Je leest:

Ras als duikelaar

Ras als duikelaar

Auteur: | 1 juni 2010

‘Witte mensen zijn slimmer dan zwarte’. Een stelling ten tijde van de koloniale overheersing? Nee, een claim van prominente onderzoekers uit de eenentwintigste eeuw. Amade M’charek bekijkt deze twijfelachtige nieuwe pogingen om intelligentieverschillen aan zoiets als ras te koppelen.

In The Trouble with Harry, een zwarte komedie van Alfred Hitchcock, bevinden we ons in een idyllisch dorpje bij Vermont. Harry is een lijk en meerdere personen denken zijn dood op hun geweten te hebben. Maar het echte probleem met Harry is dat het dode lichaam maar niet begraven wil blijven. Het duikt steeds weer opnieuw op, vraagt om nader (forensisch) onderzoek en zorgt voor problemen.

In de Nederlandse context heeft ras veel gemeen met het lijk van Harry. Het is een ongemakkelijk onderwerp. Een residu uit het verleden dat soms aan de oppervlakte opduikt en dan weer snel (onder de aarde) wordt weggestopt. Ras is afwezig, maar ook alom aanwezig. Als ik met mensen over dit thema spreek dan is de onmiddellijke reactie: ‘maar ras bestaat toch niet’. Als ik het wetenschappelijk onderzoek bekijk of de kranten erop nasla, dan zie ik echter een stijging in het gebruik en de (vermeende) relevantie van deze categorie. Ras is nog springlevend.

Large
Lotte van de Walle

Ruggengraat

Neem nou de kop van een nieuwsbericht op de website van de Universiteit van Amsterdam. Daar lezen we dat het ‘onderzoek naar IQ van Afrikanen beneden de maat’ is.1 Maar wat is ‘het IQ van Afrikanen’? Wat is sowieso ‘een Afrikaan’? Een dergelijke uitspraak mobiliseert direct een hele geschiedenis. Niet alleen de geschiedenis van de IQ-test, de politiek die daarmee bedreven is en de kritiek op deze testen binnen de psychologie en daarbuiten, maar ook de geschiedenis van ras en racisme binnen de wetenschap.

Door verder te lezen wordt duidelijk dat het werk van de gerenommeerde psycholoog Richard Lynn over vermeende intelligentieverschillen tussen zwarte en witte bevolkingsgroepen, object van onderzoek is van een groep onderzoekers aan de UvA. Om een indruk te geven van Lynns stellingen: op zijn site stelt hij dat de lage IQ-score van zwarte mensen in de Sub-Sahara in vergelijking met de hogere score van de Afro-Amerikanen, verklaart kan worden door andere, voor 25% Caucasiaanse genen en een betere leefomgeving.2

Lynn staat niet alleen in het wijzen op raciale verschillen in intelligentie. Zo ook de auteurs Richard Herrnstein en Charles Murray van het controversiële boek The Bell Curve, waarvan Lynns werk als het ware de ruggengraat vormt.3 Dit werk speelde dan weer een grote rol bij de meer recentelijk opgekomen controverse rondom de uitspraken van Nobelprijswinner en medeontdekker van de DNA-dubbele helix James Watson. Watson werd in oktober 2007 onderwerp van een internationale strijd toen hij in een interview met het Sunday Times Magazine aangaf dat hij somber was over de toekomst van Afrika, aangezien: ‘all our social policies are based on the fact that their intelligence is the same as ours – whereas all the testing says not really’. Murray, Lynn, Watson en vele anderen stellen zich luidruchtig op in deze kwestie en claimen dat de wetenschappelijke feiten voor zich spreken, maar dat ras en raciale verschillen in een taboesfeer verkeren. Wij hopen dat iedereen gelijk is maar ‘people who have to deal with black employees find this not true’, aldus Watson.4

Zoekt en gij zult vinden

In dit licht is het onderzoek aan de UvA door psychologen Jelte Wicherts, Conor Dolana en Han van der Maas zowel wetenschappelijk als politiek van groot belang. Zij tonen aan dat er geen bewijs is voor de conclusies van Lynn. Lynn heeft volgens hen zijn IQ-data selectief gekozen door hoogscorende Afrikanen systematisch buiten beschouwing te laten.5 Die samples werden niet representatief geacht voor de Afrikanen die nu eenmaal lage IQ-scores hebben. Zoekt en gij zult vinden, zullen we maar zeggen.

Een ander punt van kritiek en reden waarom de resultaten van Lynn onbetrouwbaar zijn, is dat de IQ-scores van Afrikanen niet vergelijkbaar zijn met die van westerlingen. Een oude constatering, maar blijkbaar nog steeds belangrijk om te herhalen. IQ-tests zijn immers gemaakt en niet een weergave van hersenfuncties. Zo moesten de eerste IQ-tests die in Frankrijk voor onderwijsdoeleinden ontwikkeld waren, bijgesteld en genivelleerd worden in de VS en Groot-Brittannië omdat meisjes stelselmatig veel hoger scoorden dan jongens. Dat fenomeen kon geen kwestie van biologie zijn. Andersom, als jongetjes hoger hadden gescoord, zou dat zonder twijfel als een geval van evolutionaire voorsprong zijn opgevat.

Small
Amade M’charek.
Universiteit van Amsterdam

Hetzelfde zien we in het onderzoek naar de Afrikaanse IQ-scores van Lynn. De IQ-test figureert daarin niet als een technologie waarvan alles op af te dingen zou zijn. Het wordt daarentegen genaturaliseerd en voorgesteld als een één op één weergave van de biologische stand van zaken in de hersenen. De verdienste van Wicherts en zijn collega’s is dat de test en de rest van het onderzoek van Lynn gedenaturaliseerd zijn en object van onderzoek zijn gemaakt. Wat hiermee zichtbaar wordt is dat de feiten niet voor zich spreken, maar dat kennis een construct en deels een product is van normatieve en politieke verschillen die we in de samenleving creëren.

Oorverdovende stilte

Een object dat in het onderzoek van Wicherts en zijn collega’s niet geproblematiseerd wordt, is het concept van de Afrikaan. Is dat een zinvolle categorie voor de psychologie of de biologie? De hedendaagse genetica ontzenuwt haast op dagelijkse basis het bestaan van duidelijk afgebakende groepen, populaties en rassen. Niettemin zien we met de opmars van diezelfde genetica, de gedragsgenetica en neurowetenschappen, dat oude lijken uit de kast worden getrokken en vermeende raciale (en ook sekse) verschillen worden geclaimd. Minstens net zo problematisch is de oorverdovende stilte over (het gebruik van) ras in de Nederlandse context. Temeer daar de rol die aan ras wordt toegekend groter wordt, bijvoorbeeld in de medische context en het medisch onderzoek, in het criminalistisch en forensisch onderzoek, maar ook in onderzoek naar identiteit en afkomst. In een wereld waarin de biologie steeds dominanter wordt en waarin het obsessieve onderscheid tussen ‘wij’ en ‘zij’, ‘zelf’ en ‘ander’ hoogtij viert, kunnen we niet anders dan ons met het thema ras inlaten.

Amade M’charek is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Sociologie en Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar huidig onderzoek richt zich op de relevantie en irrelevantie van ras in forensische praktijken. M’charek leidt ook een onderzoek naar de biologisering van de Nederlandse identiteit in de genetica, genealogie en archeologie: ‘Dutch-ness in Genes and Genealogies’.

Lees meer:

Noten:

1 Gevonden op: www.uva.nl/onderzoek/index.cfm. Onderaan het artikel staan verwijzingen naar de wetenschappelijke publicaties van de betreffende UvA onderzoekers over de vermeende raciale verschillen in intelligentie.

2 De site: www.rlynn.co.uk. Zie ook Richard Lynn, ‘Skin color and intelligence in African Americans’, Population and Environment, 2002 (23), pp. 365–375.

3 Richard J. Hernstein & Charles A. Murray, The Bell Curve: Intelligence and Class Structure in American Life, New York, 1994.

4 Charlotte Hunt-Grubbe, Sunday Times Magazine, 14 oktober 2007.

5 ‘Onderzoek naar IQ van Afrikanen ver beneden de maat’, via www.uva.nl/onderzoek/index.cfm.

Dit artikel is een publicatie van LOVER.
© LOVER, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.