Je leest:

Quasi-species bedreigen de mensheid

Quasi-species bedreigen de mensheid

Auteur: | 28 maart 2003

Infectieziektes zijn nooit weggeweest,al suggereert de verminderde aandacht dat wel,vindt Willy Spaan. ‘We keken niet verder dan onze neus lang is.’

SARS gaat niet voor een wereldwijde ramp zorgen, maar voor de Leidse viroloog prof. Willy Spaan is de ziekte-uitbraak een illustratie. Dergelijke uitbraken zijn als water dat door een dijk heen sijpelt. Het wijst erop dat de gehele kustverdediging weer eens doorgelicht moet worden. ‘Als je de vraag stelt of Nederland is voorbereid op dergelijke ziekte-uitbraken, dan moet je je meteen afvragen of Nederland ooit voorbereid is geweest; was de wereld ooit voorbereid? Met het verdwijnen van infectieziekten als belangrijkste doodsoorzaak in de westerse wereld, is ook de aandacht voor infectieziekten en de verwekkers de voorbije decennia duidelijk achteruitgegaan.’

Uitroeiing van bijvoorbeeld de pokken door middel van vaccinatie is een van de meest succesvolle handelingen in de wereldwijde gezondheidszorg geweest, zegt Spaan. ‘Ik denk dat er weinig ingrepen zijn geweest – naast schoon drinkwater en sanitair – die zo’n positieve invloed hebben gehad op gezondheid van mensen; je praat over het voorkomen van miljoenen doden. En dat geldt voor vaccinatie in het algemeen.’ Maar dat leidt makkelijk tot een idee van schijnveiligheid; infectieziektes lijken verdwenen en alleen bij de voorbereiding op een Thaise autosafari dringt het besef weer door dat er nog meer infectieziektes zijn dan de DKTP-prik in Nederland heeft uitgebannen. Spaan: ‘We keken lange tijd niet veel verder dan onze neus lang is. Daar is wel een kentering in gekomen, begin jaren negentig, met het besef dat er antibioticaresistentie kan ontstaan en doordat HIV om zich heen greep. Het maakte duidelijk dat wij nog steeds een ernstig bedreigde soort zijn – ook in het Westen. Als er een nieuwe ziekte ontstaat dan zie je dat het door het vliegverkeer de wereld in relatief korte tijd kan veroveren. Binnen een week had SARS vrijwel alle continenten aangedaan.’

Zwerm

‘Globalisering, ontginning van natuurgebieden en contact tussen landen leiden ertoe dat we tegenwoordig veel frequenter zoönotische infecties tegenkomen. De belangrijkste vraag is of er ook nieuwe pathogenen ontstaan die van mens op mens worden overgedragen. Dan kom je op de evolutie van virussen; daarvoor moet een virus zich aanpassen.’

Een virusleven speelt zich af in een paar uur en hoge mutatiefrequentie van het erfelijk materiaal die zorgt voor een constante stroom aan nieuwe virusvarianten en een enorm aantal nakomelingen per geïnfecteerde cel. ’Van RNAvirussen weten we dat per replicatieronde een op de duizend nucleotiden verkeerd wordt ingebouwd. En zelfs bij een matige opbrengst krijg je honderd tot duizend nakomelingen per geïnfecteerde cel. Als je bedenkt dat er misschien wel tien miljard cellen geïnfecteerd zijn begrijp je dat er een enorme stroom aan varianten ontstaat. Daarom zijn RNA-virussen niet als een soort te beschouwen maar als een quasi-species; een zwerm van varianten die hun weg vinden.

‘Als je dan terugkomt op de vraag, of we zijn voorbereid, dan zeg ik dat de afbouw van de kennisinfrastructuur rond infectieziekten ertoe heeft geleid dat er veel minder onderzoek wordt gedaan aan pathogenen. Het vaccinonderzoek is in de vergetelheid geraakt; men heeft het overgelaten aan de industrie. Nu is iedereen ervan overtuigd dat de farmaceutische industrie het niet kan opbrengen vanwege de kosten.’ Spaan vindt dat de overheid weer de regie van de vaccinontwikkeling ter hand moet nemen. En dat geldt ook voor de ontwikkeling van antivirale middelen. Zo zijn adenovirussen vrijwel onschuldig voor gezonde personen, maar kunnen ze bij patiënten met een donororgaan en afweeronderdrukkende medicijnen ernstige infecties veroorzaken. ‘Dat komt dermate weinig voor dat geen enkel bedrijf investeert in een antiviraal middel tegen adenovirussen. Daar is Nederland niet op voorbereid, want die infectieproblematiek zie je steeds vaker en steeds heviger terugkeren.’

‘Wat bioterrorisme betreft denk ik ook dat we niet goed zijn voorbereid – het is ook heel lastig je te wapenen tegen pathogenen die je niet kent. Maar in 1997 werd al internationaal aan de bel getrokken om te zorgen dat er voldoende pokkenvaccin beschikbaar moest zijn, en pas na elf september – toen men echt doemscenario’s voor ogen kreeg – is men begonnen met productie. Het heeft nogal wat tijd gekost. En pokken is niet de enige bedreiging.’

Versnippering

Er moet kortom iets gebeuren, vindt Spaan. Al ruim voordat internationaal terrorisme en SARS om zich heen grepen, kwamen ZonMw en NWO met het plan om onderzoek aan infectieziekten te stimuleren. Begin 2002 werd het Toekomstgericht Onderzoeks Platform Infectieziekten (Topiz) opgericht; een grote schare onderzoekers ondersteunt het initiatief. Einddoel is de risico’s van (op)nieuw opkomende infectieziekten te beperken. Er is momenteel al door beide organisaties 2,7 miljoen euro gereserveerd voor onderzoeksvoorstellen.

Spaan: ‘Regeren is vooruitzien; je moet investeren in de kennisinfrastructuur. Aan de andere kant moeten onderzoekers bereid zijn hun onderzoek te coördineren. De versnippering die er toch her en der bestaat, doordat er aan ontzettend veel verschillende pathogenen wordt gewerkt, moet worden ingeperkt. Daar moeten keuzes in gemaakt worden. Coördinatie betekent geen centrale leiding, maar onderlinge afstemming en in overleg keuzes maken. Als tegenprestatie zou de overheid daarin moeten investeren.’ Op 12 april 2003 organiseerde Topiz in Scheveningen

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 maart 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.