Je leest:

R was eens?

R was eens?

Auteurs: en | 3 april 2007

De metgezel van Winnie de Poeh is een tijger die Teigetje heet, Amsterdam wordt vaak uitgesproken als ‘Amsedam’, en burgemeester was ooit burgermeester. Het lijkt wel of de r na een klinker en voor een medeklinker aan het verdwijnen is. Is dat ook zo?

Over de r is veel te doen de laatste tijd. Vorig jaar april stonden er in Onze Taal twee artikelen waarin de r een belangrijke rol speelde: één van Dick Smakman over moderne uitspraakverschijnselen en één van Leendert Plug over geluidswegval in het Nederlands. Verder was er in 2000 aan het wetenschappelijke Max Planckinstituut in Nijmegen een heel symposium gewijd aan de r, en financierde de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een grootscheeps Vlaams-Nederlands onderzoek naar de eigenschappen van de r in het Nederlands.

Wat bij dit alles vooral de aandacht trekt, zijn de vele manieren waarop de r in Nederland wordt uitgesproken. Er zijn onderzoeken bekend waarin wordt gewaagd van wel dertien verschillende uitspraken van de r. Voorbeelden die iedereen wel kent, zijn de tongpunt -r, de huig -r en de Gooise r, maar de r blijkt ook uitgesproken te worden als [ch], [h] en zelfs [w]. Een uitbundige variatie dus. Maar er is nog een veertiende variant: de r die niet uitgesproken wordt.

Test

Als je geluidsopnamen bestudeert van de uitspraak van het woord Amsterdam, dan merk je opvallend vaak datje eigenlijk [amsedam] hoort. De t en de r zijn helemaal weggevallen. In een syllabus over statistiek kwamen we het woord standaaddeviatie tegen. En op een papiertje met de namen van klasgenootjes van een van onze kinderen troffen we de naam Maten aan (het moest echt Maarten zijn). Maar er zijn ook woorden met een verdwenen r die volledig zijn ingeburgerd. Een voorbeeld is burgemeester, dat is afgeleid van burgermeester. Het lijkt wel of de r na een klinker en voor een medeklinker langzaam het veld aan het ruimen is. Maar is dat ook zo?

Om te onderzoeken of, en in welke gevallen de r niet uitgesproken wordt, hebben we de volgende test gedaan. We vroegen dertien fonetici – dus deskundigen op het gebied van spraakklanken – om in fonetisch schrift precies te noteren welke r ze hoorden in 450 woorden. Klanken die niet uitgesproken werden, mochten ze niet opschrijven.

In die 450 woorden, die we uit geluidsopnamen van spontane dialogen hadden geknipt, stond de r altijd na een klinker en voor een medeklinker. We hadden dus wel woorden als heersen, maar niet heren. Wel vertellen maar niet betrekking.

De klinker voor de r varieerde systematisch in de gekozen woorden; hij kon kort of lang zijn ( werden of weerden) en al dan niet woordklemtoon hebben ( kwartje of dollartje). Ook kon die klinker een ‘stomme e’ zijn, de zogeheten sjwa, zoals in tijgertje. De sjwa is per definitie altijd kort en onbeklemtoond.

Vaak na sjwa

Wat bleek nu uit dit kleine experiment? Na een lange beklemtoonde klinker (dus bijvoorbeeld in de tweede lettergreep van vermoord) hoorden onze fonetici nog bijna altijd een r; slechts in 6% van de gevallen werd de r niet genoteerd. Als de lange klinker onbeklemtoond was (bijvoorbeeld in antwoord), verdween de r in 9% van de gevallen. Na een korte klinker bleek de r maar een beetje vaker weg te vallen. In 13% van de woorden was hij niet meer waarneembaar, of de voorgaande klinker nu de woordklemtoon droeg (als in worden) of niet ( Coevorden).

Duidelijk anders ligt het bij de verdwijning van de r na een sjwa, bijvoorbeeld in honderd. In maar liefst 34% van de gevallen schreven de proefpersonen helemaal niets op waar een r had moeten staan. En als ze al iets noteerden, was het in veel gevallen ook nog iets anders dan een r – bijvoorbeeld een j of w, of een sjwa(!). Maar die hebben we niet eens meegeteld als verdwijning. Na een sjwa blijkt de uitspraak van de r dus zelfs voor getrainde fonetici in één op de drie gevallen niet waarneembaar. Waar ligt dat aan? En is die r wel écht weg?

Verkwijning en verdwijning

Soms blijkt er een spoortje achter te blijven van een verdwenen klank, bijvoorbeeld doordat die de omringende klanken heeft veranderd. Leendert Plug schonk hier in Onze Taal van vorig jaar april aandacht aan. Als voorbeeld noemde hij dat er een verschil te horen is tussen de uitspraak [zweet] waarmee zweert wordt bedoeld en die waarmee zweet wordt bedoeld. In de uitspraak van zweert is de r verdwenen, maar de typische korte i-klank van zweert niet. Het verschijnsel dat de r op die manier een spoor heeft achtergelaten zullen we omschrijven met de term verkwijning.

Sommige klinkers kleuren duidelijk voor de r. In een woord als zweert lijkt de klank van de ee dus veel op een verlengde vorm van de korte i (als in pit). In oorden is de oo meer een lange variant van de korte o (van pot). Nadere bestudering van het akoestische patroon van deze gekleurde klinkers laat zien dat de kleuring voornamelijk bestaat uit een soort overgang naar een sjwa. Het is net alsof er achter de oorspronkelijke klinker een kleine sjwa is geplakt. Die halve sjwa is dus het spoor van de r dat bij verkwijning overblijft.

Het is niet geheel duidelijk of dat spoor bij alle klinkers even sterk is. De oo, ee en eu staan bekend als klinkers die sterk verkleuren wanneer er een r volgt. Veel minder verkleuring (en dus een veel geringer spoor) vindt men bij de aa.

Maar als verkwijning een verkleuring in de richting van een sjwa betekent, dan volgt daaruit dat verkwijning nooit kan optreden na een sjwa zelf. Als de r daar niet uitgesproken wordt, is het spoor niet te onderscheiden van de voorafgaande klinker. Daarom is er in woorden als Allerheiligen, Amsterdam en spijkerbroek geen sprake van r-verkwijning, maar wel van r-verdwijning. Soms kan een r dus ook gewoon verdwijnen, zonder een spoor achter te laten.

Verschijning

Een verrassende bevestiging van de stelling dat de r soms echt spoorloos verdwijnt, is het omgekeerde verschijnsel: in sommige gevallen blijken mensen een r te horen waar er helemaal geen uitgesproken is. We noemen dat ’ r-verschijning’. In de schriftelijke weergave van telefoongesprekken met het reisinformatiesysteem van de NS zagen we bijvoorbeeld regelmatig Spijkernisse opduiken in plaats van Spijkenisse. In de opname was hier geen r te horen. De mensen die de banden uitschreven, dachten de r te horen in het correct uitgesproken woord Spijkenisse.

Je zou bij deze plaatsnaam natuurlijk kunnen denken aan verwarring met het woord spijker, maar er zijn ook andere voorbeelden, die niet op die manier te verklaren zijn. Mensen horen bijvoorbeeld het woord oftewel als ofterwel. Hier ligt verwarring met een bestaand woord helemaal niet zo voor de hand: waarom zouden mensen ter prefereren boven te?

Daarnaast is het opvallend dat de r-verschijning zich maar op één plaats in Nederlandse woorden voordoet: na de sjwa. Alleen na een sjwa denken mensen soms een r te horen waar die niet uitgesproken wordt. Als verwarring met andere woorden de enige reden voor r-verschijning zou zijn, zou je verwachten dat de r ook verschijnt bij een plaatsnaam als Heesch, die dan gehoord zou moeten worden als Heers, of het woord kleinood dat kleinoord zou moeten worden. Maar dat gebeurt allemaal niet. R-verschijning lijkt dus wel degelijk een zuiver fonetisch verschijnsel, dat beperkt is tot de positie achter de sjwa.

Normaal verschijnsel

Maar hoe is deze r-verschijning na de sjwa nu een bevestiging van de stelling dat een r soms spoorloos verdwijnt? Dat zit zo: stel dat een spreker die een r weglaat, altijd een spoor achterlaat – bijvoorbeeld door kleuring van een klinker – dan kunnen de luisteraars zo’n onuitgesproken r reconstrueren omdat ze dat spoor waarnemen. Maar in een correct uitgesproken woord als oftewel of Spijkenisse kan geen spoor aanwezig zijn, omdat de spreker daar helemaal geen r heeft weggelaten. De luisteraars kunnen daar dus ook geen spoor waargenomen hebben. Wel kunnen ze denken een r te horen, omdat ze er ten onrechte van uitgaan dat er zo’n spoor is. En dat kan alleen daar waar reconstructie van de r zonder spoor een normaal verschijnsel is, met andere woorden: alleen na de sjwa waar de r spoorloos kan verdwijnen.

Bron afbeelding: Matthijs Sluiter

Een mooi geval van r-verschijning is nog het volgende. Veel mensen denken dat het woord slabbetje iets te maken heeft met een ‘slabber’. Dat komt natuurlijk doordat bijna uitsluitend het verkleinwoord gebruikt wordt. Aangezien r-verdwijning na de sjwa een geaccepteerd verschijnsel is en de r op die plek spoorloos verdwijnt, concludeert de taalgebruiker dat een slabbetje in de kingsizecategorie een ‘slabber’ genoemd moet worden.

De r-verdwijning levert ook weleens een opvallend nieuw woord op: eerder noemden we al het voorbeeld burgemeester. Maar wat lazen we onlangs in het Wijchens weekjournaal? “Wijchen heeft inspraak bij keuze burgermeester”. U ziet het goed: er staat een r te veel. Een mooi geval van r-verschijning in een woord waarin hij eerst wel, en toen weer niet thuishoorde. Verdwenen en opnieuw verschenen.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.