ook al gebeurt dit soms onderhuids en blijft het onuitgesproken. Want wat precies geselecteerd wordt als beeld van de gemeenschap (in de vorm van bijvoorbeeld cultureel erfgoed of gedeelde tradities) bepaalt meteen wie zichzelf herkent in deze beelden. Niet iedereen herkent zich bijvoorbeeld in Karel de Grote, de ‘keizer van het Avondland’, Willem van Oranje, de ‘vader des vaderlands’, of de ‘zeeheld’ Michiel de Ruyter.

Sommigen hebben misschien meer affiniteit met Aletta Jacobs, Raden Adjeng Kartini, of Anton de Kom. De natie krijgt door deze beelden als het ware een eigen ‘gezicht’, en daarmee ook een etniciteit en ras. Dat wil zeggen, ‘Nederland’ en ‘Nederlandsheid’ kan via deze verbeelding heel subtiel een ‘huidskleur’ of fenotype krijgen, een voorstelling van hoe een typische Nederlander er uit zou moeten zien.

Boekomslag: St. Nikolaas en zijn Knecht, J. Vlieger, Amsterdam.
J. Vlieger, Amsterdam

Pietenkwestie

Een goed voorbeeld van deze verbeelding is de controverse rondom het Sinterklaasfeest. In 1850, dertien jaar voor de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën in ‘de West’ (Suriname en de Antillen), veranderde het Sinterklaasfeest van vorm. Het was op het hoogtepunt van het Nederlands kolonialisme. Onder druk van de idealen van de verlichting, moest ook de opvoeding veranderen. Zoals John Helsloot in 2005 stelde: de donkere kinderschrik die de Sint nog vaak was, moest veranderen in een vrolijker, milde figuur. De kinderen mochten tenslotte niet tot bijgeloof opgevoed worden.

In het boek van de Amsterdamse onderwijzer Schenkmann, Sint Nicholaas en zijn knecht, werd het donkere van de vroegere Sinterklaas opnieuw geïnterpreteerd middels een donkere knecht: ‘al ben ik zwart als roet, ik meen het wel goed’. Deze nieuwe figuur moest kinderen geen schrik meer aanjagen, maar verscheen als vrolijke kindervriend. Dit clowneske werd uitgebeeld in de vorm van de ‘vrolijke neger’, een in Europa en Noord-Amerika wijdverspreid en geliefd raciaal stereotiep van mensen van Afrikaanse afkomst in die tijd. Zwarte Piet belichaamt in dit beeld de ‘geracialiseerde ander’, de kinderen het eigene, de toekomst van de natie.

Nationale identiteitscrisis

Sinds 2015 is het Sinterklaasfeest inclusief de figuur van Zwarte Piet opgenomen in de nationale inventaris van immaterieel erfgoed van de Unesco. Hoewel het slechts een inventarisatie is van immaterieel erfgoed in Nederland, wordt deze lijst toch als representatief gezien. Hij verbeeldt als uithangbord voor ‘Nederland’ als het ware de Nederlandse identiteit. Zo’n claim, dat de natie als geheel wordt vertegenwoordigd, kan degenen buitensluiten die zich daar niet in herkennen. Aan de andere kant, juist omdat het Sinterklaasfeest zo’n grote nationale betekenis heeft, wordt kritiek op het feest door menigeen opgevat als aanval op de natie zelf. Op momenten van ‘nationale identiteitscrisis’, zoals de discussie over Zwarte Piet, kunnen de beelden van het feest zelf gebruikt worden om het ‘eigene’ tegen de ‘ander’ te verdedigen, zoals in racistische scheldwoorden als ‘zeurpiet’ of ‘zwartjoekel’.

Ras en etniciteit zijn sociale constructies. Ze ontstaan in processen van verbeelding van het eigene en het andere. Dat wil niet zeggen dat ze louter illusies zijn. De verbeelding van gemeenschap is een sociale werkelijkheid die daadwerkelijke uitsluiting tot gevolg kan hebben. Met name in een samenleving die sterk leunt op de moderne media, hebben beelden grote macht. Denk, om bij het voorbeeld Zwarte Piet te blijven, aan het Sinterklaasjournaal. Beelden maken in belangrijke mate de wereld waarin wij leven, en sommige beelden lijken hardnekkig en moeilijk te veranderen. De beelden die in deze media geproduceerd worden kunnen sociale uitsluiting tot gevolg hebben. Tegelijkertijd is juist de verbeelding van ras en etniciteit vaak fluïde, en in staat zich aan te passen. Dit maakt stereotypen bestendig, maar ook veranderlijk.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 maart 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.