Je leest:

Pulsar geen vuurtoren maar discolicht

Pulsar geen vuurtoren maar discolicht

Auteur: | 13 maart 2007

Radiobakens in de ruimte – pulsars – zijn net discoverlichting. Astronoom Patrick Weltevrede luisterde met de radiotelescoop in Westerbork naar radiopulsars, rondtollende neutronensterren die radiobundels door de ruimte zwiepen. Elke puls van zo’n ster ziet er anders uit, maar Weltevrede heeft herhalende patronen gevonden. Hij denkt dat dat de pulsarbundel bestaat uit om elkaar draaiende sub-bundels en hoopt te ontdekken hoe die ontstaan.

Pulsars zijn neutronensterren, bollen samengeperst materiaal die ontstaan als de kern van een zware ster onder zijn eigen gewicht ineenstort. Ze zijn zo’n twintig kilometer breed, maar wegen meer dan de zon. Vanaf de magnetische polen van een neutronenster schieten bundels radiogolven de ruimte in. Hoe die precies ontstaan is onbekend, maar de bundels zijn wel te vergelijken met de lichtbundel van een vuurtoren. Met ijzeren regelmaat draait de pulsarbundel door het heelal, maar elke puls ziet er nét iets anders uit, alsof de bundel telkens een andere vorm heeft. De variatie zegt iets over hoe de radiopulsen worden opgewekt, wat weer interessant is om modellen van neutronensterren mee te testen.

Een pulsar is een snel draaiend restant van een uitgebrande, zware ster. Bij de magnetische polen ontstaan bundels van radiostraling. De magneetpolen liggen meestal op een andere plaats dan de polen van de rotatieas. Daarom zwiepen de radiobundels rondjes om de pulsar en schijnen ze als vuurtorens naar verre sterren. bron: Bill Saxton, NRAO/AUI/NSF. Klik op de afbeelding voor een grote tekening door Mark A. Garlick.

Sub-bundels

Om de veranderende pulsjes Weltevrede onderzocht zo’n 200 pulsars (20% van alle vanuit Nederland zichtbare pulsars) op twee verschillende radiofrequenties. De meeste en waarschijnlijk álle pulsars veranderen van vorm in een zichzelf herhalend patroon. Weltevrede denkt dat pulsars niet één radiobundel hebben, zoals een vuurtoren, maar hun straling uitzenden in een cluster van sub-bundels. Terwijl de bundel door het heelal zwiept, draaien die sub-bundels langzaam rond de hoofdas van de bundel, zoals de gekleurde draaiende lampen in poppodia. Daardoor zien we op aarde bij elke omwenteling van de ster, als de bundel weer naar de aarde wijst, een puls met een andere vorm.

Volgens sterrenkundige Patrick Weltevrede zendt een radiopulsar niet één egale radiobundel de ruimte in, maar ontstaat er bij de magneetpolen een cluster van om elkaar draaiende subbundels. Dat zou verklaren waarom elke puls van de neutronenster er iets anders uitziet: de aarde wordt beschenen door een steeds veranderende combinatie van subbundels, zoals een podium door draaiende stage lighting.

Weltevrede’s copromotor Ben Stappers is pulsaronderzoeker bij Astron en UvA. Hij noemt het onderzoek van Weltevrede “een belangrijke stap voorwaarts. Het is tot de dag van vandaag onduidelijk hoe de radiogolven precies worden opgewekt. De subbundels vormen kennelijk een belangrijk ingrediënt”, denkt de sterrenkundigen. Om het hele pulsarrecept te achterhalen wil Weltevrede de komende jaren met radiotelescopen over de hele wereld kijken naar pulsars met de meest interessante patronen: “uiteindelijk willen wij als onderzoekers het vraagstuk ‘Hoe straalt een pulsar’ oplossen”.

Zie verder

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.